« Terug

PPID, Ziekte van Cushing

Uit: VrijRuiter – tekst: dierenarts Roos Stoop.

De Ziekte van Cushing is een term die vooral mensen met een ouder paard zullen herkennen. De ziekte komt namelijk vrij vaak voor bij senioren. De moderne term PPID en de oude ingeburgerde term ‘de ziekte van Cushing’ worden nog regelmatig door elkaar heen gebruikt. Het is een hormonale verstoring bij paarden en pony’s. Deze ziekte komt ook voor bij mensen en honden, maar hij laat bij ieder soort een ander beeld zien. In dit artikel wordt de, voor paarden wetenschappelijk correctere term, PPID gehanteerd. De afkorting staat voor: Pituitary (= de Engelse benaming voor hypofyse) Pars (= deel) Intermedia (= tussenin) Dysfunction (verstoord functioneren).

illutratie Tessa doorzichtig

PPID is een progressieve (voortschrijdende) hormonale verstoring die zijn oorsprong vindt in de hypofyse, een klier die onder de hersenen hangt (zie illustratie). Deze klier speelt een belangrijke rol bij de hormoonhuishouding van het paard. Hij is opgebouwd uit drie kwabben: de voorkwab, de middenkwab en de achterkwab. Elke kwab geeft een ander soort hormonen af. Net boven de hypofyse ligt nog een klier, die de hypothalamus wordt genoemd. De hypothalamus bestuurt de hypofyse met behulp van zenuwen die daartussen lopen. De hypothalamus maakt de stof dopamine aan. Dopamine regelt de afgifte van het stresshormoon ACTH uit de middenkwab van de hypofyse. Bij paarden kunnen de zenuwen tussen de hypothalamus en de hypofyse aftakelen ten gevolge van ouderdom. Daardoor krijgt de middenkwab van de hypofyse onvoldoende dopamine aangeboden met een ontremming van de afgifte van hormonen door de middenkwab tot gevolg. Er ontstaat een goedaardige woekering van de cellen in de hypofyse ter hoogte van de middenkwab. Het gevolg hiervan is een overmatige afgifte van het stresshormoon ACTH. De bijnieren gaan, onder invloed van de gestegen ACTH afgifte, meer corticosteroïden afgeven. De hormoonbalans van het paard raakt hierdoor uit balans.

Hoe kan ik PPID bij mijn paard herkennen?

PPID komt voornamelijk, maar niet uitsluitend, voor bij oudere paarden. Ongeveer 15% van de paarden ouder dan 15 jaar heeft deze aandoening. Vroeger werden de verschijnselen van PPID vaak niet herkend. Men dacht dat de waargenomen veranderingen onderdeel waren van het normale verouderingsproces van paarden. De veranderingen ten gevolge van PPID zijn divers en variëren in ernst. Ze worden veroorzaakt door de hormonale disbalans of door de druk die de vergrote hypofyse op zijn omgeving uitoefent. In het beginstadium treden er vaak subtiele veranderingen op, zoals een verminderde alertheid en werklust. In een later stadium worden de veranderingen vaak ernstiger en kenmerkender. De bekendste verandering die bij PPID op kan treden is een lange (krullende) vacht, ook in de zomer (foto 1). Deze vacht wordt “hirsutisme” genoemd. Dit komt regelmatig voor maar het is zeker niet bij alle PPID patiënten aanwezig. De hinder die de paarden van de ‘te dikke jas’ ondervinden is doorgaans beperkt. Eventueel kan een (zomer)scheerbeurt uitkomst bieden.

PPIDvacht

Bij paarden met PPID kan een lange krulvacht optreden. 

De gevolgen van de hormonale disbalans bij PPID zijn echter niet altijd zo ‘onschuldig’ en gemakkelijk op te lossen. Helaas zal bij ongeveer een kwart van de paarden met PPID de zeer pijnlijke, soms onomkeerbare, aandoening hoefbevangenheid optreden (foto 2).

Isa vetbult boven de ogen

Vetbult boven het oog van een pony met PPID (foto: archief dierenarts Roos Stoop)

Andere afwijkingen die bij paarden met PPID kunnen worden waargenomen zijn:
• Overmatig drinken en plassen.
• Vermindering van spiermassa en vermagering komt regelmatig voor (foto 2).
• Verminderde afweer met als gevolg verhoogde gevoeligheid voor ontstekingen (luchtweginfecties, bijholteontstekingen, huidinfecties, ontstekingen in de mond en worminfecties) en een tragere wondgenezing
• Langzaam verharen en plukjes lang haar op de benen.
• PPID patiënten kunnen insulineresistentie (suikerziekte) ontwikkelen. Insulineresistentie verhoogt het risico op het ontwikkelen van hoefbevangenheid.
• Er kunnen lokale vetophopingen ontstaan, met name:
• Vetbulten boven de ogen.
• Een bolle hangbuik.
• De eetlust kan toenemen.
• PPID patiënten kunnen overmatig (hyperhidrose) of juist helemaal niet (anhidrose) zweten.
• De oogzenuwen liggen in de directe omgeving van de hypofyse (figuur 1). Door groei van de hypofyse kan druk op de oogzenuwen en zelfs blindheid ontstaan.
• Merries kunnen een afwijkende hengstigheid en verminderde vruchtbaarheid vertonen.
• In zeldzame gevallen worden aanvallen gezien waarbij het lijkt of het paard ineens slaapt (narcolepsie) of flauwvalt.

Het is aan te raden om paarden ouder dan 15 jaar met één of meerdere van de genoemde symptomen te laten testen op PPID, zeker als er sprake is van hoefbevangenheid! In de vakliteratuur worden diverse PPID testen omschreven. De eenvoudigste en meest gebruikte test is het bepalen van de waarde van het hormoon ACTH. De uitslag van dit bloedonderzoek is meestal binnen enkele dagen bekend.

Aandachtspunten bij deze test zijn 
• Stress kan het ACTH-niveau in het bloed verhogen. Deze test dient daarom te geschieden in een voor het paard vertrouwde en rustige setting. Bij een acute hoefbevangenheid kan de ACTH waarde ten gevolge van pijn ook stijgen.
• ACTH normaalwaarden schommelen onder invloed van de seizoenen. Het ACTH niveau in het bloed is zowel bij gezonde als bij PPID patiënten van augustus tot en met oktober hoger dan de rest van het jaar. In deze maanden vinden er hormonale aanpassingen plaats in het paardenlichaam ter voorbereiding op de winter. De ACTH normaalwaarden zijn daarom seizoensafhankelijk.
• Het afgenomen bloed moet na afname vlot gekoeld worden.

Je dierenarts kan je voorlichten over de testmethode die het beste bij jouw paard past.

PPID lijkt in bepaalde opzichten op Equine Metabool Syndroom (EMS)

Zo kan er bij beide aandoeningen sprake zijn van; insulineresistentie, hoefbevangenheid en plaatselijke vetophopingen. De voorkeursplaatsen voor deze ophopingen zijn echter verschillend. Bij PPID patiënten worden de ophopingen voornamelijk boven de ogen (zie foto boven) en onderaan de buik (hangbuik) aangetroffen, terwijl paarden met EMS vetophopingen kunnen vertonen bij de nek, de schouder en de staartbasis.

Er zijn ook duidelijke verschillen tussen PPID en EMS patiënten. Zo ontstaat PPID meestal pas bij oudere paarden, terwijl EMS zich meestal al op jonge leeftijd ontwikkelt. Paarden die alleen aan EMS lijden tonen geen vachtveranderingen of afname van de spiermassa en zullen niet overmatig plassen/drinken. Een paard kan echter ook beide ziektes onder de leden hebben!

Helaas kan PPID tot op heden nog niet worden genezen. Wel kunnen we PPID patiënten ondersteunen met behulp van onderstaande maatregelen en middelen.

Regelmatig en vakkundig hoefonderhoud: waarbij speciale aandacht moet zijn voor de eventuele tekenen van een naderende hoefbevangenheid.

Regelmatige vakkundige gebitsverzorging: gebitsverzorging bij paarden is een vrij beroep, hierdoor is er helaas veel ‘kaf tussen het koren’. Ondeskundige behandelingen kunnen onherstelbare schade, in plaats van verbetering, veroorzaken. Laat je paard daarom behandelen door een dierenarts die zich houdt aan de richtlijnen ‘kwalitatieve tandheelkunde paard’.

Zorgvuldige vacht- en wondverzorging: paarden die zweten ten gevolge van een overmatige vacht kunnen (in de winter deels) geschoren worden. De genezing van wondjes dient zorgvuldig opgevolgd te worden.

Een (ont)wormbeleid op maat: je dierenarts kan je adviseren met betrekking tot weidemanagement, ontworming en mestonderzoek.

Uitgebalanceerde voeding en natuurlijke middelen kunnen vaak een waardevolle ondersteuning bieden voor PPID patiënten.
In VrijRuiter editie december 2015 is een vervolgartikel verschenen over de wijze waarop PPID patiënten met voeding en natuurgeneeskunde ondersteund kunnen worden.

PPID_Monnikspeper

Monnikspeper, gedroogd, kan ondersteunend werken bij PPID. f(oto: Justkarin.nl)

 

Medicatie

Naast deze maatregelen bestaat er medicatie, die levenslang gegeven dient te worden. Deze tabletten bevatten dezelfde werkzame stof (pergolide) als de medicatie die voorgeschreven wordt voor mensen met de ziekte van Parkinson. Pergolide remt de afgifte van hormonen door de hypofyse-middenkwab. Deze tabletten kunnen een belangrijke bijdrage leveren bij de behandeling van PPID. In mijn praktijk ervaar ik wel enige moeilijkheden bij het verstekken van de tabletten aan mijn patiënten.Het zijn kostbare tabletten die vaak levenslang gegeven dienen te worden. Voor sommige eigenaren is deze behandeling voor hun paard daarom financieel niet haalbaar.De voorschrijvende dierenarts moet een officiële pagina in het paspoort invullen waardoor het paard nooit meer mag worden geslacht.Mogelijke bijwerkingen zijn; zweten, afname van de eetlust, een milde depressie, diarree en koliek.

De ACTH bloedtest dient regelmatig herhaald te worden om de optimale dosering voor het paard te achterhalen. De optimale dosis is namelijk per individu verschillend en niet per definitie afhankelijk van het lichaamsgewicht. Zo kunnen mensen met de ziekte van Parkinson dezelfde dagdosering pergolide krijgen als een PPID paard van 700 kg.
Het doel is om de laagst mogelijke effectieve dosis pergolide per individu te achterhalen. Een volgende uitdaging dient zich aan… Een hele tablet voor paarden bevat 1 mg pergolide en slechts één breukstreep. Ten gevolge van deze tabletconcentratie en vorm zijn doseringstapjes van minimaal 0,5 mg pergolide praktisch het best uitvoerbaar. Bij kleinere stapjes van bijvoorbeeld 0,25 mg per keer zou de halve tablet (met een pillenknipper of mesje) nog een keer gebroken moeten worden. Het zou praktischer zijn indien ook de paardentabletten, net als bij de menselijke variant, naast de 1 mg tabletten ook beschikbaar zouden worden gesteld in tabletten van 0,25 mg met een breukstreep. Zo zou het mogelijk worden om zonder veelvuldig breken van de tabletten nauwkeurigere dosisaanpassingen uit te voeren in de zoektocht naar de laagst mogelijke effectieve dosis per individu. Bij een totaalaanpak met bovenstaande ondersteunende middelen en maatregelen ervaar ik in mijn praktijk namelijk regelmatig dat zowel pony’s als paarden voldoende kunnen hebben aan een dagdosering van 0,25 mg om zowel hun klachten als ACTH-bloedwaarde onder controle te krijgen.

De groei van de middenkwab is helaas een voortschrijdend proces. Het is daarom belangrijk om PPID patiënten goed op te volgen en indien nodig de behandeling bij te stellen. Bij een ‘totaalaanpak’ op maat is het vaak mogelijk om klachten te minimaliseren of (verergering) te voorkomen. Het doel is…… een patiënt die met een hoge levenskwaliteit nog lang van zijn oude dag kan genieten. Geen enkel paard is hetzelfde! Maak daarom samen met een deskundige een behandelplan op maat voor je paard!

Meer over PPID:

PPIDbijpaarden.nl
Facebook groep CushingPPID
Equine Cushings and Insuline Resistente Group dr. Eleanor Kellon (Engels, onderzoeker sinds 2000)

« Terug

NVVRwiki

Aankomende activiteiten

  1. (NW) Winterse Duinrit 

    20 januari, 11:30 - 15:30
  2. (ZW) ‪EquiCulinair Themamiddag Voeding.

    20 januari, 14:00 - 17:00
  3. (M) Rit Speulderbos

    22 januari, 10:00 - 15:00
  4. (M) Memorial Ride

    27 januari, 11:00 - 14:00
  5. (M) Ruiterroute en Kaartlees Lezing / Workshop

    8 februari, 19:30 - 22:30