Hooi weken tgv suiker vermindering

Leidt je paard aan hoefbevangenheid, EMS (metabool syndroom) of IR (insuline resistentie ofwel diabetes type II), dan is het zaak heel consequent te letten op de inname van koolhydraten.

 

Gras voor melkvee

Moderne grassoorten bevatten hoge niveaus van zowel fructose en fructanen en eigenaren van hoefbevangenheid gevoelige paarden wordt geadviseerd om ze volledig te vermijden indien mogelijk. Raaigras is een belangrijke grassoort voor melkvee, die erg gevaarlijk is voor paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid, obesitas of insuline resistent zijn.
Wetenschappers proberen voortdurend deze grassen te manipuleren om nog hogere niveaus van fructose en fructanen te produceren, omdat een daling van de bloedsuikerspiegel bij melkvee het verlagen van de melkgift tot gevolg heeft. Hoog suikergehalte in het gras geeft ook beter kuilvoer, het gras is smakelijk en voor jongvee geeft het in kortere tijd een hoger gewicht, zonder extra krachtvoer.

Voor paarden

Paardeneigenaren zijn zich bewust van de gevaren van fructanen en de koppeling met hoefbevangenheid.
Gras/hooi van gras dat hoog is in fructose en fructaan is dubbel gevaarlijk. Fructanen zijn grotendeels onverteerbaar en breken goede darmbacteriën af, waardoor slechte darmbacteriën de overhand krijgen en het paard ziek wordt.
Raaigras bevat gemiddeld 252 mg per kg fructanen en 135 mg / kg fructose in vergelijking met 102 mg / kg en fructanen 20 mg / kg fructose in bijvoorbeeld Rood Zwenk gras.

Heb je hooi wat vermoedelijk hoog is in suikers, dan laten we je hier zien hoe je dat op een betrekkelijk eenvoudige manier veilig kunt maken voor paarden die gevoelig zijn voor deze suikers.
Laat het gedurende 15 tot 30 minuten in (liefst warm) water weken. Zo heb je de beste verhouding, minimale verliezen van droge stof en optimale verliezen van suikers.
Laat je het tot 12 uur weken, dan heb je maximaal verlies van suikers, maar dit gaat ten koste van een aanzienlijk verlies van droge stof. Door zo lang te weken gaan ook zeer essentiële voedingsstoffen verloren zoals eiwitten, vitaminen, mineralen en antioxidanten.

Hier onder een handige methode voor het goed weken van hooi per baal, met dank aan Jacqueline Verhagen.

Ververs het water na iedere baal!

Bouw je eigen hooistomer

Helaas zijn 2 van mijn 3 merries overgevoelig voor droog hooi.
Als het niet vriest maak ik het nat. Dat gaat heel goed, maar bij vorst is dat niet handig. Daarom heb ik een hooistomer gebouwd.

Het volgende is daarvoor nodig:

  • Regenton met deksel 310 liter
  • Fietswiel zonder band 28 inch
  • Behangstomer
  • Trechter.

 

Onderin de ton zit een gat waarin normaal een kraantje gezet kan worden. Door dit gat komt de (ingekorte ) slang van de stomer. Hierboven het fietswiel. Dit zorgt ervoor dat de stoom weg kan.

Het hooi leg je er in lagen op, iedere laag kort met een gieter besproeien,  5 liter op de hele ton.

Deksel erop. Stomer via trechter vullen met (warm) water.

Stroom aansluiten. Na ruim een uur is het klaar.

Let op: Bij vorst na afloop de stomer legen!

Met dank aan Jacqueline Verhagen.

 

Ruwvoer, natuurlijk

De meeste paardenmensen weten wel, dat ruwvoer van levensbelang is voor hun paard. Veel ruwvoer, weinig krachtvoer, veel kauwen houdt een paard gezond. Maar er valt nog veel meer te ontdekken als het over ruwvoer gaat!   Tekst: Karin Schouwenburg, mmv Heleen Davies.

Als we naar wilde paarden kijken, zien we dat hun natuurlijke leefomgeving bestaat uit grote grasvlaktes (steppe). Geen groene weides zoals wij die kennen, maar harde, stengelige grassen die rijk zijn aan cellulose en arm aan zetmeel en suikers. Wilde paarden zijn wel 14 uur per dag bezig met eten. Ze eten verschillende soorten grassen, planten, takjes en mossen afkomstig van een groot gebied. Hierdoor is de kans klein dat hun dieet te veel suiker bevat of een tekort aan mineralen. In het voorjaar is het voedsel in het wild het rijkst. Dat komt goed uit, want dit is de tijd dat paarden de meeste energie gebruiken; de tijd van de nieuwe veulens en de paringstijd.

20131118_091229

Beetje overkill voor een emmertje slobber.

Tijdens de evolutie heeft het paard zich aangepast om te overleven op een arm dieet van moeilijk te verteren vezels, zonder te herkauwen, zoals veel andere grazers. Het paard ontwikkelde een extra sterk gebit en speciale samenwerking met bacteriën die het mogelijk maakten de voedingsstoffen en mineralen uit cellulose op te nemen. Cellulose is een belangrijke bouwstof van de celwand van planten; het geeft structuur en stevigheid. Hout, takken en bladeren bestaan voor 70 tot 80 procent uit cellulose.

De vertering van cellulose levert genoeg energie en bouwstoffen voor bijna alle paarden. De vezels worden afgebroken (gefermenteerd) in het achterste deel van het darmstelsel. Dit is de natuurlijke “kachel” van het paard: het houdt paarden warm van binnenuit. Een groot deel van de dag zal een paard bezig zijn met het kauwen op ruwvoer en in dit proces maakt hij vele liters speeksel aan. Ruwvoer is daarom het meest geschikte dieet voor paarden. Het verlaagt het risico op hoefbevangenheid, koliek en maagzweren, de grootste problemen en voortijdige doodsoorzaken van het paard. Daarnaast verhoogt het de weerstand en vermindert het gedragsproblemen (verveling, spanning) en huidproblemen (zomereczeem).

Een gezond paard op gezond gewicht heeft ca. 1,8 – 2% van zijn lichaamsgewicht aan ruwvoer nodig per etmaal. Een paard heeft een gezond gewicht als je de ribben goed kunt voelen of lichtjes kunt zien (bij een dunne vacht). Is je paard te dik, dan kun je hem langzaam maar gestaag op een gezond gewicht krijgen door 1,8 % zijn streefgewicht per dag te voeren. Zo zal het paard op een gezonde manier op een goed gewicht komen. Dit percentage is het totale ruwvoer, dat wil zeggen inclusief wat ze tijdens weidegang binnenkrijgen. Voor een paard dat 500 kilo zou moeten wegen is dat dus zo’n 9 kilo.

ruwvoer

Vrije toegang tot ruwvoer is belangrijk. Voor sommige paarden is echter vrije toegang icm beperkende inname een goede optie om te dik worden (en bijkomende problemen) te voorkomen.

Neem eens een personenweegschaal mee en weeg dat eens af, dan weet je hoeveel dat ongeveer is.
In tegenstelling tot ruwvoer, bevatten granen (het hoofdbestanddeel van krachtvoer) weinig cellulose, maar juist veel oplosbare koolhydraten zoals suikers en zetmeel. Voor ons is dat prima, aangezien wij de bacterieën die nodig zijn om cellulose te verteren, niet hebben. Wij kunnen, simpel gezegd, geen takken eten. Paarden hebben deze bacteriën wel. Suikers en zetmeel uit krachtvoer hebben op onze paarden echter geen positief effect. Het probleem is namelijk dat de koolhydraten/suikers in granen/musli de goede bacteriën in de dikke en blinde darm, die nodig zijn om cellulose af te breken, doden. Een goed dieet voor paarden bevat daarom minder dan 10 à 12% van deze snel oplosbare koolhydraten. Er zijn voorbeelden van magere paarden die niet aankwamen op 8 kilo biks en graan, maar prima op gewicht kwamen en bleven op alléén ruwvoer. Er zijn zelfs endurancepaarden die uitsluitend op een hooi en gras dieet prima hun werk doen.

Je kunt je afvragen of een paard aan alleen ruwvoer genoeg heeft. Krijgt hij dan wel voldoende voedingsstoffen, mineralen, vitaminen binnen? Dat hangt sterk af van de kwaliteit van het ruwvoer. Niet elk ruwvoer is hetzelfde. Goed ruwvoer voor paarden is stengelig en grof. Hoe meer structuur, hoe meer cellulose, hoe beter. Dit voer bevat maximaal zo’n 10-12% suikers. Maar… je kunt de kwaliteit van ruwvoer nooit op het blote oog beoordelen. Je zult het moeten laten testen om te weten wat er in zit en of het geschikt is als paardenvoer. Op basis van de gegevens van een ruwvoer-analyse kun je dan de ontbrekende mineralen (laten) berekenen en een 100% aansluitend supplement samen laten stellen (Biomentor) of zelf samenstellen.

20140522hooi

Goed gras is grof, vezelrijk en soortenrijk. Van dit gras is het goed hooi maken. (foto: justkarin.nl)

Gras is de meest natuurlijke vorm van ruwvoer. De meeste weilanden waarop paarden gehouden worden zijn echter meer geschikt voor melk- en vleesproductie van koeien. Koeien hebben een heel andere spijsvertering dan paarden en zijn gebaat bij hoge suiker- en eiwitgehaltes. Daarop zijn onze productiegrassen gemaakt. Weidegras kan voor paarden een alarmerend hoog gehalte aan suikers en eiwitten bevatten, hetgeen hun darmbalans en -bacteriën ernstig kan verstoren. Onbeperkt grazen in dit soort weilanden maakt veel paarden te dik, en verhoo
gt de kans op insuline intolerantie en hoefbevangenheid. Ook huidproblemen worden hieraan toegeschreven.

Paardeneigenaren proberen hun paarden op gewicht te houden door het gras zeer kort te laten afgrazen en de afmetingen van de weilanden te verkleinen. Helaas krijgen ze op deze manier juist een hoger percentage suiker binnen omdat kort en gestrest gras meer suiker (fructaan) bevat. Korter weiden op langer uitgegroeid gras is dan een betere oplossing. De grasinname kan ook vertraagd worden door een graaskorf. Zo kan de graastijd aanzienlijk worden verlengd, wat de beweging en het welbevinden van het paard ten goede komt.

Een goede paardenweide bestaat uit structuurrijke grassen die van nature een lagere fructaangevoeligheid hebben zoals Timotee, Veldbeemd, Roodzwenk en Beemdlang en bevat geen of < 10% Raaigras.

Licht bemesten (bij voorkeur traag werkende natuurlijke meststof en kalk) verdient de voorkeur boven drijfmest en/of niet bemesten. Gebruik van drijfmest zorgt ervoor dat de voedingsstoffen in piekvorm vrijkomen, vooral stikstof en kali. Dat geeft een snelle groei aan het gras en piek aan suiker en eiwitgehalte en daarom is drijfmest voor paardenweides niet geschikt.

In een volgend deel komen we hierop terug, met name ook met oog op de hooiwinning.

Hooi en kuilgras zijn de meest bekende en gebruikte droge vormen van ruwvoer. Het grote probleem met ruwvoer is dat je niet weet wat er in zit:

  • Je weet niet wat er te weinig in zit
  • Je weet niet wat er teveel in zit
  • Je weet niet in welke verhouding

Het laten uitvoeren van een mineralen analyse van je hooi/kuil is van essentieel belang. Op basis van de gegevens van de analyse kun je de ontbrekende mineralen (laten) berekenen en een 100% aansluitend supplement bijvoeren. Het belang van zo’n analyse is om er achter te komen of het hooi überhaupt wel geschikt is als paardenvoer. Met een beetje pech voer je de hele winter snoepgoed aan je paard. Je zult de kwaliteit van de hoeven achteruit zien gaan, en je hebt geen idee hoe dit komt. Als je dan je ruwvoer test en je komt er achter dat het 25% suiker bevat kun je je zelf wel voor de kop slaan!

 

geweekteBietenpulp

Geweekt bietenpulp. Bietenpulp moet altijd geweekt in water gegeven worden om verstopping te voorkomen.

Bietenpulp is ook zeer vezelrijke voeding die zeer geschikt is voor paarden. Bij de suikerbereiding wordt suiker gewonnen uit suikerbieten. Wat overblijft is de suikerarme pulp, die wordt gedroogd en verwerkt tot brokjes (pellets, bixjes) of vlokken. Het is een hoogwaardig ruwvoer dat de darmgezondheid ondersteunt. De vezels in bietenpulp zijn goed verteerbaar voor paarden en hebben een prebiotische werking, erg goed dus voor de darmbacteriën. Let wel op met voeren: je mag bietenpulp NOOIT droog voeren, dan kan het slokdarmverstoppingen of koliek tot gevolg hebben. Het moet liefst minimaal 4-6 uur geweekt worden in ruim water (bij gebruik van heet water is een uur genoeg) en neemt dan makkelijk vier tot vijf keer in volume toe. Twee handen pulpbrokjes worden zo een kwart emmer geweekte pulp, maar de helft is ook genoeg en zo heb je aan een flinke handvol genoeg.

 

Bietenpulp kan veilig gevoerd worden aan paarden met neiging tot hoefbevangenheid, te dikke paarden en paarden met insulineresistentie en wordt daarvoor zelfs zeer aanbevolen. Het werkt ook uitstekend als ‘mineralendrager’, dat wil zeggen ideaal om de mineralenaanvulling met (geweekte!) bietenpulp te voeren. Soms moeten paarden er even aan wennen, maar dan is zelfs de ergste kieskeur er gek op. Bietenpulp is rijk aan calcium, dus dat hoeft dan in mindere mate toegevoegd te worden aan de mineralenaanvulling.

Er zijn verschillende soorten in de handel, waarbij het suikergehalte varieert van 5-12%, Onnnodig te zeggen dat hoe lager hoe beter.

Pavo heeft vanaf begin november snel wekende bietenpulp vlokken in hun assortiment: Pavo SpeediBeet, met maar 5% suiker, zonder zetmeel en klaar in 10 minuten.

Stro wordt ook vaak gezien als bijvoer. Het wordt nog wel gebruikt voor paarden die snel te dik worden. Het hooi wordt dan voor een deel gemengd met stro, zodat er meer ruwvezel aan het dieet wordt toegevoegd en de inname wordt vertraagd. Ik heb zelf altijd erg sobere paarden gehad en het heeft mij nooit geholpen. Het leek wel of ze er nog dikker van werden. Dat klopt, want het gehalte aan zetmeel (=koolhydraten) in stro is vele malen hoger dan in goed gewonnen hooi of kuil.

 

De hoeveelheid mineralen en vitamines in hooi en gras wordt beïnvloed door vele factoren: De bodem, het weer, de bemesting, de plantensoorten… Sommige mineralen kunnen te beperkt in het ruwvoer aanwezig zijn, anderen juist te veel, of de verhouding tussen de verschillende stoffen is niet in evenwicht. Een standaard supplement bijvoeren is minder zinvol omdat dit niet afgestemd is op de unieke samenstelling van het hooi of gras dat je paard eet. Een standaard supplement geeft ook al snel een overschot aan bepaalde stoffen zoals ijzer, wat nodig is maar een overdosis is erg ongezond.

NSCgoedSlecht

 

Calcium, fosfor en magnesium in de juiste verhouding is belangrijk voor de gezondheid van het paard en normale ontwikkeling van de hoeven. Calcium is belangrijk voor de witte lijn verbinding. Een tekort aan magnesium kan een rol spelen bij hoefbevangenheid. Voor de hoef zijn vooral zink, koper en selenium van groot belang. Een tekort aan zink kan langzame groei en dunne, zwakke hoefwanden veroorzaken. Een tekort aan koper kan een rol spelen bij het ontstaan van rotstraal, barsten, abcessen en hoefbevangenheid.

Volgende keer meer over mineralen en vitamines, verhoudingen en gehaltes, weidebeheer en hooiwinning.

 

Info:
Bodemverbeteraar Bio-Ron
Agriton.nl

Een stoomcursus hooi stomen: een blijer paard

MoeiteP1100829 om kwalitatief goed hooi te vinden voor je paard? Of verdraagt je paard geen kuilgras, maar het hooi dat je kunt voeren is stoffig? Je paard heeft een allergie voor schimmelsporen of mijten in hooi of stro? Misschien is een hooistomer dan iets om over na te denken. De beloftes van de verschillende fabrikanten zijn veelbelovend, dus ging ik op onderzoek uit!   Tekst: Siem Lehrman, foto’s: Maarten Kuilman

Als je opeens geconfronteerd wordt met een paard dat in zware ademnood verkeert door een voermijtenallergie, dan heb je er als liefhebbende eigenaar veel voor over om het paard weer wat ‘lucht’ te geven. Het overkwam mij. Een goede reden om vele uren zoekend en klikkend het internet af te struinen naar mogelijkheden. Via een NVVR-lid werd ik attent gemaakt op een apparaat dat het hooi stoomt in plaats van dat je het weekt. Dat klonk interessant en al gauw vond ik het bewuste apparaat tijdens mijn surftocht op Google.

De voordelen van het stomen van hooi ten opzichte van het natmaken of weken van hooi zijn groot. Als eerste de voordelen voor ons als paardeneigenaren.

Groot voordeel is natuurlijk het gemak. Op ijskoude winterdagen hoef je niet met water en zware hooinetten te zeulen, wat heel wat rugpijn en bevroren vingers kan schelen! Je waterrekening, of die van je pensionhouder die je natuurlijk liever te vriend houdt, blijft ook binnen de grenzen van 'normaal'. Daarbij is het stomen ook nog een overweging ten gunste van het milieu. Een van de fabrikanten heeft dit laten onderzoeken. De belasting van het inweekwater op het milieu is wel tot zes maal groter dan de belasting van het beetje water dat de hooistomer nodig heeft.
Het voordeel zit niet alleen in de hoeveelheid water die je nodig hebt, maar vooral in datgene wat je uit het hooi weekt. Denk daarbij aan de voedingsstoffen in het hooi, zoals vitaminen en mineralen. Bij het stomen van hooi blijven deze voedingsstoffen in veel hogere concentraties in het hooi aanwezig; ze worden er niet uit geweekt of gespoeld. Ook hiernaar is onderzoek gedaan en de resultaten zijn verrassend. Deze resultaten zijn op de website van Happy Horse Products na te lezen. Onder het tabblad “Mycotoxins” kun je een PDF-bestand downloaden waarin je dit kunt terugvinden, samen met andere onderzoeksresultaten.

P1100855Het voordeel voor de paarden? Ze krijgen een bergje heerlijk geurend, warm gestoomd hooi voor hun neus! D
at is toch beter dan het natte, lekkende ‘kledder’ hooi. Men zegt dat veel paarden het gestoomde hooi veel liever eten dan het ‘verzopen’ hooi. Mijn (vr)eetgrage Haflinger eet eigenlijk alles wel, maar voor een kieskeuriger paard is het misschien wel een oplossing.

In het gestoomde hooi zijn meer voedingsstoffen overgebleven en de schaelijke schimmelsporen en mijten zijn eruit gestoomd. Klinkt ideaal. Of toch niet?

Hoeveel ‘ellende voor paardenlongen’ zit er eigenlijk in hooi waardoor we het zo nodig willen weken of stomen? Dat heeft een andere fabrikant mooi onderzocht. De concentratie van schimmelsporen voor het stomen was bij een partij hooi uit 2009 260.000 cfu/g.
Na het stomen was de concentratie minder dan 10!

Er werd ook hooi geweekt: een partij hooi uit 2008 bevatte 580.000 cfu/g. Het werd vijftien minuten geweekt in koud water en vervolgens onderzocht. Er bleken nog 220.000 cfu/g aan schimmelsporen aanwezig te zijn!

Hoe werkt het stomen? Globaal werken alle modellen hetzelfde. Het hooi gaat in plakken of in een hooinet in een stoomcabine. Er wordt een stoomgenerator op aangesloten en de stoom wordt in de stoomcabine geleid. Belangrijk is dat de stoom op alle plekken in de stoomcabine komt. Daarom hebben sommige fabrikanten een systeem met pinnen waar de stoom doorheen geblazen wordt, zo komen ze dus ook middenin een plak hooi. Andere producten schijnen het zonder deze gepatenteerde pinnen te kunnen.
Het hooi moet, afhankelijk van de hoeveelheid, een poosje stomen. Gemiddeld duurt dat dertig tot zestig minuten. De hoeveelheid water die hierbij nodig is, verschilt natuurlijk ook: van tweeënhalve liter voor een halve baal tot zes liter voor een hele baal hooi. Dat is beduidend minder dan een badkuip vol weekwater! Na het stomen kun je het hooi direct voeren.

De temperatuur die gemiddeld bereikt wordt is honderd tot honderdtien graden. Klaarblijkelijk hoog genoeg om de schimmelsporen en mijten te doden.
Wil je geen dertig tot zestig minuten ernaast gaan staan wortel schieten omdat je 's ochtends haast hebt? Dan kun je een tijdschakelaar tussen de generator en het stopcontact zetten en deze zo inschakelen dat het gestoomde hooi klaar ligt als je de stal inkomt!

Handige paardenbezitters kunnen ook zelf een stoomapparaat bouwen. Er zijn handleidingen te downloaden of te vinden op fora. De mogelijkheden variëren van het stomen in een zak die je dichtbindt, via het stomen in een soort kunststof gereedschapskist tot het stomen in een afvalcontainer (Kliko). De methodes die hierbij gebruikt worden, verschillen ook. Sommigen gebruiken twee liter gekookt water en gooien dit over een hooinet en laten het een tijdje staan, anderen sluiten een behangstomer aan om te kunnen stomen in een Kliko. Een volgende maakt eerst het hooi een beetje nat met de gieter en stoomt het daarna nog een half uurtje in een stoomcabine.

Het zelf bouwen leek mijzelf in eerste instantie een super oplossing. Helemaal nadat ik de prijzen gezien had. De ervaringen van de verschillende stomende paardeneigenaren zijn over het algemeen goed, aldus de fora, maar mijn motto is ‘altijd kritisch blijven’!

Wat komen er voor dampen vrij als een zak of een gereedschapskist door de stoom verhit worden? Wat doet
de hete stoom met het kunststof? Is dat daar wel tegen bestand? En hoe krachtig is zo'n eigen (behang)stoommachientje? Hoe maak je zo'n apparaat zo veilig dat je het ook daadwerkelijk in de buurt van je paarden 'alleen' kunt laten stomen? Zijn de resultaten na het stomen werkelijk hetzelfde als bij een echte hooistomer? Of blijft de middelste pluk hooi ongestoomd en daarmee dus nog stoffig? Hoe overtuig ik de pensionhouder dat mijn zelfbouwstomer echt veilig is? Ik had er zo mijn twijfels over en de staleigenaar ook.

Het goede effect dat de hooistomerfabrikanten beloven zit vooral in de mogelijkheid dat de stoom circuleert, gelijkmatig door het hooi verdeeld wordt en de temperatuur in de stoomcabine wel oploopt tot honderd tot honderdtien graden. Ingebouwde thermometers, veiligheidsmaatregelen en andere kleine handigheidjes deden mij uiteindelijk beslissen een officiële hooistomer te kopen. Ook de staleigenaar kon zich in dit apparaat vinden, dus kon het stomen van start gaan!

P1100857Wat voor hooistomer je koopt, is afhankelijk van je situatie. Wil je portie voor portie stomen voor een paard, dan zou je een stoomapparaat van het formaat 'mee op reis' kunnen kiezen. Deze is er van verschillende merken. Basaal is het een speciale hooizak met een sterke stoomgenerator. Dit is wel iets voor mensen zonder stroomaansluiting op stal, omdat je geen stopcontact nodig hebt. Ook handig: thuis vast je hooi stomen en dan meenemen naar je paard, zonder dat je auto vol hooi ligt...
Heb je een paar paarden, dan kies je voor een groter model. Hier wordt de keuze ruimer. Verschillende merken, verschillende voor- en nadelen. Ikzelf heb uit deze categorie gekozen, omdat mijn paard samen staat met een niet allergisch paard die noodgedwongen ook gestoomd hooi moet eten. In dit formaat stomer kan een halve tot driekwart baal hooi gestoomd worden. Het hooi dat niet direct gevoerd wordt, bewaren we in de stoomcabine tot de volgende voerbeurt. Daarna wordt de hooistomer weer gevuld met hooi, de tijdschakelaar aangezet en het water bijgevuld. Het gestoomde hooi staat dan geurend en wel te wachten als er weer gevoerd moet worden.

Heb je drie of meer paarden voor wie je het hooi wil stomen, dan ga je voor het ‘grote werk’ model. Daarin past een hele baai hooi of dezelfde hoeveelheid in hooinetten. Hier is de tijd dat het apparaat staat te stomen natuurlijk ook langer en gebruik je iets meer water.

Aandachtspuntje: sommige fabrikanten gebruiken stoomgeneratoren die wel tot twintig minuten moeten voorverwarmen. Dit is dus per keer dat je hooi stoomt twintig minuten stroomverbruik extra! Kijk dus goed welke generator erbij zit. De nieuwste genereren binnen drie minuten stoom en dat scheelt dus aanzienlijk in stroomverbruik per dag!

En daarmee komen we op de nadelen van hooi stomen. De aanschafprijs van een stoomapparaat is pittig. Gelukkig zijn er inmiddels meerdere fabrikanten die zoiets maken, dus de prijzen zijn wel wat aan het zakken. In de middencategorie (waaruit ik dus gekozen heb) begint het bij 650 euro, oplopend tot 1166 euro! De grotere hooistomers beginnen bij 1199 tot 1950 euro bij de concurrent. Voor de ‘op reis’ modellen (voor een portie hooi in een speciale zak) begint het bij 235 euro.

Een ander nadeel is natuurlijk de extra kosten die je hebt voor stroom. Een pensionhouder zit daar niet op te wachten, maar misschien is er wel iets mogelijk als je de extra kosten daarvoor zelf betaalt. Wij hebben het zo opgelost: op mijn stroomgenerator hebben we een apparaatje gemonteerd dat precies meet hoeveel stroom er gebruikt wordt. Per maand betaal ik ongeveer wat ik gebruik en eind van het jaar verrekenen we het precies. Vooralsnog stoom ik voor twee paarden hooi en dat kost me ongeveer zo'n 17,50 euro aan stroom per maand.

Natuurlijk is ook stomen extra werk, maar wel een minder zwaar en minder koud klusje dan het weken van hooi. Verder kun je als het vriest de stomer niet over de tijdschakelaar laten lopen, maar moet de generator (inclusief slang) vorstvrij bewaard worden. Bij vorst moet je dus toch een beetje wortel schieten naast je hooistomer of intussen je stal uitmesten om warm te blijven....De generator moet ook niet droog komen te staan, dus altijd opletten dat er voldoende water in zit om de stoomtijd uit te dienen. Als de stomer te vaak droog komt te staan, gaat hij uiteindelijk kapot. Daarom is zo'n tijdschakelaar een goede, kleine extra investering.


Het maken van mijn keuze was niet eenvoudig
, maar zo'n apparaat koop je niet over een nacht ijs. Gelukkig stuitte ik nog net op een aanbieding en daardoor heb ik me de Stablemate kunnen veroorloven in plaats van het aller-goedkoopste model. Hierin past een behoorlijke hoeveelheid hooi en de stoomtijd is niet al te lang; hoewel dit ook afhangt van de kwaliteit van het hooi. Wij hebben best goed hooi, dus kan het stomen relatief kort gehouden worden. Een goede stoomgenerator, die nauwelijks opwarmtijd nodig heeft, spaart me maandelijks heel wat stroomkosten, dus dat was ook een belangrijke overweging voor mij.

En hoe bevalt het stomen nou? De Stablemate heb ik intussen vijf weken in gebruik. De resultaten zijn verbluffend! Mijn paard kreeg voorheen dus natgemaakt hooi (niet geweekt maar ondergedompeld in een ton water, meer kon de vorige pensionstal niet bieden). Ten eerste valt op hoe heerlijk het vers gestoomde hooi ruikt. Dit bevalt mijn paard blijkbaar ook, want hij valt echt aan op het vers gestoomde hooi. Als het gestoomde hooi bewaard gelegen heeft in de stoomcabine, dan is dit 'erop aanvallen' duidelijk minder. Ik stoom het hooi nu dus per voerbeurt.

Hoe lang ik daadwerkelijk het hooi moet stomen, is afhankelijk van meerdere factoren. In het begin propte ik overenthousiast elf tot twaalf kilogram hooi, verdeeld over drie hooinetten, in de stomer. Ik moest dan wel een uur stomen en een hooinet bleef dan liggen tot de volgende voerbeurt. Daar ben ik dus vanaf gestapt. Ik stoom nu acht kilogram (twee hooinetten) per keer dat is in veertig minuten uitstekend gestoomd. Ik laat het via de tijdschakelaar lopen en hoef er dus verder niet veel aan te doen. We hadden ook een stoffigere baal ertussen zitten en toen heb ik de stoomtijd iets verlengd.

Klein nadeel: doordat we in een gebied zitten met ontzettend veel kalk in het water, moet ik elke week de stoomgenerator ontkalken. Ook de stoomcabine moet je om de dag even leeg gooien (restwater) en kort uitspuiten om de hooiresten te verwijderen.

Het gemak is groot: de Stablemate is echt makkelijk te verrijden en alle aansluitingen zijn ook goed doordacht en stevig, daardoor gaat ook het schoonmaken heel eenvoudig. De beloofde twaalf kilogram in vijfendertig minuten stomen is wel heel optimistisch, in hooinetten lukt dat niet (misschien met plakken hooi wel, dat heb ik niet uitgeprobeerd). Daar tegenover staat het resultaat... dat is echt fantastisch, dus ik neem die langere stoomtijd graag voor lief!

Mijn paard krijgt nu bij elke voerbeurt heerlijk vers gestoomd hooi en hij smult er van. Zijn ademhaling is verbluffend veranderd. De eerste tien dagen merkte ik eigenlijk niets aan hem. Daarna veranderde hij en stond opeens met een enorme levendige blik bij me. Zijn ademhalingsfrequentie was nu twaalf keer per minuut in plaats van de twintig tot tweeëntwintig  keer of meer per minuut van de laatste anderhalf jaar.

Als hij had kunnen schreeuwen had hij het gedaan: "Laten we wat gaan doen!!!", leek hij te roepen. De laatste anderhalf jaar kon hij ongeveer twee tot drie rondjes door de bak galopperen en daarna liet hij dan voluit pompend zijn hoofd hangen en snakte naar adem. Hij moest dan twintig minuten stappen om bij te komen. Dit om te schetsen hoe het was. Ik ben die bewuste dag dat hij er opeens zo goed bij stond, gaan rijden en viel zowat van mijn paard... van verbazing wel te verstaan! Bij elk graspaadje deed hij een galopvoorstel. Ik ben uiteindelijk maar op zijn voorstellen ingegaan en boven aan de berg geen centje pijn! Geen pompen, gewoon normaal buiten adem en binnen niet al te lange tijd weer op adem! Ik dacht nog aan toeval... “Goh, wat een goede dag heeft hij vandaag..!”.

14-5-11 002

De volgende dag, dagen en weken bleven echter zo positief. Van een timide, kortademige pony is hij weer helemaal zijn levendige en energieke zelf. Hij wil alleen nog maar galopperen (en bokken...) alsof hij anderhalf jaar niet kunnen galopperen wil inhalen. Ik kan het nog steeds nauwelijks geloven, maar het geld dat ik in de hooistomer geïnvesteerd heb, is het wat mij (en mijn weer blije, levendige paard) betreft dubbel en dwars waard!

De veearts, die ik na drie weken hooi stomen heb laten komen, bevestigde mijn bevindingen. Zijn longen (en vooral ook bronchiën) klonken, naar omstandigheden, heel erg goed. De opdracht om hem vooral weer aan het werk te zetten, na anderhalf jaar noodgedwongen rustig aan doen, klonk ons als combinatie als muziek in de oren! Ik laat hem gewoon maar lekker galopperen en hem daarmee zijn stoom afblazen!

Bronnen:
www.happyhorseproducts.co.uk
www.haygain.com
www.yellowsteamer.de

Vitamines en Mineralen

Uit VrijRuiter, tekst Karin Schouwenburg.

Om te weten wat een paard als aanvulling nodig heeft, moeten we het basisrantsoen ruwvoer feitelijk eerst laten testen (zie vorig artikel in VR december, voor leden ook terug te zoeken in VrijRuiter Archief).
Uitgaande van een basisrantsoen van op de juiste manier geanalyseerd hooi (met de belangrijke gegevens als uitkomst), weten we dan precies wat er ontbreekt in het rantsoen of wat voor onbalans er bestaat. Dat is pas mooi! 

Heb je een gezond paard met goede hoeven en een stabiel temperament, dan kun je overwegen een algemene ‘balancer’ toe te voegen aan het hooirantsoen. Een balancer is een brokje (of poeder) zeer geconcentreerd met vitamines en mineralen. Dit is voldoende als aanvulling op een ruim hooi/gras rantsoen.

Er zijn inmiddels een aantal goede balancers op de markt. Zo hoef je je paard geen granen te voeren. Belangrijk is dat het ijzergehalte laag is, of liever nog 0%. IJzer komt al behoorlijk veel voor in de grond en krijgen ze dus via gras/hooi meer dan voldoende binnen en dat is nou precies een van die stoffen waarvan een overdosis behoorlijk ongezond is. Het advies is dus: mijd supplementen met ijzer. Let op: ook een liksteen bevat vaak veel ijzer. Beter is een liksteen zonder ijzer. En zoals eerder vermeld is het voor paarden met suikerproblemen erg belangrijk dat de balancer niet op granenbasis met melasse is.Het meest ideale is de ruwe mineralen te laten mengen op basis van wat je hooitest aan tekorten aangaf, maar dat is haast ondoenlijk als je zelf geen hooi hebt. Onder meer Podkawa in Polen kan dit mengsel voor je maken. Die verkoopt ook kant en klare zomer- en wintermengsels, ook een aanrader.

vit:minKarinSchouwenburg_3hoeven

Door een te hoge inname aan ijzer (grondwater, gras, ruwvoer, aanvullend voer/supplementen) kan de opname van koper en zink worden bemoeilijkt. Dat uit zich het duidelijkst in slechte hoornkwaliteit in de hoeven. Ook een vale vacht kan een teken zijn van te kort aan koper/zink. (foto: Edith Louw)

Wat doen die vitaminen en mineralen nou eigenlijk? Voor de hoef zijn vooral zink, koper en selenium van groot belang. Een tekort aan zink
kan langzame groei en dunne, zwakke hoefwanden veroorzaken. Een tekort aan koper kan een rol spelen bij het ontstaan van rotstraal, barsten, abcessen en hoefbevangenheid.

We beperken ons hier tot de mineralen/vitaminen die vaak onvoldoende in hooi voorkomen en dus aangevuld moeten worden, of die extra belangrijk zijn.

Calcium (Ca) is belangrijk voor botontwikkeling en onderhoud. Het meeste hooi bevat onvoldoende kalk. Een natuurlijke bron voor calcium is bietenpulp, maar daarvan moet dan wel ongeveer 200 gram (droog product) per dag gevoerd worden. Een combinatie van bietenpulp met een mineralenpoeder is ideaal.
Magnesium (Mg) is van invloed bij de ontwikkeling van het skelet, opbouw van spieren en zenuwweefsel. In alle hooi in West-Europa bestaat een magnesiumtekort. Door te bemesten met kieseriet kan dat beperkt worden.
Magnesiumtekort komt waarschijnlijk behoorlijk veel voor bij paarden (en mensen) omdat de grond hier onvoldoende magnesium bevat. Omdat een magnesiumtekort zich vaak uit in zeer duidelijke gedragsproblemen en ook voor de suikerhuishouding belangrijk is, zullen we hierover straks meer vertellen.
Kalium (K) is belangrijk voor de zuurgraad in de cellen. Een tekort aan kalium kan leiden tot een verminderde eetlust, gewichtsverlies en vermoeidheid. In West-Europees hooi is een tekort aan kalium vrij algemeen.
Natrium (Na) heeft een soortgelijke functie als kalium, maar is vooral belangrijker voor paarden die hard werken en/of veel zweten. Een natrium tekort kan resulteren in een verminderde eetlust en waterverbruik en daardoor uitdroging.
Vitamine E is bij een dieet dat uit uitsluitend ruwvoer bestaat de meest kritieke vitamine en bovendien een krachtige anti-oxidant. Het komt wel voor in gras maar in de winter ligt een tekort op de loer.
Vitamine C maakt een paard zelf in voldoende mate aan.
Vitaminen uit het B-complex komen voldoende in ruwvoer voor, maar heeft je paard last van slecht groeiende hoeven dan is aanvulling wenselijk.
Vitamine H is beter bekend onder de naam Biotine; hiervan is bekend dat het de kwaliteit van de hoeven kan verbeteren.
Sporenelementen
IJzer (Fe) is belangrijk als een onderdeel van hemoglobine. Een ijzertekort kan resulteren in zwakte of bloedarmoede, wat bij paarden maar zeer zelden voorkomt. Te veel ijzer kan invloed hebben op de andere mineralen en kan zeer ernstige gevolgen hebben, tot zelfs de dood.
Zink (Zn) is belangrijk in de botontwikkeling, gezonde hoeven en vacht, en voortplanting. Een tekort aan zink kan leiden tot een verminderde eetlust en hoef-/ vachtproblemen.
Koper (Cu) is belangrijk voor aanmaak en onderhoud van bot- en kraakbeen. Een tekort kan zich uiten in bijvoorbeeld slechte hoefgroei of de zgn koperbril (Kupferbrille), oftewel kale randen rond de ogen.
Jodium (I) is belangrijk voor de productie van het hormoon thyroxine, het hormoon dat wordt aangemaakt in de schildklier. Schildklierhormonen hebben invloed op ongeveer alle processen (de stofwisseling) in het lichaam. Een tekort aan jodium kan leiden tot hengstigheidsproblemen bij merries. Ook kan het problemen geven bij ongeboren veulens en zelfs tot sterfte in de baarmoeder leiden met een doodgeboren veulen als gevolg.

Seleen (Se) is belangrijk voor groei en voor het immuunsysteem, en is ook van grote invloed op de vruchtbaarheid en ontwikkeling van de vrucht. Een tekort aan selenium kan leiden tot spieraandoeningen bij veulens en volwassenen. Te veel selenium kan leiden tot buikpijn, diarree, blindheid, lethargie, en chronische gevallen haaruitval en tekenen van hoefbevangenheid.

Magnesiumtekort kan een paard nukkig en overgevoelig maken.

Magnesiumtekort kan een paard nukkig en overgevoelig maken, slecht in staat geestelijk te ontspannen. (foto: Edith Louw)

Magnesium verdient wat extra aandacht, want het is vaak het meest verwaarloosde mineraal in een paardendieet. Laag magnesium maakt zenuwuiteinden overgevoelig, wat een lichaam gevoeliger maakt voor pijn en geluid. Magnesium is nodig voor een goede spier- en zenuwfunctie.

In Nederlands/Europees gras en hooi is het magnesiumgehalte erg laag. Vooral in het voorjaar bevat gras erg weinig magnesium, te wijten aan de snelle groei, en in die tijd van het jaar zijn veel paarden ‘heter’ en moeilijker te rijden.
Er wordt vaak gezegd dat dit komt door te veel koolhydraten in het jonge gras. Hoewel dit zeker meespeelt, is het ook voor een groot deel te wijten aan een tekort aan magnesium.

Een tekort aan magnesium geeft verschillende effecten. Sommige paarden geven helemaal geen verschijnselen van een tekort, terwijl anderen bijna niet te rijden zijn vanwege hun onnozelheid en hyperactiviteit. Het toevoegen van magnesium aan hun dieet kan een enorm kalmerend effect hebben. En dan hebben we het niet over kalmerend in de zin van verdovend, maar ‘ze hebben hun hersens er weer bij’. Om te begrijpen waarom magnesium een rustgevende invloed heeft, is het even belangrijk om te weten wat er gebeurt in het lichaam van je paard op cellulair niveau.

Calcium en magnesium werken nauw samen en hebben elkaar nodig voor een juiste balans. Ze zijn zo’n beetje getrouwd. Simpel gezegd is calcium nodig voor het aanspannen van spieren en magnesium voor het ontspannen.Wanneer een spier-cel wordt geactiveerd, opent de celmembraan zodat calcium binnengelaten wordt. De verhoogde concentratie calcium zorgt ervoor dat de spier samentrekt.

Wanneer de contractie wordt uitgevoerd, helpt het magnesium in de cel de calcium terugdringen en de spier ontspannen. Dit gebeurt uiteraard heel snel. Wanneer er niet genoeg magnesium in de cel aanwezig is, kan calcium onvoldoende worden teruggedrongen, waardoor een stimulerend effect ontstaat en de spier niet volledig kan ontspannen. Dit kan het paardenlichaam in voortdurend gespannen toestand brengen.

Calcium heeft magnesium nodig om opgenomen te worden in het lichaam. Wanneer echter teveel calcium wordt verbruikt, remt dat de efficiënte opname van magnesium. Om de juiste niveaus in het bloed te handhaven, zal het lichaam magnesium opnemen uit de botten en uit zacht weefsel om het tekort aan te vullen en zo toch voldoende Calcium te kunnen opnemen. Om een tekort te verhelpen, moet magnesium dus niet tegelijk met calcium worden gegeven.

Slechts ongeveer 1 % magnesium wordt opgeslagen in het bloed, de rest wordt opgeslagen in zacht weefsel en bot en het lichaam is zeer efficiënt in het handhaven van het juiste niveau voor de juiste functie van de organen. Dit is de reden waarom in bloedtests magnesium zelden een indicatie geeft van de werkelijke magnesiumstatus van een dier. Tegen de tijd dat een paard in het bloed een tekort laat zien, is het dus werkelijk een zeer ernstig tekort. Omdat het lichaam zo goed in staat is magnesium eerst uit andere bronnen te gebruiken zal het paard sluipend steeds meer symptomen van een tekort gaan vertonen.

Paarden met een tekort aan magnesium kunnen alle of slechts enkele symptomen hiervan hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld op het randje zitten en alleen symptomen vertonen tijdens een wedstrijd of stress. Paarden met magnesiumtekort hebben bijvoorbeeld vaak een zeer pijnlijke strakke rug, ondanks uitstekende zadels en pads met goede pasvorm, conditionering en training. Ze reageren vaak niet goed op massages of osteopathie behandelingen of slechts een paar dagen na deze behandelingen keren pijn en spierspanning terug. Ze hebben vaak een hekel aan borstelen of anderszins aanraken en zijn zelfs soms bang om aangeraakt te worden. Hun reactie op prikkels van buitenaf is dan reactief en ze hebben de neiging om lastig, bezorgd, angstig of nukkig te reageren in training bijvoorbeeld.

Andere tekenen van een magnesiumtekort:Vit:minKarinSchouwenburg_1intro
• Niet in staat om lichamelijk of geestelijk te ontspannen
• Spiertrillingen, krampen, spiertrekkingen in de huid, of over het hele lichaam trillen vooral na inspanning (niet gerelateerd aan buitentemperatuur)
• Gespannen lichaam
• Kan geen langere ritten aan, wordt vaak steeds meer opgewonden in plaats van rustiger tijdens het werk
• Moeite met het verzamelen onder het zadel, beweegt met holle rug
• Random schrikkerigheid, de ene keer is alles eng, de andere keer niet.
• Boos over geborsteld worden, bedekt of aangeraakt of gepalpeerd worden aan weerszijden van de wervelkolom
• Geschiedenis van maandagziekte (tying-up) of hoefbevangenheid
• Vermoeidheid
• Pijnlijke hengstigheid bij merries
• bokken of achteruit lopen tijdens een rit na 20-30 minuten zonder aanwijsbare reden
• Lange periodes van longeren nodig voordat het paard in staat is om zich te concentreren op het werk
• Overgevoelig voor geluid of beweging
• Tandenknarsen
• Onregelmatige hartslag of bonzend hart – enduranceruiters merken dit vaak tijdens de vet checks.

Magnesium wordt snel verbruikt in tijden van stress, zoals reizen of zware training. Paarden verliezen magnesium via zweet en urine. Veel sportpaarden krijgen een tekort naarmate het seizoen vordert omdat ze de beschikbare magnesium sneller verbruiken als gevolg van stress, reizen en concurrentie. Paarden met een lage magnesiumstatus zullen vaak hunkeren naar zout - wat het tekort verergert. Ook calciumrijke voeding kan een disbalans creëren/verergeren, net als steeds vaker voorkomende ziektes als EMS (Equine Metabole Syndrome) en insulineresistentie (diabetes type 2).

De dagelijkse behoefte aan magnesium voor onderhoudsbehandeling is geschat op 13 mg elementair magnesium per kilogram lichaamsgewicht. De totale dagelijkse magnesium vereisten van 500kg paard zou 15,5 g magnesium voor een niet of licht werkend paard. Werkpaarden hebben 10-30 % meer magnesium nodig voor lichte tot matige lichaamsbeweging als gevolg van verliezen via zweet. Paarden die erg zweten zullen nog meer magnesium verliezen. Er wordt wel beweerd dat een magnesiumoverdosis giftig is, maar een overdosis komt zelden voor, omdat teveel al snel natuurlijk wordt uitgescheiden. Magnesium kan het best twee keer per dag gegeven worden om de absorptie te verhogen.

Magnesium: -citraat, -oxide, -ascorbaat, -chelaat, e.a.
De meest populaire vorm om magnesium toe te dienen is de magnesiumoxide vorm. Het is niet de best biologisch beschikbare vorm van magnesium, maar het is gemakkelijk te vinden en zeer betaalbaar. Dit is ook wat gebruikt wordt in bijna alle kant en klare paardenvoeding en veel balancers en andere supplementen. Het kan ook fungeren als een bescherming in de paardenmaag voor paarden die aanleg hebben voor maagzweertjes. Dat zijn er helaas veel meer dan wij vermoeden (denk aan luchtzuigers paarden met voedernijd, paarden die stressgevoelig zijn, of vaak onder druk moeten presteren,  en in het algemeen paarden waarbij er teveel tijd zit tussen twee voerbeurten). Magnesiumsulfaat kun je beter vermijden vanwege de laxerende werking.

Er zijn studies bekend die verschillen aangeven in de opneembaarheid van verschillende soorten magnesiumverbindingen door het lichaam. Bijvoorbeeld als je 20 g magnesiumoxide voert, dan zou ca.10 gram eigenlijk magnesium zijn en de opneembaarheid volgens die studies varieert van slechts 20 % tot 50 % oftewel 2 tot 5 gram absorptie. Je zou dan een enorme hoeveelheid moeten voeren om de gewenste dosering te bereiken. Deze studies zijn echter toegepast op mensen, en bij paarden is dat zo ver mij bekend niet toegepast. Uit eigen ervaring en ervaringen die ik lees van andere paardeneigenaren, zou ik kunnen afleiden dat de opneembaarheid bij paarden anders ligt.

Vertoont je paard een licht of matig magnesiumtekort, dan wordt aangeraden magnesium te voeren ‘tot darmtolerantie’. Dat betekent: begin met ca. 20 gram magnesium (even rekenen hoeveel er in jouw supplement zit!) per dag gedurende en week, voer dan langzaam de hoeveelheid op tot je ziet dat de mest zachter wordt. Ga dan terug naar ongeveer 70% van die dosis gedurende twee weken en dan terug naar een onderhoudsdosis (oxide zo’n 20 gram). De onderhoudsdosis is afhankelijk van de soort maar zal ook variëren. Geef meer of twee maal daags in tijden van stress, in voorjaar en najaar of als het paard weer signalen vertoont. Mijn eigen ervaring is dat het ene paard beter resultaat laat zien bij de ene vorm, het andere paard bij de andere vorm. Bij paarden die moeite hebben met de smaak of geur kun je de hoeveelheid langzaam opvoeren.

Magnesium kan ook via de huid worden opgenomen (transdermale magnesium). Het is een efficiënte manier om magnesium te leveren aan spierweefsel - het omzeilt de spijsvertering geheel en kan snel worden genomen door de spieren. Toepassing op de huid kan zeer therapeutisch zijn, voorafgaande aan wedstijden of zwaardere trainingen/ritten, vooral voor nerveuze paarden. Ook erg geschikt om na het werken het lichaam te helpen herstellen en de spieren te helpen ontspannen. Het is bijvoorbeeld verkrijgbaar als magnesiumchloride (Ancient Minerals, badzout) dat wordt opgelost in warm water en zo makkelijk met een spons op het paard kan worden gebracht en afgespoeld na 20 minuten. Overigens kan dit ‘badzout’ opgelost in warm water ook inwendig gegeven worden.

Natuurlijk rijk aan mineralen:
Spirulina - een natuurlijke bron van calcium, magnesium, ijzer, chroom, fosfor, molybdeen, jodium, magnesium, natrium, zink, kalium, selenium en koper.
Bijenpollen is ook een natuurlijke bron van calcium, fosfor, kalium, zwavel, natrium, chloor, magnesium, ijzer, mangaan, koper, jodium, zink en borium.
Lijnzaad is aan te bevelen (100-200 gr per dag) om de opneembaarheid van vitamine E te bevorderen, maar ook om de algemene goede eigenschappen voor de darmen. Daardoor zullen alle stoffen beter worden opgenomen. Bruin lijnzaad dient vers gemalen of gekookt te worden voor het voeren. Beter is geel lijnzaad, dit hoeft niet gekookt te worden en kan zo of gemalen gevoerd worden.

Bietenpulp is zoals gezegd een goede ruwvoeraanvulling die rijk is aan calcium. Wanneer je alleen een handje geeft om mineralen ‘aan te plakken’ is de calciumgift echter verwaarloosbaar. Om waardevol te zijn als calciumgift moet het wel ongeveer een kwart emmer geweekte pulp zijn.

Meer informatie

Een paar goede balancers:
JePaardGezondEnFit
Dodson & Horrel (ook kruiden en natuurlijk voer, verkrijgbaar bij Equiculinair)
Marstal Force

Losse mineralen en goede mineralensupplementen:
www.podkowa-liny.pl (Duits en Engels, zeer goede op maat gemaakte kruiden- en mineraal mengsels)
Pro Earth (via e-bay.co.uk)
Forageplus
Equimins

Cookie voorkeuren

Deze site maakt gebruik van cookies. Deze kleine informatiebestandjes stellen ons in staat onze dienstverlening te optimaliseren. Het is hier mogelijk om de cookie instellingen voor deze website aan te passen.

Cookievoorkeuren aanpassen