Draagkracht: wat kunnen paarden dragen?

Uit: VrijRuiter, door Suzanne Admiraal.

Niet zo lang geleden stond heel Nederland op zijn kop vanwege de ‘ponypletter’. Geheel terecht uiteraard, want wat die beelden lieten zien was op zijn zachtst uitgedrukt misselijkmakend. In het geval van de ponypletter was het overduidelijk: deze ‘ruiter’ is te groot en te zwaar voor haar ‘rijdier’. Het arme beestje (dat nu gelukkig tevreden en gezond ergens in een wei schijnt te staan) zakte spontaan door zijn beentjes. Maar waar ligt nu eigenlijk de grens? En is er überhaupt zoiets als een ‘grens’ als het aankomt op een voor een paard gezond en acceptabel ruitergewicht? En hoe zit dat met maximale lengte? Is er een ‘maximaal verschil’ tussen de lengte van de ruiter en de schofthoogte van een pony of paard?

Deze vragen hebben de afgelopen tijd bijna niet aflatend door mijn hoofd gespookt. Het geval wil namelijk dat ik, met mijn 70 kg en ruim 1.80 meter, nogal verliefd ben geworden op een zevenjarige vosruin met een stokmaat van zo’n 1.47. Zijn naam is Syam, en hij is geboren en getogen op de hoogvlaktes van de Jura, waar hij nu nog steeds met zijn kudde rondloopt. Zoals de Fransen het zo mooi uitdrukken is hij ‘ONC’: een vuilnisbakkenras. Zijn functie is toeristen vanaf zijn rug de ruige en rustige pracht van de Jura te tonen. Syam is een stevig gebouwde pony, dat wel.  Maar zou hij ook stevig en sterk genoeg zijn om mij de komende twintig jaar op zijn rug mee te sjouwen? Het laatste wat ik wil is zijn rug en benen de vernieling in helpen met mijn gewicht. Een fanatieke zoektocht naar het antwoord op de gewicht/lengte kwestie volgde.

Het forum van Bokt.nl was mijn eerste vergaarplaats van informatie. Maar zoals wel vaker het geval met forums, bood deze bron weinig duidelijkheid of bevredigende informatie. De ene ‘bokker’ schrijft zonder enige problemen met 70 kilo op een Welshje van 1.36 rond te rijden, terwijl de ander haar 55 kilo toch al wel wat veel vindt voor haar pony van 1.45. Eigenlijk hangt het hele forum aan elkaar van heen en weer gesteggel van meningen en ervaringen die maar moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Immers, de ene pony van 1.45 is de andere niet, en wat de ene ‘zielig’ vindt, blijkt voor de ander prima te werken. Ook is een veel aangehouden maatstaf ‘het plaatje’. Een antwoord op wat een pony of paard nou daadwerkelijk aankan, zul je er niet snel vinden.

draagkracht3

Hoogste tijd dus om wat ‘wetenschappelijker’ bronnen aan te snijden. Ik stuitte op een artikel op de Nieuw-Zeelandse website Horsetalk.co.nz, dat een recent Brits onderzoek aanhaalt (Dr Hayley Randle & Emma Halliday, 2013). De informatie was behoorlijk schokkend: slechts één op de twintig ruiters zou binnen de zogenaamde ‘optimale gewichtsratio’ voor zijn paard vallen. Twee derde van de ruiters past nog net binnen de ‘acceptabele gewichtsratio’; het overige één derde deel van de recreatieve ruiters is volgens het onderzoek ronduit te zwaar voor zijn paard. De gevolgen? Rugproblemen, kreupelheid en gedragsproblemen als bokken en steigeren.

De percentages die Randle en Halliday verbinden aan hun ‘ruiter-tot-paard lichaamsgewicht-ratio’s’ verklaren het geringe aantal ruiters dat onder het kopje ‘optimaal’ valt, en lijken in veel gevallen ook niet haalbaar. Als optimale ratio wordt genoemd een ruiter van maximaal 10% van het lichaamsgewicht van het paard. Dat zou dus willen zeggen dat ik met mijn 70 kilo een paard nodig heb van minimaal 700 kilo.  In dat geval had ik beter naar de veemarkt kunnen togen voor een Comtois-dikbilpaard, in plaats van de Jura in te trekken. En IJslanders? Die kunnen dan maar beter als eco-grasmaaiers worden gepromoot. De ‘acceptabele ratio’ dan: deze loopt tot 15% van het lichaamsgewicht van het paard. Dat klinkt al een stuk schappelijker. Ruiters van meer dan 15% van het lichaamsgewicht van  hun paard worden een ‘welzijnsrisico’ genoemd, en diegenen van 20% van het gewicht van hun rijdier mogen zichzelf volgens Randle en Halliday als ‘welzijnskwestie’ beschouwen.

Toch weten de Britse onderzoekers hun eigen resultaten wel te relativeren. Zo  geven ze toe dat de percentages weinig realistisch zijn, en vooral als richtlijn beschouwd dienen te worden. Ook bekennen ze geen rekening gehouden te hebben met leeftijd en ras van het paard, de tak van de paardensport die beoefend wordt en de rijkunsten van de ruiter. Bepaald geen onbelangrijke factoren, lijkt mij zo. Niet genoemd maar wel belangrijk lijkt mij daarnaast de training en bespiering van een paard; in welke mate leert een paard het ruitergewicht ‘goed’ te dragen, en in hoeverre kan hij dit al van zichzelf?

Daarnaast moet natuurlijk in acht genomen worden dat het gewicht van het paard waar vanuit gegaan wordt, het gezonde gewicht van het dier is. Een moddervette Fjord kan niet opeens een zwaardere ruiter dragen dan een rasgenoot die een gezond gewicht heeft. Sterker nog: het dikke dier moet zijn eigen last al dragen, waardoor er minder draagkracht overblijft voor het ruitergewicht. Zo bekeken kun je je afvragen of sommige pony’s überhaupt wel met ruiters belast zouden mogen worden. Een aantal aandachtspunten en kanttekeningen dus, maar weghonen moeten we dit onderzoek zeker niet. Doel is het opstellen van een wetenschappelijke richtlijn in de ‘paardenindustrie’, met oog op gezondheid en welzijn van het paard. En dat kunnen we natuurlijk alleen maar aanmoedigen.

Ik besloot de richtlijnen van de Britten voor te leggen aan Jean-Yves, eigenaar Syam en zo’n 59 andere paardachtigen in de Haut-Jura. Nu is een verkoper misschien niet de meest objectieve persoon als het aankomt op dit soort zaken, maar Jean-Yves is niet zomaar een verkoper. Hij is een bijzondere man. Eén die op een bijzondere manier communiceert met zijn paarden, die ervoor zorgt dat mens en dier rustig bij hem wordt en zich op zijn gemak voelt. Een man die ‘de taal van het paard’ belangrijker vindt dan de verschillen tussen de Nederlandse en de Franse taal. Eén met de bergen van de Jura en zijn prachtige, pure dieren. Zijn antwoord luidde als volgt:

Bonsoir Suzanne, ik weet niet precies wat Syam weegt, maar ik denk niet dat hij aan de 480 kg komt. Maar ik ben er zeker van dat hij erg sterk is, dat heeft hij van zijn vader en moeder meegekregen. Een blik op zijn benen volstaat om te zien dat het een zeer ‘solide’ paard is! Ik denk dat deze regel vrij theoretisch is. Ik denk daarbij aan Mongoolse paarden ‘très petits’, die gedurende vele uren per dag mannen van meer dan 75 kilo dragen.’

Mijn gevoel zegt dat Jean-Yves een punt heeft. Het ene paard is het andere niet, benen en bespiering kunnen een enorm verschil maken. Ik hoef niet naar de veemarkt en IJslanders zijn zo veel meer dan grasmaaiers. En toch, toch wil ik nog een ‘wetenschappelijk’ bewijs. Want ik wil het oordeel van een paardenman in hart en nieren en mijn eigen gevoel niet weghonen, maar ik wil ze ook zeker niet overschatten ten koste van een ponyrug.

Na enig intensief speurwerk tijdens werktijd kom ik terecht bij een onderzoek van Kentucky Equine Research. Ook niet bepaald de eerste de beste schreeuwerd als het op paardenkennis aankomt. Op hun website www.ker.com staan talloze gepubliceerde onderzoeken, waarvan een deel direct gratis toegankelijk is.

Was het onderzoek van Randle en Halliday verontrustend, dat van Kentucky Equine Research is een stuk geruststellender. Niet omdat het KER het niet zo nauw neemt met paardenwelzijn, maar omdat het veel meer factoren in acht neemt dan alleen het ruiter- en paardengewicht. Eén van die factoren is het verschil tussen pony’s en paarden. Kunnen paarden volgens het onderzoek zonder problemen maximaal 20% van hun eigen lichaamsgewicht dragen, bij pony’s ligt dit percentage veel hoger: zo rond de 35 à 40%. Een verademing voor mij, en met mij vele andere recreatieruiters. Wat pony’s meer draagkracht geeft dan hun grotere soortgenoten, is hun bouw en bespiering. Niet zelden hebben ze meer spiermassa, degelijker beenwerk en een kortere rug ten opzichte van hun grootte. Deze eigenschappen maken de pony, om in de woorden van Jean Yves te spreken, ‘solide’.

brede lendenen

Paarden met brede lendenen kunnen naar verhouding meer dragen. (foto: justkarin.nl)

Niet alleen het verschil in bouw tussen paard en pony, maar ook het verschil in bouw tussen pony’s en paarden onderling is van belang. Paarden die breder zijn bij de lendenen, kunnen meer hebben dan de smallere exemplaren. Ook op de benen moet een blik geworpen worden, zoals Jean Yves al opmerkte. Gespierde, stevige benen op flinke, welgevormde hoeven, kunnen over het algemeen meer dragen dan knokige beentjes op kleine hoefjes.

Naast type en bouw neemt het KER nog een aantal andere factoren in overweging: training, conditie, leeftijd en de intensiteit van het werk. Zoals verwacht kan een paard dat door de juiste training zijn kracht en de balans heeft ontwikkeld en weet hoe hij zijn lichaam moet gebruiken, meer gewicht dragen dan een ongetraind of verkeerd getraind paard. Paarden die regelmatig werken en een goede conditie hebben, kunnen beter en meer efficiënt presteren dan wat de Amerikaanse onderzoekers heel treffend ‘pasture potatoes’ noemen. Hier komt ook de pony met overgewicht versus het dier dat geen grammetje vet te veel meezeult om de hoek kijken. Verder spreekt het voor zich dat een oud dier dat niet meer de kracht en gezondheid van zijn jonge jaren bezit, bij voorkeur een lichtere ruiter heeft. Ook is het misschien niet zo’n goed idee om als grote, forse dame een arabiertje over hoge hindernissen te gaan jagen, terwijl een rustig buitenritje voor allebei leuk kan zijn. Denk hierbij aan ‘backpacken’: rondtrekken met een grote rugzak op je rug. Van trein op trein overstappen gaat prima, een berg op zeulen wordt al wat lastiger, en ergens overheen springen… laten we dat maar aan de sterke mannen van de Landmacht overlaten.

Omdat Kentucky Equine Research veel meer factoren bij het onderzoek betrekt dan Randle en Halliday doen, hecht ik meer waarde aan de Amerikaanse onderzoeksresultaten. Bovendien ‘weet’ iedereen dat een Fjord of een IJslander naar verhouding veel meer gewicht kan dragen dan een fragiele volbloed. Qua gewicht zit het dus wel goed tussen Syam en mij, daar hoef ik me geen zorgen over te maken. Over lengte in relatie tot schofthoogte kon ik minder informatie vinden. Hoewel er op Bokt.nl diverse ‘stelregels’ worden geponeerd (variërend van een maximaal verschil van 20  tot 40 centimeter, afhankelijk van het formaat van het eigen paard), rept het onderzoek van het KER enkel over de balans van ruiter en paard. Zolang je als ruiter een goede houding hebt en jij zelf of je paard niet uit balans raken, is er geen reden tot paniek.

Na een week lang nadenken en veel leeswerk kan ik concluderen dat er niet zoiets is als ‘een regel’. Jean-Yves, die bijzondere paardenman in de bergen, had gelijk. Natuurlijk is het goed dat er bepaalde richtlijnen zijn, en die zijn er ook niet voor niks. Maar uiteindelijk moeten er veel verschillende factoren in overweging worden genomen als het gaat om de gewicht/lengte kwestie. ‘Het paard’ bestaat niet: het is geen massa geproduceerde Ikea-tuinbank met een maximaal draagvermogen. Ieder type, ras en ieder dier heeft zijn eigen eigenschappen die bepalen wie er wel en wie er liever niet op zijn rug kan klimmen. Zodra het weer en de tijd het toelaten, ga ik weer naar de Jura.

Train je oog

Overgenomen van Horse Awareness

Weer een mooi plaatje van een paard dat op de correcte manier zijn hoofd en hals draagt.

  1. De atlaswervel is vrij. Dit is belangrijk – wanneer het paard zich te ver opkrult blokkeert deze wervel, doordat de atlasvleugels geen ruimte meer krijgen.
  2. De oorspeekselklier is vrij. Het kan pijnlijk zijn voor het paard wanneer deze bekneld raakt.
  3. Achter de kaak dient een driehoekje te ontstaan, zodat deze vrij kan bewegen. Wanneer deze ruimte niet vrij is, kan het strottenhoofd bekneld raken, waardoor het paard minder goed kan ademhalen.
  4. De bovenhalsspier is de spier die aangespannen dient te zijn om de ruiter op een juiste manier te kunnen dragen.
  5. De onderhals dient ontspannen te zijn. Als deze is aangespannen loopt het paard waarschijnlijk met een gespannen rug en daarnaast beïnvloedt het de algehele hoofd-hals houding als deze spier wordt aangespannen.

Train je oog

Bouw je eigen hooistomer

Helaas zijn 2 van mijn 3 merries overgevoelig voor droog hooi.
Als het niet vriest maak ik het nat. Dat gaat heel goed, maar bij vorst is dat niet handig. Daarom heb ik een hooistomer gebouwd.

Het volgende is daarvoor nodig:

  • Regenton met deksel 310 liter
  • Fietswiel zonder band 28 inch
  • Behangstomer
  • Trechter.

 

Onderin de ton zit een gat waarin normaal een kraantje gezet kan worden. Door dit gat komt de (ingekorte ) slang van de stomer. Hierboven het fietswiel. Dit zorgt ervoor dat de stoom weg kan.

Het hooi leg je er in lagen op, iedere laag kort met een gieter besproeien,  5 liter op de hele ton.

Deksel erop. Stomer via trechter vullen met (warm) water.

Stroom aansluiten. Na ruim een uur is het klaar.

Let op: Bij vorst na afloop de stomer legen!

Met dank aan Jacqueline Verhagen.

 

Een stoomcursus hooi stomen: een blijer paard

MoeiteP1100829 om kwalitatief goed hooi te vinden voor je paard? Of verdraagt je paard geen kuilgras, maar het hooi dat je kunt voeren is stoffig? Je paard heeft een allergie voor schimmelsporen of mijten in hooi of stro? Misschien is een hooistomer dan iets om over na te denken. De beloftes van de verschillende fabrikanten zijn veelbelovend, dus ging ik op onderzoek uit!   Tekst: Siem Lehrman, foto’s: Maarten Kuilman

Als je opeens geconfronteerd wordt met een paard dat in zware ademnood verkeert door een voermijtenallergie, dan heb je er als liefhebbende eigenaar veel voor over om het paard weer wat ‘lucht’ te geven. Het overkwam mij. Een goede reden om vele uren zoekend en klikkend het internet af te struinen naar mogelijkheden. Via een NVVR-lid werd ik attent gemaakt op een apparaat dat het hooi stoomt in plaats van dat je het weekt. Dat klonk interessant en al gauw vond ik het bewuste apparaat tijdens mijn surftocht op Google.

De voordelen van het stomen van hooi ten opzichte van het natmaken of weken van hooi zijn groot. Als eerste de voordelen voor ons als paardeneigenaren.

Groot voordeel is natuurlijk het gemak. Op ijskoude winterdagen hoef je niet met water en zware hooinetten te zeulen, wat heel wat rugpijn en bevroren vingers kan schelen! Je waterrekening, of die van je pensionhouder die je natuurlijk liever te vriend houdt, blijft ook binnen de grenzen van 'normaal'. Daarbij is het stomen ook nog een overweging ten gunste van het milieu. Een van de fabrikanten heeft dit laten onderzoeken. De belasting van het inweekwater op het milieu is wel tot zes maal groter dan de belasting van het beetje water dat de hooistomer nodig heeft.
Het voordeel zit niet alleen in de hoeveelheid water die je nodig hebt, maar vooral in datgene wat je uit het hooi weekt. Denk daarbij aan de voedingsstoffen in het hooi, zoals vitaminen en mineralen. Bij het stomen van hooi blijven deze voedingsstoffen in veel hogere concentraties in het hooi aanwezig; ze worden er niet uit geweekt of gespoeld. Ook hiernaar is onderzoek gedaan en de resultaten zijn verrassend. Deze resultaten zijn op de website van Happy Horse Products na te lezen. Onder het tabblad “Mycotoxins” kun je een PDF-bestand downloaden waarin je dit kunt terugvinden, samen met andere onderzoeksresultaten.

P1100855Het voordeel voor de paarden? Ze krijgen een bergje heerlijk geurend, warm gestoomd hooi voor hun neus! D
at is toch beter dan het natte, lekkende ‘kledder’ hooi. Men zegt dat veel paarden het gestoomde hooi veel liever eten dan het ‘verzopen’ hooi. Mijn (vr)eetgrage Haflinger eet eigenlijk alles wel, maar voor een kieskeuriger paard is het misschien wel een oplossing.

In het gestoomde hooi zijn meer voedingsstoffen overgebleven en de schaelijke schimmelsporen en mijten zijn eruit gestoomd. Klinkt ideaal. Of toch niet?

Hoeveel ‘ellende voor paardenlongen’ zit er eigenlijk in hooi waardoor we het zo nodig willen weken of stomen? Dat heeft een andere fabrikant mooi onderzocht. De concentratie van schimmelsporen voor het stomen was bij een partij hooi uit 2009 260.000 cfu/g.
Na het stomen was de concentratie minder dan 10!

Er werd ook hooi geweekt: een partij hooi uit 2008 bevatte 580.000 cfu/g. Het werd vijftien minuten geweekt in koud water en vervolgens onderzocht. Er bleken nog 220.000 cfu/g aan schimmelsporen aanwezig te zijn!

Hoe werkt het stomen? Globaal werken alle modellen hetzelfde. Het hooi gaat in plakken of in een hooinet in een stoomcabine. Er wordt een stoomgenerator op aangesloten en de stoom wordt in de stoomcabine geleid. Belangrijk is dat de stoom op alle plekken in de stoomcabine komt. Daarom hebben sommige fabrikanten een systeem met pinnen waar de stoom doorheen geblazen wordt, zo komen ze dus ook middenin een plak hooi. Andere producten schijnen het zonder deze gepatenteerde pinnen te kunnen.
Het hooi moet, afhankelijk van de hoeveelheid, een poosje stomen. Gemiddeld duurt dat dertig tot zestig minuten. De hoeveelheid water die hierbij nodig is, verschilt natuurlijk ook: van tweeënhalve liter voor een halve baal tot zes liter voor een hele baal hooi. Dat is beduidend minder dan een badkuip vol weekwater! Na het stomen kun je het hooi direct voeren.

De temperatuur die gemiddeld bereikt wordt is honderd tot honderdtien graden. Klaarblijkelijk hoog genoeg om de schimmelsporen en mijten te doden.
Wil je geen dertig tot zestig minuten ernaast gaan staan wortel schieten omdat je 's ochtends haast hebt? Dan kun je een tijdschakelaar tussen de generator en het stopcontact zetten en deze zo inschakelen dat het gestoomde hooi klaar ligt als je de stal inkomt!

Handige paardenbezitters kunnen ook zelf een stoomapparaat bouwen. Er zijn handleidingen te downloaden of te vinden op fora. De mogelijkheden variëren van het stomen in een zak die je dichtbindt, via het stomen in een soort kunststof gereedschapskist tot het stomen in een afvalcontainer (Kliko). De methodes die hierbij gebruikt worden, verschillen ook. Sommigen gebruiken twee liter gekookt water en gooien dit over een hooinet en laten het een tijdje staan, anderen sluiten een behangstomer aan om te kunnen stomen in een Kliko. Een volgende maakt eerst het hooi een beetje nat met de gieter en stoomt het daarna nog een half uurtje in een stoomcabine.

Het zelf bouwen leek mijzelf in eerste instantie een super oplossing. Helemaal nadat ik de prijzen gezien had. De ervaringen van de verschillende stomende paardeneigenaren zijn over het algemeen goed, aldus de fora, maar mijn motto is ‘altijd kritisch blijven’!

Wat komen er voor dampen vrij als een zak of een gereedschapskist door de stoom verhit worden? Wat doet
de hete stoom met het kunststof? Is dat daar wel tegen bestand? En hoe krachtig is zo'n eigen (behang)stoommachientje? Hoe maak je zo'n apparaat zo veilig dat je het ook daadwerkelijk in de buurt van je paarden 'alleen' kunt laten stomen? Zijn de resultaten na het stomen werkelijk hetzelfde als bij een echte hooistomer? Of blijft de middelste pluk hooi ongestoomd en daarmee dus nog stoffig? Hoe overtuig ik de pensionhouder dat mijn zelfbouwstomer echt veilig is? Ik had er zo mijn twijfels over en de staleigenaar ook.

Het goede effect dat de hooistomerfabrikanten beloven zit vooral in de mogelijkheid dat de stoom circuleert, gelijkmatig door het hooi verdeeld wordt en de temperatuur in de stoomcabine wel oploopt tot honderd tot honderdtien graden. Ingebouwde thermometers, veiligheidsmaatregelen en andere kleine handigheidjes deden mij uiteindelijk beslissen een officiële hooistomer te kopen. Ook de staleigenaar kon zich in dit apparaat vinden, dus kon het stomen van start gaan!

P1100857Wat voor hooistomer je koopt, is afhankelijk van je situatie. Wil je portie voor portie stomen voor een paard, dan zou je een stoomapparaat van het formaat 'mee op reis' kunnen kiezen. Deze is er van verschillende merken. Basaal is het een speciale hooizak met een sterke stoomgenerator. Dit is wel iets voor mensen zonder stroomaansluiting op stal, omdat je geen stopcontact nodig hebt. Ook handig: thuis vast je hooi stomen en dan meenemen naar je paard, zonder dat je auto vol hooi ligt...
Heb je een paar paarden, dan kies je voor een groter model. Hier wordt de keuze ruimer. Verschillende merken, verschillende voor- en nadelen. Ikzelf heb uit deze categorie gekozen, omdat mijn paard samen staat met een niet allergisch paard die noodgedwongen ook gestoomd hooi moet eten. In dit formaat stomer kan een halve tot driekwart baal hooi gestoomd worden. Het hooi dat niet direct gevoerd wordt, bewaren we in de stoomcabine tot de volgende voerbeurt. Daarna wordt de hooistomer weer gevuld met hooi, de tijdschakelaar aangezet en het water bijgevuld. Het gestoomde hooi staat dan geurend en wel te wachten als er weer gevoerd moet worden.

Heb je drie of meer paarden voor wie je het hooi wil stomen, dan ga je voor het ‘grote werk’ model. Daarin past een hele baai hooi of dezelfde hoeveelheid in hooinetten. Hier is de tijd dat het apparaat staat te stomen natuurlijk ook langer en gebruik je iets meer water.

Aandachtspuntje: sommige fabrikanten gebruiken stoomgeneratoren die wel tot twintig minuten moeten voorverwarmen. Dit is dus per keer dat je hooi stoomt twintig minuten stroomverbruik extra! Kijk dus goed welke generator erbij zit. De nieuwste genereren binnen drie minuten stoom en dat scheelt dus aanzienlijk in stroomverbruik per dag!

En daarmee komen we op de nadelen van hooi stomen. De aanschafprijs van een stoomapparaat is pittig. Gelukkig zijn er inmiddels meerdere fabrikanten die zoiets maken, dus de prijzen zijn wel wat aan het zakken. In de middencategorie (waaruit ik dus gekozen heb) begint het bij 650 euro, oplopend tot 1166 euro! De grotere hooistomers beginnen bij 1199 tot 1950 euro bij de concurrent. Voor de ‘op reis’ modellen (voor een portie hooi in een speciale zak) begint het bij 235 euro.

Een ander nadeel is natuurlijk de extra kosten die je hebt voor stroom. Een pensionhouder zit daar niet op te wachten, maar misschien is er wel iets mogelijk als je de extra kosten daarvoor zelf betaalt. Wij hebben het zo opgelost: op mijn stroomgenerator hebben we een apparaatje gemonteerd dat precies meet hoeveel stroom er gebruikt wordt. Per maand betaal ik ongeveer wat ik gebruik en eind van het jaar verrekenen we het precies. Vooralsnog stoom ik voor twee paarden hooi en dat kost me ongeveer zo'n 17,50 euro aan stroom per maand.

Natuurlijk is ook stomen extra werk, maar wel een minder zwaar en minder koud klusje dan het weken van hooi. Verder kun je als het vriest de stomer niet over de tijdschakelaar laten lopen, maar moet de generator (inclusief slang) vorstvrij bewaard worden. Bij vorst moet je dus toch een beetje wortel schieten naast je hooistomer of intussen je stal uitmesten om warm te blijven....De generator moet ook niet droog komen te staan, dus altijd opletten dat er voldoende water in zit om de stoomtijd uit te dienen. Als de stomer te vaak droog komt te staan, gaat hij uiteindelijk kapot. Daarom is zo'n tijdschakelaar een goede, kleine extra investering.


Het maken van mijn keuze was niet eenvoudig
, maar zo'n apparaat koop je niet over een nacht ijs. Gelukkig stuitte ik nog net op een aanbieding en daardoor heb ik me de Stablemate kunnen veroorloven in plaats van het aller-goedkoopste model. Hierin past een behoorlijke hoeveelheid hooi en de stoomtijd is niet al te lang; hoewel dit ook afhangt van de kwaliteit van het hooi. Wij hebben best goed hooi, dus kan het stomen relatief kort gehouden worden. Een goede stoomgenerator, die nauwelijks opwarmtijd nodig heeft, spaart me maandelijks heel wat stroomkosten, dus dat was ook een belangrijke overweging voor mij.

En hoe bevalt het stomen nou? De Stablemate heb ik intussen vijf weken in gebruik. De resultaten zijn verbluffend! Mijn paard kreeg voorheen dus natgemaakt hooi (niet geweekt maar ondergedompeld in een ton water, meer kon de vorige pensionstal niet bieden). Ten eerste valt op hoe heerlijk het vers gestoomde hooi ruikt. Dit bevalt mijn paard blijkbaar ook, want hij valt echt aan op het vers gestoomde hooi. Als het gestoomde hooi bewaard gelegen heeft in de stoomcabine, dan is dit 'erop aanvallen' duidelijk minder. Ik stoom het hooi nu dus per voerbeurt.

Hoe lang ik daadwerkelijk het hooi moet stomen, is afhankelijk van meerdere factoren. In het begin propte ik overenthousiast elf tot twaalf kilogram hooi, verdeeld over drie hooinetten, in de stomer. Ik moest dan wel een uur stomen en een hooinet bleef dan liggen tot de volgende voerbeurt. Daar ben ik dus vanaf gestapt. Ik stoom nu acht kilogram (twee hooinetten) per keer dat is in veertig minuten uitstekend gestoomd. Ik laat het via de tijdschakelaar lopen en hoef er dus verder niet veel aan te doen. We hadden ook een stoffigere baal ertussen zitten en toen heb ik de stoomtijd iets verlengd.

Klein nadeel: doordat we in een gebied zitten met ontzettend veel kalk in het water, moet ik elke week de stoomgenerator ontkalken. Ook de stoomcabine moet je om de dag even leeg gooien (restwater) en kort uitspuiten om de hooiresten te verwijderen.

Het gemak is groot: de Stablemate is echt makkelijk te verrijden en alle aansluitingen zijn ook goed doordacht en stevig, daardoor gaat ook het schoonmaken heel eenvoudig. De beloofde twaalf kilogram in vijfendertig minuten stomen is wel heel optimistisch, in hooinetten lukt dat niet (misschien met plakken hooi wel, dat heb ik niet uitgeprobeerd). Daar tegenover staat het resultaat... dat is echt fantastisch, dus ik neem die langere stoomtijd graag voor lief!

Mijn paard krijgt nu bij elke voerbeurt heerlijk vers gestoomd hooi en hij smult er van. Zijn ademhaling is verbluffend veranderd. De eerste tien dagen merkte ik eigenlijk niets aan hem. Daarna veranderde hij en stond opeens met een enorme levendige blik bij me. Zijn ademhalingsfrequentie was nu twaalf keer per minuut in plaats van de twintig tot tweeëntwintig  keer of meer per minuut van de laatste anderhalf jaar.

Als hij had kunnen schreeuwen had hij het gedaan: "Laten we wat gaan doen!!!", leek hij te roepen. De laatste anderhalf jaar kon hij ongeveer twee tot drie rondjes door de bak galopperen en daarna liet hij dan voluit pompend zijn hoofd hangen en snakte naar adem. Hij moest dan twintig minuten stappen om bij te komen. Dit om te schetsen hoe het was. Ik ben die bewuste dag dat hij er opeens zo goed bij stond, gaan rijden en viel zowat van mijn paard... van verbazing wel te verstaan! Bij elk graspaadje deed hij een galopvoorstel. Ik ben uiteindelijk maar op zijn voorstellen ingegaan en boven aan de berg geen centje pijn! Geen pompen, gewoon normaal buiten adem en binnen niet al te lange tijd weer op adem! Ik dacht nog aan toeval... “Goh, wat een goede dag heeft hij vandaag..!”.

14-5-11 002

De volgende dag, dagen en weken bleven echter zo positief. Van een timide, kortademige pony is hij weer helemaal zijn levendige en energieke zelf. Hij wil alleen nog maar galopperen (en bokken...) alsof hij anderhalf jaar niet kunnen galopperen wil inhalen. Ik kan het nog steeds nauwelijks geloven, maar het geld dat ik in de hooistomer geïnvesteerd heb, is het wat mij (en mijn weer blije, levendige paard) betreft dubbel en dwars waard!

De veearts, die ik na drie weken hooi stomen heb laten komen, bevestigde mijn bevindingen. Zijn longen (en vooral ook bronchiën) klonken, naar omstandigheden, heel erg goed. De opdracht om hem vooral weer aan het werk te zetten, na anderhalf jaar noodgedwongen rustig aan doen, klonk ons als combinatie als muziek in de oren! Ik laat hem gewoon maar lekker galopperen en hem daarmee zijn stoom afblazen!

Bronnen:
www.happyhorseproducts.co.uk
www.haygain.com
www.yellowsteamer.de

Zorg dat je paard in de winter voldoende drinkt

Het belang van voldoende drinken in de winter kan niet vaak genoeg genoemd worden.

Het vochtgehalte van een paardenlichaam wordt geschat op 60-68 % bij volwassen paarden en tot 80% water in jonge, groeiende dieren. Het zit in alle weefsels en de basiscomponent van bloed, urine, gal, sperma en alle andere lichaamsvloeistoffen. Water is essentieel voor de spijsvertering, beginnend met de afscheiding van speeksel, en nodig voor opname van voedingsstoffen en opname in de cellen.

Metabole reacties vereisen water. Er is bijvoorbeeld 7 g water nodig om één gram glycogeen, de opslagvorm van glucose, in spiercellen en lever produceren. Water koelt het lichaam via zweetproductie en verdamping van water uit de longen.

Uitdroging kan het paard veel sneller doden dan te kort aan eten. Zelfs een licht uitgedroogd paard heeft een duidelijk verminderde inspanningstolerantie en uithoudingsvermogen. Een spijsverteringsstoornis leidt vaak tot koliek en/of verstoringen van de elektrolyten balans. Grotere uitdroging kan als gevolg hebben het snel dalen van de bloeddruk en resulteren in nierfalen.

Wanneer waterbronnen zijn bevroren kan een paard overleven, tenminste voor een tijdje, door het eten van sneeuw, maar dit is niet bepaald een optimale inname van water. Gedomesticeerde paarden in het bijzonder lopen een zeer hoog risico op koliek en orgaanfalen omdat hun winter dieet bestaat uit hooi en ander gedroogd materiaal (zelfs slapende grassen bevatten water) en ze niet zo veel bewegen als wilde paarden.

Elektrische ontdooiers (lint e.a.) voorkomen dat water ijskoud is, maar het zal niet echt opwarmen. Om water lekker warm te maken, dat is wat paarden het liefst drinken, is meer nodig.

Ideaal is om paarden ten minste twee maal per dag lauwwarm water aan te bieden. Isolerende emmers en vaten zal het water warm te houden voor langere periodes. Als er geen warm water bij de wei/stal is, kunt u het verwarmen met een waterkoker, of meebrengen in een grote thermoskan(nen). Zodra de paarden ontdekken dat ze opgewarmd water krijgen zult u ontdekken dat ze meer en langer drinken.

Tot slot, vergeet niet te laat zout aan te bieden. Biedt een paard van 500 kilo ten minste 30 gram zout per dag aan, los over het voer of gespoten als een oplossing op het hooi. Zout moet water vasthouden in de weefsels en zijn een reden tot meer drinken.

De extra inspanning om verwarmd water te geven zal zichzelf terugbetalen als je zelfs een geval van nierfalen kan voorkomen.

Dit artikel oorspronkelijk gepubliceerd op www.uckeleequine.wordpress.com door Eleanor Kellon, VMD in Horse Health + Care

Giftige planten

Algemene informatie over voor paarden giftige planten

In en om de wei kom je een hoop planten tegen die niet bepaald gezond te noemen zijn. De meeste paarden blijven er wel af, maar vooral veulens of paarden die niet voldoende voedingsstoffen via hun gewone voer binnenkrijgen willen zich nog wel eens tegoed doen aan giftige planten. Vaak komen deze giftige planten na het maaien van het gras in het hooi terecht. Zij verliezen dan hun typerende geur, kleur en smaak waardoor paarden ze niet meer als giftig herkennen. Vooral Jacobskruiskruid is hier berucht door geworden. Maar dit is niet de enige plant die in het hooi een hoop schade aan kan richten.Er zijn ook planten die alleen in (heel) hoge doses giftig zijn.

Giftige Tuinplanten

Met tuinplanten zullen paarden misschien niet zo snel in aanraking komen, maar het is toch goed om te weten welke tuinplanten giftig zijn, bv. als de wei van je paard grenst aan een tuin. Let ook op als je bv. in de paddock houtsnippers gebruikt, zorg dat daar niet een van de genoemde planten/bomen in verwerkt is (zoals bv. buxus, taxus of liguster)

Groenten en fruit

Een aantal groenten of de plant waar groenten aan groeien is giftig voor paarden.
Diverse vruchten (abrikoos, appel/peer, banaan, pruim, perzik, sinaasappel/mandarijn)
We eten zelf nogal graag een appel, peer, perzik of andere lekkernij. Vaak wordt het klokhuis of zelfs de gehele vrucht aan het paard gegeven. Let op dat de pitten van deze vruchten gevaarlijk kunnen zijn voor je paard als je ze in grote hoeveelheden voert. Veel paarden hebben de handigheid om zelf de pit eruit te werken met hun tong nadat je ze een vrucht hebt gevoerd.Als je zelf je paard zulke vruchten als snackje tussendoor wilt geven, haal dan eerst de pit er eventjes uit. Niet ieder paard zal zo bijdehand zijn om zelf de pit eruit te halen. Met kleine appelpitjes zal dat wat moeilijker gaan. Je kunt zelf het klokhuis eruit halen voordat je hem aan je paard geeft. Maar als je je paard zo een paar keer per week een appel geeft kunnen die paar pitjes helemaal geen kwaad.

Planten en bomen die je paard wél mag eten

Distels en brandnetels
Vooral arabieren zijn gek op de paarse bloemen van de distels, ze eten ze voorzichtig van de plant af. Distels bevatten o.a. vitamine B1. Brandnetels worden graag gegeten als ze afgemaaid zijn, soms direct al, soms als de plant een paar uur heeft gelegen. Brandnetels bevatten vitamine C, calcium, ijzer, zwavel en silicium. Het helpt bij de rui, werkt urinedrijvend en ondersteunt de reiniging. Let wel op dat de brandnetels niet bespoten zijn, of langs de wegkant hebben gestaan (uitlaatgassen).

En verder:

Hop, Vlier, Braam, Berk, Wilg, Paardebloem en Akkermelkdistel.
We hebben alle planten op alfabetische volgorde opgenomen. Deze lijst is niet per definitie volledig.
Wanneer je dingen weet die ontbreken, dan willen we je vragen dit door te geven aan webredactie@nvvr.info om zo een zo volledig mogelijke database te kunnen samenstellen.

Dank aan
Het grootste deel van de informatie in „Giftige planten” is samengesteld door Natascha Hartendorf, hier en daar aangevuld met informatie uit onderstaande bronnen. De meeste foto's zijn gemaakt door Natascha Hartendorf, een paar foto's zijn gemaakt door Yvonne de Ruigh en een paar foto's zijn (met toestemming gebruikt) van KULAK.

Bronnen
www.giftpflanzen.ch (dodelijke dosissen),
Cornell University Poisonous Plants Informational Database,
www.horseweb-uk.com,
A guide to plants poisonous to horses - Keith Allison,
diverse artikelen in o.a. De Hoefslag

Andere sites waar je (on)kruiden kunt opzoeken

Plantaardigheden.nl
Nederlands fotoherbarium wilde planten
www.apotheke-sommer.de/Kraeutergarten
Pflanzenbilder
Medizinal-Pflanzen in naturgetreuen Abbildungen (oude tekeningen)

Hier onder een opsomming van de belangrijkste giftige planten.

Alle Prunussoorten

Kers, Pruim, Vogelkers, Japanse sierkers, Sleedoorn en ook de Laurierkers die al elders beschreven staat.
De bladeren van alle prunussoorten zijn giftig, na het eten wordt het paard onrustig, krijgt krampen en gaat moeilijk ademhalen. Na een uur volgt de dood.

Prunus spp. (in het engels)

aronsk1Aronskelkfamilie - Araceae

Waar te vinden
Planten uit de aronskelkenfamilie groeien voornamelijk aan de waterkant en in moerasachtige omgevingen.

Giftige delen
Giftige delen zijn de wortel en de bessen. De gifstoffen smaken bitter, zijn bijtend en irriteren de slijmvliezen. Als er veel van gegeten wordt treden problemen in het maagdarmkanaal op en verlamming van het centrale zenuwstelsel.

Informatie op andere sites:
Gevlekte aronskelk (arum maculatum) (in het duits)

 

basterdklaver

Basterdklaver - Trifolium hybridum

De rechtopstaande stengels zijn kaal en hol en wortelen niet op de knopen (een verschil met Witte klaver).
Merendeels lang gesteelde, 3-tallige bladen met ovale, fijn getande deelblaadjes zonder V-vormige figuur (zoals Witte klaver die wel heeft). De lange, smal driehoekige, geleidelijk toegespitste steunblaadjes zijn alleen aan de basis met de bladsteel vergroeid (niet rondom de stengel).

Waar te vinden
Basterdklaver komt vrij algemeen voor, op graslanden (weiland), bermen, leem- en kleigroeven. Hij wordt 30 - 90 cm hoog.

Bloeitijd
Mei-september

Giftige delen
De hele plant is giftig. Het eten van grote hoeveelheden basterdklaver kan leiden tot fotosensibiliteit (zonnebrand), hoefbevangenheid en leverbeschadiging. Lees ook dit stukje (in het engels) over 'Sunburn in horses'.

 

bomen-beuk2 bomen-beuk1
Beuk - Fagus

Het eten van heel veel beukennootjes kan leiden tot koliek en verlammingen van het centrale zenuwstelsel.

Fagus sylvatica (in het duits)

 

 

 

 

 

 

boekweit1 boekweit2

Boekweit - Fagopyrum esculentum

Waar te vinden
Boekweit werd vroeger veel geteeld, en komt nu af en toe verwilderd voor op zandgrond. Boekweit behoort net als Perzikkruid tot de duizendknoopfamilie en is een eenjarige plant. Hij wordt ongeveer 50 cm hoog.

Bloeitijd
Juli-september

Giftige delen
De bloemen en zaden zijn giftig en blijven dit ook als ze gedroogd zijn. Het eten van grote hoeveelheden veroorzaakt fotosensibiliteit (zonnebrand). De huid wordt rood en er ontstaan wondjes die moeilijk genezen. Verder kan het paard nerveus en geagiteerd worden.

Informatie op andere sites
Fagopyrum esculentum (in het duits)
Fagopyrum esculentum (in het engels)

 

Boerenwormkruid - Chrysantemum vulgare (Tanacetum vulgare)

Waar te vinden
Boerenwormkruid bloeit voornamelijk in bermen (vaak samen met Jacobskruiskruid) en op braakliggende terreinen. Hij is te herkennen aan zijn geveerde bladeren en zijn gele bloemkopjes. Deze zijn plat en rond en hebben geen duidelijke bloemblaadjes.

Bloeitijd

Juli-oktober

Giftige delen
De gifstoffen zitten in de bloemen en de bladeren. De vluchtige gifstoffen veroorzaken krampen, opwinding, abortus en leverproblemen. Paarden eten de plant zelden omdat hij nogal bitter smaakt. Als de plant echter in het hooi terechtkomt herkent het paard hem niet meer en wordt hij wel gegeten. Je kunt de plant plukken, op zijn kop ophangen en drogen. Gedroogd geeft hij een sterke citroenachtige geur af en houdt dan insecten uit de buurt.

Informatie op andere sites
Chrysantemum vulgare (Tanacetum vulgare) (in het duits)

 

bosane1 bosane2
Bosanemoon - Anemone nemorosa

Waar te vinden
De bosanemoon groeit in vochtige gemengde bossen, onder heggen en in vochtige weides.

Bloeitijd
Maart-mei

Giftige delen
De bladeren en het sap bevatten giftige stoffen die leiden tot maagdarmontstekingen, verlamming en nierbeschadigingen. Paarden eten de plant normaal niet omdat hij nogal scherp en bitter smaakt. In de lente wordt hij soms gegeten. Gedroogd is hij niet gevaarlijk.

Informatie op andere sites
Anemone nemorosa (in het duits)

 

boterbl
Boterbloemsoorten - Ranunculus

Waar te vinden
Er zijn veel boterbloemsoorten: blaartrekkende-, egel-, engel-, grote-, kruipende- en scherpe boterbloem. Deze zijn allemaal giftig. Ze zijn te vinden op (vochtige) weilanden, akkers, moerasachtige omgevingen en aan de kant van het water.

Bloeitijd
Juni-september

Giftige delen
Het sap van alle delen is giftig. Tijdens de bloei is de boterbloem het gevaarlijkst. Als de plant gedroogd wordt verdwijnt het gif, dus in hooi is de boterbloem ongevaarlijk. Het gif werkt irriterend. Na opname prikkelt het eerst het centrale zenuwstelsel en leidt het later tot verlammingen. Paarden eten de plant zelden omdat hij zo scherp smaakt. Gebeurt het toch dan kunnen speekselvloed, mondslijmvliesontstekingen, koliek, maagdarmontstekingen, bloederige buikloop en nierontstekingen met bloederige urine optreden.

Informatie op andere sites
Ranunculus spp. (in het duits)
Ranunculus spp. (in het engels)

bremBrem - Cytisus scoparius

Waar te vinden
Brem zie je vaak in tuinen, maar groeit ook in het wild in bermen, op heidevelden en op kalkarme bodems.

Bloeitijd
Mei-juni

Giftige delen
De peulen, zadel en jonge twijgen en bladeren zijn giftig. Vergiftiging treedt op na het eten van grote hoeveelheden brem (wat zelden gebeurt). Het leidt dan tot verlamming van het centrale zenuwstelsel en vertraagt de hartwerking.

Informatie op andere sites
Cytisus scoparius (in het duits)

buxusBuxus* - Buxus sempervirens

Waar te vinden
Buxussen zijn vooral in en rond tuinen te vinden.

Bloeitijd
Maart-april

Giftige delen
De zaden, bladeren en bast van de wortel zijn giftig. Ook na drogen behoudt de plant zijn giftigheid. De gifstoffen veroorzaken diarree, ongecoördineerde gang, stuiptrekkingen en verlamming van het centrale zenuwstelsel; door ademhalingsverlamming kan de dood intreden. Doordat de plant erg bitter is wordt hij zelden gegeten, maar hij kan in partijen gehakseld hout terecht komen (paddock, bak).

Informatie op andere sites
Buxus sempervirens (in het duits)

 

bomen-eikEik - Quercus spp.

Jonge eikels en jonge bladeren kunnen als ze in grote hoeveelheden worden gegeten vergiftigingsverschijnselen veroorzaken als darmverstoppingen en weinig eetlust.

Quercus robur (in het duits)
Quercus spp. (in het engels)

 

goudenregenGoudenregen - Laburnum anagyroides

Waar te vinden
Deze sierplant is vooral in tuinen en parken te vinden. Hij heeft een hoogte van 3-6 meter.

Bloeitijd
Mei-juni

Giftige delen
Bloemen, wortels, zaden (peulen), bladeren en bast bevatten giftige stoffen. Deze zijn in heel kleine hoeveelheden al dodelijk. Vanwege de groeiplaats wordt Goudenregen echter zelden door paarden gegeten. Ook de Blauwe regen is zeer giftig voor paarden.

 

heggenrank2Heggenrank - Bryonia dioic

Waar te vinden
Deze klimplant groeit in heggen en kreupelhout.

Bloeitijd
Juni-september

Giftige delen
De gifstoffen zitten in alle delen van de plant, vooral de wortels en bessen. Vergiftiging leidt tot ontstekingen van de maagdarmslijmvliezen, diarree, veel urineren, zweten, moeilijkheden bij het ademhalen, ongecoördineerd bewegen en stuiptrekkingen. Paarden eten de plant echter zelden omdat hij niet bij weides in de buurt groeit.

Informatie op andere sites
Bryonia alba (in het duits)

 

herfsttijloosHerfsttijloos* - Colchicum autumnale

Waar te vinden
De herfsttijloos is een plantje dat wel wat van een krokus wegheeft. Zoals de krokus de lente aankondigt, zo kondigt de herfsttijloos de herfst aan. Hij is lichtpaars tot paars en heeft oranje meeldraden. Hij kan 8-25 cm hoog worden. Je ziet hem meestal in parken en tuinen.

Bloeitijd
Augustus-november

Giftige delen
De gehele plant bevat een gifstof die ook na drogen werkzaam blijft. Deze stof is een stof die irriterend werkt op de huid en tevens remt hij de celdeling. Als vergiftigingsverschijnselen kunnen voorkomen: overvloedig speekselen, slikmoeilijkheden, darmkrampen, slijmerige diarree en hevige dorst. Als het gif eenmaal in het bloed doorgedrongen is leidt het tot circulatiestoornissen: verzwakte pols, overmatig zweten, onregelmatige hartslag, bloederige diarree en bloederige urine. Tenslotte leidt het tot uitvalsverschijnselen als flauwvallen, bewusteloosheid, en dood door ademhalingsverlamming of onvoldoende bloedcirculatie. Paarden zullen de plant niet snel eten maar in het hooi is hij ook schadelijk dus let goed op dat je hem niet per ongeluk maait in je weiland waardoor hij in het hooi terechtkomt.

Informatie op andere sites
Colchicum autumnale (in het duits)

hondsdraf1

Hondsdraf - Glechoma hederacea

Waar te vinden

Hondsdraf is een overblijvende plant die groeit in hooilanden, bosranden, braakliggende gronden.

Bloeitijd
Maart-juni

Giftige delen
De hele plant is giftig, pas als hij een paar weken gedroogd is verliest hij zijn giftigheid. Het eten van hondsdraf veroorzaakt een snelle, zwakke pols, ademnood, een verhoogde temperatuur, zweten, bibberen en duizeligheid. Het eten van grotere hoeveelheden kan dodelijk zijn.

Informatie op andere sites
Glechoma hederacea (in het duits)
Glechoma hederacea (in het engels)

Honingklaverfamilie - Mhoningkl-klelilotus

Waar te vinden

Honingklaver groeit in akkerranden, wegbermen en braakliggende terreinen. Hij wordt 60-150 cm hoog. De honingklaverfamilie is niet verwant aan de klaver. Hij bestaat uit de giftige (goud)gele honingklaver (melilotus altissimus), de witte honingklaver (melilotus alba), de citroengele honingklaver (melolitus officinalis) en de kleine honingklaver (melolitus indicus). Ze zijn te herkennen aan hun lange aarvormige bloeiwijze, behalve de kleine honingklaver, deze heeft qua blad wat van een klavertje weg. Het is een 2 jarige plant met flinke sterk vertakte, rechtopstaande stengels met daarop een flink aantal sterk geurende bloempjes. De spitse peulen zijn behaard en 2-zadig.

Bloeitijd
Juni-september

Giftige delen
Alle delen van de plant zijn giftig. De verse planten zijn onschadelijk, maar na drogen in het hooi komt er veel cumarine vrij wat erg giftig is. Het remt het bloedstollingsproces en leidt tot inwendige bloedingen, welke vrij snel resulteren in de dood. Aangezien de plant over het algemeen niet in graslanden groeit zal hij niet snel in hooi terechtkomen.

Informatie op andere sites
Melilotus officinalis (in het duits)

hulstHulst - Ilex aquifolius

Waar te vinden
Hulst is te vinden in tuinen, parken en niet te droge, humusrijke loofbossen. De plant heeft van september tot einde winter rode bessen die vaak in kerststukjes gebruikt worden. Er is een groene variant en een variant met beige randen rond de kartelige blaadjes.

Bloeitijd
Mei-juni en vaak ook in de herfst.

Giftige delen
De bessen en bladeren zijn giftig. Het eten van blad en bes kan leiden tot nierproblemen en maagontstekingen.

Informatie op andere sites
Ilex aquifolium (in het duits)

Iriirissfamilie - Iris

Waar te vinden
Tot de iris familie behoort een aantal gekweekte lisachtigen die allen rond het water groeien. In het wild vind je vooral de gele lis (Iris pseudacorus) terug. Hij heeft een hoogte van 40-100 cm.

Waar te vinden
Tot de iris familie behoort een aantal gekweekte lisachtigen die allen rond het water groeien. In het wild vind je vooral de gele lis (Iris pseudacorus) terug. Hij heeft een hoogte van 40-100 cm.

Bloeitijd
Mei-juli

Giftige delen
De bladeren en wortelstok zijn giftig. Ook in het hooi is de plant giftig. Alleen bij het eten van grote hoeveelheden van deze plant treden vergiftigingsverschijnselen op: verhoogde temperatuur, maagdarmontstekingen en diarree.

Informatie op andere sites
Iris pseudacorus (in het duits)
Iris spp. (in het engels)

Jacobskruiskruid - Senecio Jacobaea

jkkplant1
Jacobskruiskruid is een plant die nogal in de belangstelling staat omdat heel veel paardeneigenaren tegenwoordig op de hoogte zijn van de giftigheid van de plant. Doordat de plant in het najaar zeer veel pluizige zaden verspreidt door middel van de wind verspreidt hij zich heel snel. Er zitten zo’n 75.000 tot 200.000 zaden aan een volwassen plant. Bestrijding van de plant in de weide is erg moeilijk omdat de zaden heel lang in de bodem bewaard kunnen blijven totdat ze gaan kiemen.

De enige manier om de planten uit de weides te halen is met de hand het hele weiland leegplukken. In het voorjaar ligt de plant als een rozetje in het weiland en het is raadzaam om hem dan al te bestrijden. De plant moet met wortel en al worden verwijderd omdat hij anders gewoon weer opkomt. Zorg ervoor dat er geen wortelresten blijven zitten, want die groeien gewoon weer verder. Trek handschoenen aan, want de gifstoffen kunnen ook door de huid naar binnen dringen. De geplukte planten kun je het beste direct na het plukken verbranden omdat zeker de bloeiende planten zelfs na het plukken nog snel pluizige zaadjes produceren om zich nog te kunnen vermeerderen.

Waar te vinden
Jacobskruiskruid groeit in de berm, aan de bosrand, in natuurgebieden, in weides en op braakliggende terreinen. De plant is te herkennen aan zijn gele bloempjes en zijn paarse stengel. Hij wordt 30-90 cm hoog.

Bloeitijd
Juli-oktober

Giftige delen
Alle delen van de plant zijn giftig, zowel vers als gedroogd. Hij bevat veel gifstoffen. Deze werken op de lever in en veroorzaken bloedingen, necroses en levercirrose. Zelfs de honing van deze plant is giftig voor degenen die het eten. De verse plant wordt zelden gegeten omdat hij zeer bitter is maar gedroogd in het hooi herkennen paarden hem niet meer. De stengels van de plant zijn dan bruinpaars van kleur, de bloemen blijven gedroogd hun gele kleur behouden. Het probleem is dat het paard het gif niet meer kan uitscheiden en dus telkens meer beschadiging oploopt. De lever heeft een groot herstelvermogen en veel reservecapaciteit, dus als het paard uiteindelijk ziekteverschijnselen vertoont kan de lever al onherstelbaar beschadigd zijn. Er is geen therapie mogelijk.

Als een paard de plant eet kan dit soms leiden tot een acute vergiftiging die zich uit in spierzwakte, loomheid, versnelde ademhaling en polsslag, kolieken. Na enkele dagen tot weken sterft het dier een pijnlijke dood. Meestal sluimert de vergiftiging langzaam door. Deze vorm wordt "seneciosis" genoemd. Het paard krijgt een gebrek aan eetlust, sterke vermagering, verstopping, geelkleuring van de slijmvliezen (leverproblemen) ten gevolge van geelzucht. Ze worden sloom, geeuwerig, draaierig en gaan wankel lopen.

Als je vermoed dat er Jacobskruiskruid in je hooi zit kan je dat bij het laboratorium van de Gezondheidsdienst voor Dieren laten onderzoeken. Ga naar www.gdvdieren.nl en zoek op Jacobskruiskruid.

Informatie op andere sites:
Jakobskruiskruid.com (Nederlands)
Senecio jacobea (in het duits)
Senecio jacobea (in het engels)

bomen-jeneverbes1Jeneverbes - Juniperus

Eten van Jeneverbes kan leiden tot koliek, diarree en darmontstekingen. Bij een ernstige vergiftiging volgt de dood na 1-3 dagen.

Informatie op andere sites:
Juniperus sabina (in het duits)

bomen-jeneverbes2

karmoz1Karmozijnbes - Phytolacca amkarmoz2

ericana

Waar te vinden
De karmozijnbes is een overblijvende plant met grote, langwerpige verspreide bladeren. Hij heeft in het voorjaar kleine witte tot rode geurende bloemen in rechtopstaande trossen. Na de bloei worden dit meerdelige bessen die wel wat van bramen weg hebben. De bessen staan op de steel van de plant. De plant is te vinden in tuinen en parken.

Bloeitijd
Juni-september, vanaf augustus paarse bessen.

Giftige delen
De gehele plant en de onrijpe bessen zijn giftig. Vergiftiging leidt tot maagdarmontstekingen en diarree.

Informatie op andere sites
Phytolacca americana (in het engels)

 

Kervel (dolle) - Chaerophyllukervel
m temulum

Waar te vinden
Dolle kervel is een schermbloemige die meestal voorkomt in de berm of op ruige onontgonnen gebieden. Hij wordt 30-120 cm hoog.

Bloeitijd
Mei-juli

Giftige delen
Het gif zit in de jonge stengels en zaden. Vergiftiging leidt tot darmproblemen en verlamming. Paarden eten de plant zelden maar ze kunnen hem wel binnenkrijgen als hij na het hooien in het hooi terechtgekomen is.

Informatie op andere sites
Chaerophyllum temulum (in het duits)

Klaproos - Papaver rhoklaproos1
eas

Waar te vinden
De klaproos is een 1 jarige plant die in bermen en weilanden groeit. Klaproos groeit graag op net omgewoelde grond, als de grond wat meer inklinkt verdwijnt hij weer. Hij is 25-60 cm hoog.

Bloeitijd
Mei-juli

Giftige delen
Voornamelijk het sap van de plant is giftig. De plant is het giftigste als hij bloeit en als hij zaden vormt. Paarden eten de bloem of zaden zelden omdat hij niet lekker ruikt en smaakt. De zaden kunnen soms in het hooi terechtkomen en dan vergiftigingsverschijnselen veroorzaken: kolieken, darmverstoppingen, bloederige buikloop, zenuwverschijnselen.

Informatie op andere sites
Papaver rhoeas (in het duits)

 

hederaKlimop - Hedera helix

Waar te vinden
Deze klimop groeit langs muren en langs bomen. Hij kan 3 - 12 m lang worden. In de winter heeft hij blauwzwarte bessen.

Bloeitijd
September-december

Giftige delen
Vooral de bladeren en bessen zijn giftig. Het eten van grote hoeveelheden bessen geeft spijsverteringsproblemen. De bessen zijn echter erg bitter en worden dus zelden gegeten.

 

 

Kruisbloemenfamilie

In de paardenwei kan je de volgende giftige leden van de kruisbloemenfamilie tegenkomen:

  • zwarte mosterd (brassica nigra)
  • witte mosterd (sinapis alba)
  • herik (sinapis arvensis)
  • koolzaad (brassica napus)

Al deze planten hebben veel van elkaar weg. Verwarring komt dus ook gemakkelijk voor.

 

Zwarte Mosterd - Brassica Nigra
1-jarig kruid met gele bloempjes, wordt 60-120 cm hoog en bloeit van juni-september. Groeit langs wegen, dijken, in bermen, in weilanden en aan bosranden. Vergiftigingen treden op als paarden de zaden opeten. Ze worden dan suf, krijgen ontstekingen aan het maagdarmkanaal, lever, nieren en huid, kolieken, darmverstoppingen, ongecontroleerde bewegingen en gaan uiteindelijk dood door verlamming van de ademhalings- en hartspieren.

Witte mosterd - Sinapis Alba
Lijkt sterk op zwarte mosterd. Wordt 30-80 cm hoog en bloeit mei-juli. De zaden bevatten gifstoffen en veroorzaken dezelfde verschijnselen als zwarte mosterd. Zorg ervoor dat paarden deze zaden niet te eten krijgen.

Herik - Sinapis Arvensis
Herik is net als witte en zwarte mosterd een 1-jarige plant met gele bloemen. Wordt 30-80 cm hoog en bloeit mei-september. De zaden en groene delen bevatten giftige stoffen. Deze stoffen irriteren huid, maagdarmkanaal, lever en nieren en geven dezelfde verschijnselen als zwarte mosterd.

Koolzaad - Brassica Napus
Koolzaad groeit in berm en weide en wordt 60-120 cm hoog. Zomerkoolzaad bloeit in juli-augustus en winterkoolzaad april-mei. Voornamelijk de zaden bevatten giftige stoffen. Deze werken irriterend op de huid, maagdarmkanaal, lever en nieren.

Informatie op andere sites
Brassica nigra (in het duits)
Brassica napus (in het duits)

laurierkersLaurierkers - Prunus laurocerasus

Waar te vinden
Laurierkers of laurier (zo is de struik bij de meeste mensen bekend) is een flinke struik met grote, glimmende, dikke bladeren. Het is een groenblijvende plant. In mei heeft hij trossen met zoetgeurende witte bloemetjes. In de herfst komen hieruit donkerpaarse bessen. De struik kan 1 tot 4 meter hoog worden en je ziet hem meestal rond huizen als heg.

Bloeitijd
Mei

Giftige delen
De plant in zijn geheel is giftig. Jonge lichtgroene bladeren zijn het giftigste. Zij bevatten blauwzuurglycosiden die tot blauwzuurvergiftiging leiden. Dit uit zich in opwinding en ademhalingsstoornissen. Paarden kunnen er dood aan gaan zonder vergiftigingsverschijnselen van tevoren te krijgen. De plant is giftig voor paarden als er meer dan 5 kilo van gegeten wordt. Zorg ervoor dat de bladeren niet in het hooi terecht komen.

Informatie op andere sites
Prunus laurocerasus (in het duits)

Lelietje van Dalen - Convallaria lvd
majalis

Waar te vinden
Het Lelietje van Dalen vindt je vooral in tuinen, maar ze komt in het wild ook voor, in lichte bossen, onder struiken, in de duinen.

Bloeitijd
Mei-juni.

Giftige delen
De gehele plant is giftig. Verschijnselen na het eten kunnen zijn: darmproblemen, onregelmatige hartslag, overmatig
speekselen en verwijde pupillen.

Informatie op andere sites
Convallaria majalis (in het duits)
Convallaria majalis (in het engels)

Thujaoccidentalis(homeopatisch)Levensboom - Thujathuja_occidentalis_heg

Het eten van vooral takken van de Levensboom veroorzaakt ademhalingsmoeilijkheden, schuim om de mond en darmkrampen.
Thuja wordt veel gezien als heggen en heeft verschillende kleuren, van geelgroen tot donker blauwgroen. We vinden Thuja ook wel terug in de klassieke homeopathie.

Thuja occidentalis (in het duits)

 

lijnzaadLijnzaad (ongekookt) - Linum usitatissimum

 

Waar te vinden
Lijnzaad wordt gecultiveerd en gebruikt omdat er olie en een goede kwaliteit vlas uit gewonnen wordt. De plant wordt 1-1,5 cm hoog.

Bloeitijd
Juni-juli

Giftige delen
Jonge kiemplanten, bloemen, zaadhulzen en zaden zijn giftig. Het eten van de plant kan leiden tot blauwzuurvergiftiging. Versnelde ademhaling, een snelle pols, gevolgd door opwinding, verlamming en dood treden op. Pas na 10 minuten koken verdwijnen de gifstoffen uit het lijnzaad.

Goed gekookt lijnzaad of kant en klare lijnzaadbrokken leveren een positieve bijdrage aan de spijsvertering. Ze werken verzachtend bij ontstekingen van het maagdarmkanaal, urinewegen en slijmvliezen van het ademhalingsapparaat (bij hoesten). De zaden bevatten 3-6% slijmstoffen waardoor de darminhoud gladder wordt voor een betere darmpassage. Je kunt het ook als lijnzaadolie kopen.

Informatie op andere sites
Linum usitatissimum (in het duits)
Linum usitatissimum (in het engels)

Lupine - Lupinus

 

Waar te vinden
Lupines zijn meestal in de tuin te vinden maar af en toe kom je ook wel eens verwilderde exemplaren tegen in bos of weide. De planten kunnen 40-150 cm hoog worden en krijgen behaarde peulen.

Bloeitijd
Juni-september.

Giftige delen
Voornamelijk de zaden bevatten giftige stoffen ook nog schadelijk zijn in het hooi. Als paarden veel wilde lupine binnenkrijgen kunnen ze last krijgen van zenuwverschijnselen met krampaanvallen, onrust, verhoogde prikkelbaarheid, gebrek aan eetlust, temperatuurstijging. Binnen 2-5 dagen kunnen ze sterven door ademhalingsstilstand. Zoete lupine is weinig giftig omdat deze een lage dosis gifstoffen bevat.

Informatie op andere sites
Lupinus spp. (in het duits)
Lupinus spp. (in het engels)

Nachtschadefamilie - Solanaceae

De nachtschadefamilie is een familie die een aantal zeer schadelijke planten bevat. Ook de tomaat en aardappel behoren tot deze familie. De bloemen van de planten uit deze familie lijken veel op elkaar. Na de bloei krijgen ze opvallende donkerpaarse of rode bessen die net als de bloemen erg giftig zijn.

De nachtschadefamilie is een familie die een aantal zeer schadelijke planten bevat. Ook de tomaat en aardappel behoren tot deze familie. De bloemen van de planten uit deze familie lijken veel op elkaar. Na de bloei krijgen ze opvallende donkerpaarse of rode bessen die net als de bloemen erg giftig zijn.

 

Wolfskers* - Atropa bella donna
Wolfkers komt tegenwoordig in het wild bijna alleen nog maar in Zuid-Limburg voor. Je kunt hem wel in tuinen nog overal tegenkomen. Hij wordt 50-150 cm hoog en bloeit in juni-augustus. Wortels, bessen, bloemen en bladeren bevatten gifstoffen die ook na drogen giftig blijven. De plant heeft donkerpaarse klokjesbloemen en bessen die eerst groen zijn en na het rijpen donkerpaars. De plant is voor mensen zeer giftig maar voor paarden alleen na het eten van grote hoeveelheden. Doordat de plant in Nederland bijna niet voorkomt vormt hij dus weinig gevaar.

Bilzekruid* - Hyoscyamus niger
Deze 1 jarige plant met getande bladeren wordt 30-80 cm groot, bloeit van juni-oktober en is in Nederland vrij zeldzaam. Hij bloeit op mesthopen en in bermen. Alle delen zijn giftig, vooral de wortels en de zaden. De plant bevat alkaloïden die ook na het drogen giftig blijven. Paarden eten de planten zelden omdat hij nogal sterk ruikt. Hij kan echter in het hooi terechtkomen en op die manier het paard vergiftigen. Hij leidt tot onderdrukking van het centrale zenuwstelsel en hallucinaties.

Doornappel* - Datura stramonium
Doornappel is een flinke, grillige plant met grote kartelige bladeren en stekelige vruchten. Hij groeit meestal in tuinen (zit in zaaimengsels met wildbloemen), op mesthopen, braakliggende terreintjes, composthopen of vuilnisbelten. De plant wordt 15-100 cm hoog en bloeit van juni-september. Alle plantendelen zijn giftig (alkaloïden) en blijven na drogen ook in het hooi giftig. Paarden zullen de plant niet gauw eten omdat hij nogal sterk ruikt. Vergiftiging leidt tot onderdrukking van het centrale zenuwstelsel en hallucinaties.

Aardappelplant* - Solanum tuberosum
Aardappel is een plant die meestal op de akker groeit dus niet zomaar door paarden gegeten wordt. De plant wordt 50-100 cm hoog en bloeit juli - september met lichtpaarse bloempjes. Bessen, stengel en bladeren, groene knollen en knolscheuten bevatten de gifstof solanine. Het gif zit niet in rijpe verse knollen. Wel weer in oude beschimmelde knollen. Solanine geeft een giftige werking op het maagdarmkanaal en veroorzaakt een afbraak van rode bloedlichaampjes. Een rauwe verse rijpe ecologische aardappel in een voorgeschreven reinigingskuur kan dus geen kwaad. Laat je paard geen bladeren eten en geen onrijpe of beschimmelde aardappelen of schillen eten. Het liefst ook geen gewone aardappelen omdat er vaak landbouwgif net onder de schil opgeslagen ligt.

Bitterzoet* - Solanum dulcamara
Bitterzoet is een struik van 30-200 cm die te herkennen is aan zijn paarse bloempjes met felgeel hartje en felrode bessen. De bessen lijken op erwten als ze onrijp zijn. Hij bloeit van juni-september. Hij groeit op vochtige plaatsen, in heggen, kreupelhout en in de duinen. De groene bessen zijn het giftigst (alkaloïden). Ook bladeren, stengel en rode bessen bevatten gifstoffen die niet verloren gaan na droging in het hooi. Paarden eten de plant niet omdat ze de plant niet lusten. Grote hoeveelheden bessen kunnen leiden tot maagslijmvliesbeschadiging.

Zwarte Nachtschade* - Solanum nigrum
Zwarte nachtschade is een plant die veel wegheeft van de aardappelplant. Hij heeft witte bloempjes met een geel hartje en donkerpaarse bessen. Als de bessen onrijp zijn lijken ze op erwten. De plant is 7-60 cm hoog en bloeit in juni en in de herfst. Hij is bijna overal te vinden: weides, akkers, tuinen, bermen en bossen. Vooral de onrijpe bessen zijn giftig. Verder de bladeren en de stengel. De rijpe bessen zijn niet giftig. Paarden eten de plant niet vanwege de sterke smaak. Gebeurt het toch dan kunnen ze last krijgen van maagdarmstoornissen, verwijding van de pupillen, neerslachtigheid, gaan liggen in de stal, ongecoördineerde bewegingen, versnelde ademhaling en hartslag.

Informatie op andere sites
Atropa bella donna (in het duits)
Atropa bella donna (in het engels)
Hyoscyamus niger (in het duits)
Datura stramonium (in het duits)
Datura spp. (in het engels)
Solanum tuberosum (in het duits)
Solanum dulcamara (in het duits)
Solanum nigrum (in het duits)
Solanum spp. (in het engels)

Narcissen - Narcissus

narcis

Waar te vinden
De narcis bloeit in tuinen en parken en verwilderde exemplaren kom je ook wel eens in bos en weide tegen. Hij wordt 30-60 cm hoog.

Bloeitijd
April-mei.

Giftige delen
Vooral de bol is giftig en bevat verschillende alkaloïden. In de buitenste schubben van de bol komen giftige stoffen voor. Het eten van de bol leidt tot maagdarmontsteking, krampen en verlammingsverschijnselen. Evenals de narcis zijn ook bolgewassen als tulpen, hyacinthen en sneeuwklokjes giftig voor paarden.

Informatie op andere sites
Narcissus (in het duits)

oleanderOleander* - Nerium oleanderWaar te vinden

Oleander is een sierplant die je rond de middellandse zee ook vaak in het wild tegenkomt. Hier in Nederland vind je hem meestal in tuinen en parken. Het is een wintergroene harde struik met smalle, leerachtige bladeren die grijsgroen glanzend van kleur zijn en aan de onderkant mat. Hij heeft meestal rozerode bloemen, maar soms kom je hem ook met witte of gele bloemen tegen. Hij wordt 1.5 tot 5 meter hoog.

Bloeitijd
Juli-augustus.

Giftige delen
Ondanks zijn mediterrane uiterlijk is het niet bepaald een zonnig type te noemen. De gehele plant is erg giftig en ook na het drogen behoudt hij zijn giftigheid. Zijn gifstoffen geven dezelfde effecten als vingerhoedskruid. Het sap kan huidirritaties geven. Verder komen de volgende symptomen voor: maagdarmontstekingen met kolieken en bloederige diarree, verwardheid, pupilverwijding, hartritmestoornissen, hartzwakte, verzwakte ademhaling, coma en dood door hartstilstand.

Vergiftigingen komen gelukkig zelden voor. De plant smaakt namelijk zeer bitter en nodigt daarom niet snel uit tot eten. Paarden komen meestal ook niet in de tuin en dat is toch wel de plek waar je deze plant meestal tegenkomt. 30-60 gram blad van de struik kan al dodelijk zijn voor paarden. De plant kan zijn giftigheid ook afgeven als hij gedroogd in het hooi terechtkomt of als er per ongeluk bladeren in een plas water terechtkomen waaruit paarden ook wel eens drinken.

Informatie op andere sites
Nerium oleander (in het duits)
Nerium oleander (in het engels)

Paardenstaartenfamilie - Equisetaceae

Waar te vinden

Tot de paardenstaartenfamile behoren de heermoes of akkerpaardenstaart (equisetum arvense) en moeraspaardenstaart (equisetum palustre). Het zijn planten die in Nederland bijna overal voorkomen. De moeraspaardenstaart wat meer in vochtige gebieden dan de akkerpaardenstaart. Ze worden tot 50 cm hoog en dragen geen vruchten.

Bloeitijd
n.v.t.

Heermoes - Equisetum arvense
Heermoes bevat een enzym dat vitamine B1 afbreekt. Heeft het paard teveel Heermoes gegeten, dan wordt het schrikachtig, krijgt een wankele gang, wordt prikkelbaar, krijgt verminderde reflexen, kan plotseling neervallen en kan vervolgens geheel verlamd raken en dood gaan. Vergiftigde paarden worden mager zonder hun eetlust te verliezen. In de kruidengeneeskunde wordt heermoes gebruikt bij spierpijn, jicht, reumatische klachten, voor de vrouwelijke organen, voor nierproblemen, blaas- en urinewegproblemen (urineafdrijvende werking), voor problemen met ademhalingsorganen. De plant is bloedstelpend, bloedzuiverend en wondgenezend. Hij versterkt bindweefsel, nagels, huid, haren en broze botten. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat paarden de plant soms toch in kleine hoeveelheden eten.

Moeraspaardenstaart - Equisetum palustre
Deze plant bevat evenals de heermoes een enzym dat vitamine B1 afbreekt, daarnaast ook andere giftige stoffen. De vergiftigingsverschijnselen zijn hetzelfde als bij de heermoes.

Informatie op andere sites
Equisetum arvense (in het duits)
Equisetum palustre (in het duits)
Equisetum arvense and other spp. (in het engels)

Papaver (Slaapbol) - Papaver somniferum

papaver1

Waar te vinden
Een 1 jarige plant die in bermen en braakliggende terreinen groeit, maar ook als gecultiveerde plant in tuinen en parken. Papaver kan tot 60-120 cm hoog worden.

Bloeitijd
Juni-augustus.

Giftige delen
De gehele plant is giftig, vooral de onrijpe zaden. Als de bollen rijp zijn, zijn ze niet meer giftig. De onrijpe stengels en zaaddozen die in het hooi terechtkomen kunnen leiden tot vergiftigingsverschijnselen als: rusteloostijd, veel speekselen, verhoogde ademhalingsfrequentie, verlaging van de lichaamstemperatuur en bewusteloosheid.

Informatie op andere sites
Papaver somniferum (in het duits)

 

 

Rhododendron (Azalea) - Rhododendron

rhododendron

Waar te vinden
Rhododendrons zijn te vinden in bossen, parken en tuinen en worden 20-250 cm groot.

Bloeitijd
Februari-juli.

Giftige delen
Vooral de bladeren en de bloemen van de planten zijn giftig. Het eten van de planten kan leiden tot een sterke speekselvloed, krampen, spiertrillingen, spierzwakte, onzekere gang, hoesten en een verzwakte ademhaling. Deze planten mogen niet voorkomen in en om de wei, maar laat ook geen snoeiafval van Rhododendrons of Azalea's liggen op plekken waar paarden er bij kunnen komen.

Giftige delen
Vooral de bladeren en de bloemen van de planten zijn giftig. Het eten van de planten kan leiden tot een sterke speekselvloed, krampen, spiertrillingen, spierzwakte, onzekere gang, hoesten en een verzwakte ademhaling.Deze planten komen niet voor in en om de wei, maar laat ook geen snoeiafval van Rhododendrons of Azalea's liggen op plekken waar paarden er bij kunnen komen.

Informatie op andere sites
Rhododendron spp. (in het duits)

ridderspoorRidderspoor* - Delphinium consolida

Waar te vinden

Deze 1- of 2-jarige plant heeft een rechte, vertakte stengel met blauwe bloemtrossen. Hij wordt 20-40 cm hoog. Hij is vrij zeldzaam in Nederland. Hij groeide vroeger vooral op akkers. Tegenwoordig wordt hij als cultuurplant veel in tuinen gebruikt.

Bloeitijd
Juni-augustus.

Giftige delen
Grote hoeveelheden van de plant leiden tot bewegingsstoornissen en ademhalingsstoornissen die de dood tot gevolg kunnen hebben.

Informatie op andere sites
Delphinium consolida (in het duits)
Delphinium spp. (in het engels)

stjans3Sint-Janskruid - Hypericum perforatum

Waar te vinden

Sint-Janskruid groeit in hooilanden, wegbermen, bosranden, heggen, langs akkers.

Bloeitijd
Juni-september.

Giftige delen
De hele plant is giftig, en blijft ook giftig als hij gedroogd is. Hij veroorzaakt fotosensibiliteit; witte, ongepigmenteerde huid wordt gevoelig voor zonlicht. De huid raakt ontstoken en kan zelfs geheel loslaten. Dezeplekken zijn zeer pijnlijk. Het paard moet op stal gezet worden, en de plekken moeten worden behandeld. Andere symptomen zijn geen trek in eten, zwakte, onzeker lopen en coma.

Informatie op andere sites
Hypericum perforatum (in het duits)
Hypericum perforatum (in het engels)

stgouwe2Stinkende Gouwe - Chelidonium majus

Waar te vinden

De stinkende gouwe groeit onder heggen en kreupelhout, rondom oude vervallen boerderijen en stortplaatsen van bouwafval. Hij wordt 30-120 cm groot. Zijn gele bloemen hebben wel iets weg van boterbloemen.

Bloeitijd
Mei-oktober.

Giftige delen
Het (geeloranje) sap van stengel en bladeren is giftig evenals de wortel die in de herfst het giftigste is. Deze giftigheid gaat bij drogen verloren. Na het eten van grote hoeveelheden van de plant treden bloederige ontstekingen van het maagdarmkanaal, versnelde ademhaling, bloedstuwing in lever en longen, duizeligheid en sufheid op. Omdat de plant niet op weides groeit en hij nogal bitter en scherp smaakt wordt hij zelden door paarden gegeten.

Informatie op andere sites
Chelidonium majus (in het duits)
Chelidonium majus (in het engels)

Tabak - Nicotiana Tabacum

tabak

Waar te vinden
De tabaksplant komt niet in het wild voor. De planten vind je meestal in tuinen waar je paard normaal gesproken niet zomaar los in rond zal lopen. Het is een 1 jarige plant met trompetvormige bloemen die 90-150 cm hoog wordt.

Bloeitijd
Juni-oktober.

Giftige delen
Alles behalve de rijpe zaadjes is giftig. De plant bevat het alkaloïde nicotine dat minder wordt na het drogen. 300-500 gram nicotine is dodelijk voor een paard. Het eten van de plant kan leiden tot maagdarmproblemen, slijmvliesprikkeling, versnelde ademhaling, spiertrillingen en verlamming. Laat je paard dus niet van gedroogde tabak of sigaretten eten.

Informatie op andere sites
Nicotiana Tabacum (in het duits)

Taxus* (of venijnboom) - Taxus baccata

Waar te vinden

Taxus is een struik met naaldachtige donkergroene blaadjes en felrode bessen die je meestal als haag rond tuinen aantreft.

Bloeitijd
Juni-augustus.

Giftige delen
De blaadjes, schors, en de pitten van de bessen zijn giftig. De giftige werkstof blijft ook na drogen behouden. Bladeren en bessen zijn zeer giftig voor paarden. Al na 5 minuten kan een paard dood neervallen als hij ze gegeten heeft.

Informatie op andere sites
Taxus baccata (in het duits)
Taxus cuspidata (in het engels)

 

Varens - Hypolepidaceae

Waar te vinden
Varens zijn forse planten met veerachtige bladeren die je tegenkomt in bos of park. In het bos kom je vooral de Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) tegen.

Bloeitijd
N.v.t.

Giftige delen
Alle delen en vooral de wortel zijn giftig. Zelfs als de plant in het hooi terechtkomt blijft hij zijn giftigheid behouden. Hij bevat tevens een enzym dat vitamine B1 afbreekt en zo tot zenuwstoornissen leidt. Als er geen behandeling wordt gedaan kan het eten van vooral Adelaarsvaren tot de dood leiden.

Informatie op andere sites
Pteridium aquilinum (in het duits)
Pteridium aquilinum (in het engels)

vingerhVingerhoedskruid - Digitalis purpurea

Waar te vinden

Vingerhoedskruid is een 2 jarige plant met klokvormige bloemen die je meestal in tuinen tegenkomt. De bloemen worden veelvuldig door hommels bezocht. Je hebt ze in verschillende kleurvarianten van wit tot paars en combinaties daarvan. Vaak vind je ook verwilderde exemplaren in het bos. Hij wordt 30-150 cm hoog.

Bloeitijd
Mei-oktober

Giftige delen
Alle delen van de plant zijn giftig, vooral de bladeren en de zaden. Na droging zijn de plantendelen nog steeds giftig. Vergiftiging leidt tot diarree, koliek, onregelmatige hartslag, spasmen en dood door hartstilstand. Na kauwen treden mond- en keelontstekingen op.

Informatie op andere sites
Digitalis purpurea (in het duits)
Digitalis purpurea (in het engels)

Wikke - Vicia

Waar te vinden

Wikke is een sierlijke woekerplant met veervormige bladeren en rankvormige vertakkingen die zich om andere planten heen draaien. Hij heeft paarsblauwe trosjes bloemen. Hij wordt 5-150 cm lang.

Bloeitijd
Mei-juli

Giftige delen
Alle delen van de plant zijn giftig, vooral de boonachtige zaden. Vergiftiging leidt tot leverbeschadiging, gevoeligheid voor zonlicht en geelzucht. Ook verlamming van de slokdarm, diarree en bloederige urine kunnen optreden.

Informatie op andere sites
Vicia spp. (in het engels)

kardi2Wilde Kardinaalsmuts - Euonymus europaeus

 

Waar te vinden
De wilde Kardinaalsmuts vind je meestal in tuinen en parken. Hij wordt ook soms gebruikt in houtwallen. Het is een struik die 1,5 - 6 m hoog kan worden.
Je herkent hem aan zijn rozerode bloemhuisjes die zich aan het eind van de zomer openen waardoor je de feloranje zaden te zien krijgt.

Bloeitijd
Mei.

Giftige delen
De zaden, bladeren en bast zijn giftig. De bladeren zijn in de zomer giftiger dan in de herfst. Het eten van de plant kan leiden tot buikkrampen, darmontstekingen, buikloop, bloedcirculatiestoornissen, krampen en sufheid.

liguster2Wilde Liguster - Ligustrum vulgare

Waar te vinden
De liguster is een plant die meestal gebruikt wordt om hagen van te maken. Hij wordt 1-3 m hoog.

Bloeitijd
Mei-juni.

Giftige delen
Vooral de bessen, bladeren en bast zijn giftig. Vergiftiging leidt tot buikklachten, zwakke polsslag, daling van de lichaamstemperatuur, spiersamentrekkingen en stuipen. Soms treedt ook de dood op.

Wilde- of Waterscheerling - Cicuta virosawatersch1

Waar te vinden
De scheerling is een plant uit de schermbloemigenfamilie die meestal aan de kant van het water groeit. Je ziet hem vaak bij slootjes die de weilanden van elkaar afscheiden. Hij wordt 60-150 cm hoog.Bloeitijd

Juni-augustus.

Giftige delen
Het sap van de plant is giftig en ook de wortel. De plant bevat een gifstof die ook na drogen in het hooi schadelijk is.Het gif werkt in op de zenuwen en veroorzaakt stuipen en spierkrampen. Het veroorzaakt een brandende pijn in de keel en de mond, speekselvloed, kolieken, verwijding van de pupillen, krampaanvallen, stuipen gevolgd door uitputting, bewusteloosheid en uiteindelijk de dood.Informatie op andere sites
Cicuta virosa (in het duits)
Cicuta spp. (in het engels)

bomen-acacia1Witte Acacia - Robinia pseudoacacia

Waar te vinden

De van oorsprong Noord-Amerikaanse boomsoort is genoemd naar vader en zoon Jean en Vespasien Robin, lijfartsen van koning Hendrik IV van Frankrijk. Deze plantten in 1601 een robinia in de tuin van het Louvre in Parijs. Robinia pseudoacacia verwijst enerzijds naar Jean Robin en anderzijds naar de acacia. Acacia komt van het Griekse akis: doorn. Robinia pseudoacacia behoort niet tot het geslacht Acacia maar lijkt er op in het bezit van scherpe stekels op de takken. Vandaar ook de soortsaanduiding "pseudoacacia". Men spreekt dan ook over witte acacia of valse acacia.

Robinia wordt als parkboom veel in steden aangeplant omdat deze plant niet alleen als een mooie verschijning met mooie bloemen wordt gezien, maar ook goed tegen vervuiling bestand is. Als productieboom levert hij hardhout van duurzaamheidsklasse 1 met een zeer hoge weerstand tegen aantasting door insecten en rot. Bij het bewerken van het hout kan stof vrijkomen dat leidt tot misselijkheid, hoofdpijn en braakneigingen.

Bloei:
mei, juni en juli

Giftige delen
Vooral de bast van de Witte acacia is erg giftig en kan mondontstekingen en koliek veroorzaken. Grotere hoeveelheden kunnen er tekenen zijn van anorexia, depressie, incontinentie, kolieken, algehele zwakheid en hartritme stoornissen. De symptomen beginnen een uurtje na het nuttigen en het paard dient onmiddellijk medische zorg te krijgen. Voor paarden kan het zelfs dodelijk zijn.

Robinia psuedoacacia (Nederlands)
Robinia pseudoacacia (in het duits)

Wolfsmelk (Euphorbia)

Waar te vinden

Wolfsmelk is een 1 jarige plant waarvan de blaadjes van onderuit langzaam overgaan van groene blaadjes in gele bloempjes. Hij groeit in tuinen en bermen.

Bloeitijd
April-mei

Giftige delen
De zaden en het sap van de plant zijn giftig. Deze giftigheid gaat niet verloren na het drogen. Paarden zullen de plant niet gauw eten omdat hij een sterke geur en smaak heeft. Het gif is brandend op de huid. Bij inname leidt het tot maagdarmontstekingen en krampen.

Informatie op andere sites
Euphorbia cyparissias (Cypreswolfsmelk; in het duits)
Euphorbia spp. (in het engels)

Betrouwbare methode voor vaststellen van zomereczeem

Dierenarts Chantal Meulenbroeks promoveerde op 5 januari op dit onderwerp aan de Universiteit van Utrecht, faculteit diergeneeskunde.

Samen met Wageningen UR heeft Meulenbroeks onderzoek gedaan naar een diagnostische methode waarmee de specifieke de binding tussen allergenen en antistoffen *) gemeten kan worden. In haar proefschrift toont Meulenbroeks aan dat dit een geschikte diagnostische methode is voor het vaststellen van zomereczeem, ook wel staart- en maneneczeem genoemd. Het gebruik van allergenen afkomstig van knutten uit de leefomgeving van het paard is van groot belang gebleken voor een juiste diagnose. Dankzij dit onderzoek is er nu meer bekend over het ontstaan van de aandoening. Kennis die mogelijkheden biedt voor betere diagnostiek en behandelmogelijkheden.

Chantal Meulenbroeks deed onderzoek naar staart- en maneneczeem (SME), een veel voorkomende allergische huidaandoening bij paarden en pony’s. Effectieve preventie- of behandelmethoden zijn er nog niet. Daarnaast is er grote behoefte aan een betrouwbare diagnostische test voor SME, dat momenteel uitsluitend op basis van de klinische verschijnselen (‘met het blote oog’) wordt vastgesteld.

SME wordt veroorzaakt door de beten van kleine insecten uit de familie van de Culicoides, ook wel knutten genoemd. Speeksel van knutten veroorzaakt een reactie die tot hevige jeuk leidt. Door krabben, bijten en schuren ontstaan huidveranderingen zoals roodverkleuring, schilfering, korstvorming, verdikking van de huid en haarverlies, de typische verschijnselen van SME.

Tijdens het onderzoek werd vastgesteld dat het afweersysteem van niet-allergische individuen wel degelijk reageert op de allergenen maar dan met een zogeheten T helper 1 (Th1) immuunreactie. Stimuleren van deze Th1 reactie en/of remmen van de Th1, zou de aangewezen weg kunnen zijn bij de ontwikkeling van nieuwe therapieën, zeker wanneer hiervoor door dit onderzoek op termijn ook geschikte eiwitten gevonden worden.

Meulenbroeks toonde tevens aan dat basofielen (een type witte bloedcellen) een rol kunnen spelen in het onderdrukken van het afweersysteem. Dat doen ze door het activeren van regulatoire T-cellen tijdens een allergeen-specifieke reactie. Dit zou ook een aangrijpingspunt kunnen zijn voor de behandeling van SME.

Tenslotte onderzocht ze in een pilot studie het effect van ultraviolet B (UVB)-licht op immuunreactiviteit bij SME. Bij andere huidaandoeningen leidt deze therapie tot een verbetering van de klinische verschijnselen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of paarden met SME gebaat zijn bij deze behandeling.

 Bron: www.uu.nl

 

PPID, Ziekte van Cushing

Uit: VrijRuiter – tekst: dierenarts Roos Stoop.

De Ziekte van Cushing is een term die vooral mensen met een ouder paard zullen herkennen. De ziekte komt namelijk vrij vaak voor bij senioren. De moderne term PPID en de oude ingeburgerde term ‘de ziekte van Cushing’ worden nog regelmatig door elkaar heen gebruikt. Het is een hormonale verstoring bij paarden en pony’s. Deze ziekte komt ook voor bij mensen en honden, maar hij laat bij ieder soort een ander beeld zien. In dit artikel wordt de, voor paarden wetenschappelijk correctere term, PPID gehanteerd. De afkorting staat voor: Pituitary (= de Engelse benaming voor hypofyse) Pars (= deel) Intermedia (= tussenin) Dysfunction (verstoord functioneren).

illutratie Tessa doorzichtig

PPID is een progressieve (voortschrijdende) hormonale verstoring die zijn oorsprong vindt in de hypofyse, een klier die onder de hersenen hangt (zie illustratie). Deze klier speelt een belangrijke rol bij de hormoonhuishouding van het paard. Hij is opgebouwd uit drie kwabben: de voorkwab, de middenkwab en de achterkwab. Elke kwab geeft een ander soort hormonen af. Net boven de hypofyse ligt nog een klier, die de hypothalamus wordt genoemd. De hypothalamus bestuurt de hypofyse met behulp van zenuwen die daartussen lopen. De hypothalamus maakt de stof dopamine aan. Dopamine regelt de afgifte van het stresshormoon ACTH uit de middenkwab van de hypofyse. Bij paarden kunnen de zenuwen tussen de hypothalamus en de hypofyse aftakelen ten gevolge van ouderdom. Daardoor krijgt de middenkwab van de hypofyse onvoldoende dopamine aangeboden met een ontremming van de afgifte van hormonen door de middenkwab tot gevolg. Er ontstaat een goedaardige woekering van de cellen in de hypofyse ter hoogte van de middenkwab. Het gevolg hiervan is een overmatige afgifte van het stresshormoon ACTH. De bijnieren gaan, onder invloed van de gestegen ACTH afgifte, meer corticosteroïden afgeven. De hormoonbalans van het paard raakt hierdoor uit balans.

Hoe kan ik PPID bij mijn paard herkennen?

PPID komt voornamelijk, maar niet uitsluitend, voor bij oudere paarden. Ongeveer 15% van de paarden ouder dan 15 jaar heeft deze aandoening. Vroeger werden de verschijnselen van PPID vaak niet herkend. Men dacht dat de waargenomen veranderingen onderdeel waren van het normale verouderingsproces van paarden. De veranderingen ten gevolge van PPID zijn divers en variëren in ernst. Ze worden veroorzaakt door de hormonale disbalans of door de druk die de vergrote hypofyse op zijn omgeving uitoefent. In het beginstadium treden er vaak subtiele veranderingen op, zoals een verminderde alertheid en werklust. In een later stadium worden de veranderingen vaak ernstiger en kenmerkender. De bekendste verandering die bij PPID op kan treden is een lange (krullende) vacht, ook in de zomer (foto 1). Deze vacht wordt “hirsutisme” genoemd. Dit komt regelmatig voor maar het is zeker niet bij alle PPID patiënten aanwezig. De hinder die de paarden van de ‘te dikke jas’ ondervinden is doorgaans beperkt. Eventueel kan een (zomer)scheerbeurt uitkomst bieden.

PPIDvacht

Bij paarden met PPID kan een lange krulvacht optreden. 

De gevolgen van de hormonale disbalans bij PPID zijn echter niet altijd zo ‘onschuldig’ en gemakkelijk op te lossen. Helaas zal bij ongeveer een kwart van de paarden met PPID de zeer pijnlijke, soms onomkeerbare, aandoening hoefbevangenheid optreden (foto 2).

Isa vetbult boven de ogen

Vetbult boven het oog van een pony met PPID (foto: archief dierenarts Roos Stoop)

Andere afwijkingen die bij paarden met PPID kunnen worden waargenomen zijn:
• Overmatig drinken en plassen.
• Vermindering van spiermassa en vermagering komt regelmatig voor (foto 2).
• Verminderde afweer met als gevolg verhoogde gevoeligheid voor ontstekingen (luchtweginfecties, bijholteontstekingen, huidinfecties, ontstekingen in de mond en worminfecties) en een tragere wondgenezing
• Langzaam verharen en plukjes lang haar op de benen.
• PPID patiënten kunnen insulineresistentie (suikerziekte) ontwikkelen. Insulineresistentie verhoogt het risico op het ontwikkelen van hoefbevangenheid.
• Er kunnen lokale vetophopingen ontstaan, met name:
• Vetbulten boven de ogen.
• Een bolle hangbuik.
• De eetlust kan toenemen.
• PPID patiënten kunnen overmatig (hyperhidrose) of juist helemaal niet (anhidrose) zweten.
• De oogzenuwen liggen in de directe omgeving van de hypofyse (figuur 1). Door groei van de hypofyse kan druk op de oogzenuwen en zelfs blindheid ontstaan.
• Merries kunnen een afwijkende hengstigheid en verminderde vruchtbaarheid vertonen.
• In zeldzame gevallen worden aanvallen gezien waarbij het lijkt of het paard ineens slaapt (narcolepsie) of flauwvalt.

Het is aan te raden om paarden ouder dan 15 jaar met één of meerdere van de genoemde symptomen te laten testen op PPID, zeker als er sprake is van hoefbevangenheid! In de vakliteratuur worden diverse PPID testen omschreven. De eenvoudigste en meest gebruikte test is het bepalen van de waarde van het hormoon ACTH. De uitslag van dit bloedonderzoek is meestal binnen enkele dagen bekend.

Aandachtspunten bij deze test zijn 
• Stress kan het ACTH-niveau in het bloed verhogen. Deze test dient daarom te geschieden in een voor het paard vertrouwde en rustige setting. Bij een acute hoefbevangenheid kan de ACTH waarde ten gevolge van pijn ook stijgen.
• ACTH normaalwaarden schommelen onder invloed van de seizoenen. Het ACTH niveau in het bloed is zowel bij gezonde als bij PPID patiënten van augustus tot en met oktober hoger dan de rest van het jaar. In deze maanden vinden er hormonale aanpassingen plaats in het paardenlichaam ter voorbereiding op de winter. De ACTH normaalwaarden zijn daarom seizoensafhankelijk.
• Het afgenomen bloed moet na afname vlot gekoeld worden.

Je dierenarts kan je voorlichten over de testmethode die het beste bij jouw paard past.

PPID lijkt in bepaalde opzichten op Equine Metabool Syndroom (EMS)

Zo kan er bij beide aandoeningen sprake zijn van; insulineresistentie, hoefbevangenheid en plaatselijke vetophopingen. De voorkeursplaatsen voor deze ophopingen zijn echter verschillend. Bij PPID patiënten worden de ophopingen voornamelijk boven de ogen (zie foto boven) en onderaan de buik (hangbuik) aangetroffen, terwijl paarden met EMS vetophopingen kunnen vertonen bij de nek, de schouder en de staartbasis.

Er zijn ook duidelijke verschillen tussen PPID en EMS patiënten. Zo ontstaat PPID meestal pas bij oudere paarden, terwijl EMS zich meestal al op jonge leeftijd ontwikkelt. Paarden die alleen aan EMS lijden tonen geen vachtveranderingen of afname van de spiermassa en zullen niet overmatig plassen/drinken. Een paard kan echter ook beide ziektes onder de leden hebben!

Helaas kan PPID tot op heden nog niet worden genezen. Wel kunnen we PPID patiënten ondersteunen met behulp van onderstaande maatregelen en middelen.

Regelmatig en vakkundig hoefonderhoud: waarbij speciale aandacht moet zijn voor de eventuele tekenen van een naderende hoefbevangenheid.

Regelmatige vakkundige gebitsverzorging: gebitsverzorging bij paarden is een vrij beroep, hierdoor is er helaas veel ‘kaf tussen het koren’. Ondeskundige behandelingen kunnen onherstelbare schade, in plaats van verbetering, veroorzaken. Laat je paard daarom behandelen door een dierenarts die zich houdt aan de richtlijnen ‘kwalitatieve tandheelkunde paard’.

Zorgvuldige vacht- en wondverzorging: paarden die zweten ten gevolge van een overmatige vacht kunnen (in de winter deels) geschoren worden. De genezing van wondjes dient zorgvuldig opgevolgd te worden.

Een (ont)wormbeleid op maat: je dierenarts kan je adviseren met betrekking tot weidemanagement, ontworming en mestonderzoek.

Uitgebalanceerde voeding en natuurlijke middelen kunnen vaak een waardevolle ondersteuning bieden voor PPID patiënten.
In VrijRuiter editie december 2015 is een vervolgartikel verschenen over de wijze waarop PPID patiënten met voeding en natuurgeneeskunde ondersteund kunnen worden.

PPID_Monnikspeper

Monnikspeper, gedroogd, kan ondersteunend werken bij PPID. f(oto: Justkarin.nl)

 

Medicatie

Naast deze maatregelen bestaat er medicatie, die levenslang gegeven dient te worden. Deze tabletten bevatten dezelfde werkzame stof (pergolide) als de medicatie die voorgeschreven wordt voor mensen met de ziekte van Parkinson. Pergolide remt de afgifte van hormonen door de hypofyse-middenkwab. Deze tabletten kunnen een belangrijke bijdrage leveren bij de behandeling van PPID. In mijn praktijk ervaar ik wel enige moeilijkheden bij het verstekken van de tabletten aan mijn patiënten.Het zijn kostbare tabletten die vaak levenslang gegeven dienen te worden. Voor sommige eigenaren is deze behandeling voor hun paard daarom financieel niet haalbaar.De voorschrijvende dierenarts moet een officiële pagina in het paspoort invullen waardoor het paard nooit meer mag worden geslacht.Mogelijke bijwerkingen zijn; zweten, afname van de eetlust, een milde depressie, diarree en koliek.

De ACTH bloedtest dient regelmatig herhaald te worden om de optimale dosering voor het paard te achterhalen. De optimale dosis is namelijk per individu verschillend en niet per definitie afhankelijk van het lichaamsgewicht. Zo kunnen mensen met de ziekte van Parkinson dezelfde dagdosering pergolide krijgen als een PPID paard van 700 kg.
Het doel is om de laagst mogelijke effectieve dosis pergolide per individu te achterhalen. Een volgende uitdaging dient zich aan… Een hele tablet voor paarden bevat 1 mg pergolide en slechts één breukstreep. Ten gevolge van deze tabletconcentratie en vorm zijn doseringstapjes van minimaal 0,5 mg pergolide praktisch het best uitvoerbaar. Bij kleinere stapjes van bijvoorbeeld 0,25 mg per keer zou de halve tablet (met een pillenknipper of mesje) nog een keer gebroken moeten worden. Het zou praktischer zijn indien ook de paardentabletten, net als bij de menselijke variant, naast de 1 mg tabletten ook beschikbaar zouden worden gesteld in tabletten van 0,25 mg met een breukstreep. Zo zou het mogelijk worden om zonder veelvuldig breken van de tabletten nauwkeurigere dosisaanpassingen uit te voeren in de zoektocht naar de laagst mogelijke effectieve dosis per individu. Bij een totaalaanpak met bovenstaande ondersteunende middelen en maatregelen ervaar ik in mijn praktijk namelijk regelmatig dat zowel pony’s als paarden voldoende kunnen hebben aan een dagdosering van 0,25 mg om zowel hun klachten als ACTH-bloedwaarde onder controle te krijgen.

De groei van de middenkwab is helaas een voortschrijdend proces. Het is daarom belangrijk om PPID patiënten goed op te volgen en indien nodig de behandeling bij te stellen. Bij een ‘totaalaanpak’ op maat is het vaak mogelijk om klachten te minimaliseren of (verergering) te voorkomen. Het doel is…… een patiënt die met een hoge levenskwaliteit nog lang van zijn oude dag kan genieten. Geen enkel paard is hetzelfde! Maak daarom samen met een deskundige een behandelplan op maat voor je paard!

Meer over PPID:

PPIDbijpaarden.nl
Facebook groep CushingPPID
Equine Cushings and Insuline Resistente Group dr. Eleanor Kellon (Engels, onderzoeker sinds 2000)

Cookie voorkeuren

Deze site maakt gebruik van cookies. Deze kleine informatiebestandjes stellen ons in staat onze dienstverlening te optimaliseren. Het is hier mogelijk om de cookie instellingen voor deze website aan te passen.

Cookievoorkeuren aanpassen