Europese Unie maakt zich sterk voor paardenwelzijn

Van De Dierenbescherming, 12 mei 2014.

Europa huisvest ongeveer zes miljoen paarden. Toch is er geen wetgeving om hun welzijn te beschermen. Eurogroup for Animals, waarbij de Dierenbescherming is aangesloten, organiseerde een bijeenkomst op verzoek van de Europese Commissie om dit onderwerp op de agenda te zetten.

Paarden zijn veelzijdige dieren. Ze worden gebruikt voor sport en recreatie, maar ook als werkdier en als voedsel voor de mens. Juist door die veelzijdigheid valt het paard vaak tussen de wetgeving voor landbouw- en gezelschapsdieren, wat lang niet voldoende is voor elk type paard.

'Welzijn paarden beschermen'

“Ons doel is om het welzijn van paarden beter te beschermen. Hoewel Europa een economische neergang heeft, blijft de paardensector groeien. Paarden zijn een van de meest verhandelde en vervoerde dieren in Europa en daarom is dringend behoefte aan bescherming,” aldus directeur Reineke Hameleers van Eurogroup for Animals.

Tijdens de eerste bijeenkomst over paardenwelzijn in Europees verband in Brussel werden presentaties gegeven door paardensportorganisaties, internationale overheidsorganisaties, (paarden)welzijnsorganisaties en onderzoekers. Het was tevens de start van een grondig onderzoek dat zal worden uitgevoerd door Eurogroup for Animals en World Horse Welfare, een organisatie uit Engeland die strijdt voor een beter welzijn voor paarden.

Effectieve aanpak

Eind 2014 verschijnt onder leiding van Eurogroup for Animals een rapport waarin de paardensector in Europa wordt beschreven. Ook de Dierenbescherming is hierbij betrokken. Op basis van deze inventarisatie zal worden nagegaan of een effectievere aanpak van de problematiek voor de Europese paardensector mogelijk is.

De Dierenbescherming is blij met deze ontwikkeling en hoopt dat het ook voor de Nederlandse paarden een verbetering oplevert. Dat is hard nodig, aangezien de paardensector in ons land al jaren achterblijft als het gaat om paardenwelzijn.

NVVR en Dierenbescherming vrijwel eens over paardenbesluit (2011)

Op 10 maart 2011 vond een gesprek plaats tussen drs. Marcel Reijnen, senior beleidsmedewerker van de Dierenbescherming, en de (toenmalig) voorzitter en vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Vrijetijds Ruiters (NVVR), Cor Feijen en drs. Antonie de Beaumont-Ausems.

“Al snel kwamen we tot de conclusie, dat er hooguit in de praktische uitvoering van het Paardenbesluit voor de NVVR nog wat haken en ogen zitten. Principieel zitten we volledig op een lijn,” aldus Cor Feijen. “We zijn blij met het initiatief van de Dierenbescherming, want er valt inderdaad nog heel wat te verbeteren op het gebied van paardenwelzijn” aldus Antonie de Beaumont-Ausems.

Ook Marcel Reijnen is blij met de uitvoerige reactie die de NVVR in zijn open brief van 17 februari 2011 formuleerde: “Dit is eigenlijk een van de zeer weinige serieuze reacties die we gekregen hebben” aldus Reijnen, ‘We wachten af waar de Staatssecretaris in mei mee komt en hoe de Kamer daarop gaat reageren.”

Het belangrijkste bezwaar wat de NVVR tegen het voorgestelde Paardenbesluit heeft, is het verplichte diploma dat paardenbezitters zouden moeten halen. Volgens de NVVR is een examen voor de één een peulenschil, maar biedt het geen enkele garantie dat men daarna ook bewuster en beter met zijn paard omgaat. Terwijl het voor een ander, die zijn paard uitstekend behandelt maar die wat meer moeite heeft met examen doen, een onnodige drempel opwerpt. De NVVR ziet meer in het aanbieden van cursussen op vrijwillige basis en voorlichtingscampagnes, met name in de paardenmedia. “Dierenartsen, hoefsmeden en stalhouders zouden hierin een goede rol kunnen vervullen door eigenaren te wijzen op cursusmogelijkheden die er zijn, want elke paardeneigenaar raadpleegt regelmatig een dierenarts en hoefsmid.” aldus Cor Feijen. De NVVR heeft aangeboden om na te denken over wat er dan in zo’n basis voorlichtingscursus moet worden behandeld en in welke vorm deze dan gegeven zou kunnen worden. Hierbij zouden met name ook de maneges een belangrijke rol kunnen spelen, want vrijwel elke ruiter begint met lessen op een manegepaard.

Een ander heikel punt is de verplichting om het paard tenminste vier uur per dag vrije beweging buiten te geven. Van de NVVR mag dat nog veel langer zijn, maar… De weilanden waar veel paarden nu op staan zijn eigenlijk niet geschikt omdat ze veel te eenzijdig en te energierijk gras bevatten. Veel paarden lijden aan overgewicht met alle gevolgen van dien, zoals de gevreesde hoefbevangenheid. Die ligt op de loer als een paard dat daar gevoelig voor is te lang op zulke weides kan grazen. Het aanpassen van de weilanden naar een meer steppeachtige structuur en beplanting is een optie, maar daar zitten (vooralsnog) de nodige haken en ogen aan.

Daarom pleit de NVVR, naast meer vrije beweging, voor meer mogelijkheden buitenritten te maken. Zo vang je twee vliegen in een klap: het paard heeft gezonde beweging én kan volop genieten van de natuur, samen met zijn ruiter. “Hier hebben overheden en terreinbeheerders echter nog een belangrijke taak, want er zijn in het buitengebied nog veel onnodige obstakels voor ruiters en koetsiers.” aldus Antonie de Beaumont-Ausems.

________
Het vervolg

Cookie voorkeuren

Deze site maakt gebruik van cookies. Deze kleine informatiebestandjes stellen ons in staat onze dienstverlening te optimaliseren. Het is hier mogelijk om de cookie instellingen voor deze website aan te passen.

Cookievoorkeuren aanpassen