Trektocht over de Veluwe

Weet je, zei Michiel, jullie doen zo veel met de paarden dat jullie echt eens bij de NVVR moeten gaan kijken. 

Nou is de NVVR voor mij nog steeds de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak maar na enig speuren op google en Facebook ben ik toch uitgekomen bij de enige echte NVVR. 

We hebben toen maar meteen de stoute schoenen aangetrokken en zijn allebei, moeder en dochter lid geworden en hebben ons opgegeven voor de meerdaagse trektocht te paard over de Veluwe. 

Gelukkig stond in de beschrijving dat de overnachtingen voor en mens en paard waren geregeld en dat ontbijt en lunchpakketjes ook tot de verzorging behoorden. 

Tempo en de route mochten we zelf bepalen. 

We kregen per mail een mooi overzicht van de drie groepen en adressen van de overnachtingslocaties en alle andere vragen werden telkens uitgebreid beantwoord door Stacy. 

Los van alle mensen in de omgeving die zeiden ‘weten jullie het zeker?’ en de voorspelde hittegolf hebben we onze paarden ingeladen en gebracht naar het startadres Huifkarcentrum de Kronkel in Assel.

Door allerlei pech zoals kreupele paarden en kapotte auto’s was onze groep van zes personen inmiddels uitgedund tot twee, maar gelukkig waren de andere groepen nog goed gevuld. 

We hebben nog een moment gedacht dat onze groep was uitgedund door het allround kasteel van mijn dochter genaamd New Years Eve’s Unexpected Harry en mijn net zadelmakke driejarige tuiger die gelukkig maar 1.48m is. 

Stacy verzekerde ons dat het echt niet aan ons lag en na die geruststelling zijn we dag 1 vertrokken vanaf Huifkarcentrum de Kronkel naar van der Valk de Cantharel in Apeldoorn. 

We hadden een route uitgezet van 18 km en die hebben we - mede dankzij de goede verzorging en het heerlijke ontbijt van Maarten - wandelend naast de paarden volbracht. 

De snelweg over, een spoorwegovergang, kuddes fietsers en enge zelfstandig opererende grasmaaiers hebben we onderweg keurig overleefd.

Een heerlijke douche en weidegang voor de paarden met dank aan Herm en voor ons een douche met als afsluiting een dinerbuffet maakten dat we de volgende ochtend met lunchpakket op pad konden richting de Fjordenmanege in Hoenderloo.

Een lunchpakket met appels en broodjes meenemen was op zich nog best een kunst omdat Harry in de gaten kreeg dat er naast een ruiter, reservekleding en waterflessen ook nog eetbare zaken op zijn en Lytho’s rug vervoerd werden. 

De lunchpakketten hebben we daarop maar gewoon met de paarden gedeeld wat ook wel zo gezellig was.

Deze keer was het een korte route van 12 km die we te paard hebben afgelegd.

Ook in Hoenderloo kregen een gastvrije ontvangst door Joke en een heerlijke verzorging van paarden en ruiters. 

Van de Fjordenmanege naar Onder de Kastanje in Kootwijk was voor ons een route van ruim 23 km. 

We hadden bij een bezoekje aan de andere groep (dankzij taxiStacy) de locatie al gezien en kennis gemaakt met gezellige NVVR collega’s en hun paarden die er de avond ervoor verbleven, Haflingers, een Fell pony en een prachtige Nordsvensk Brukshast genaamd Hampus.

Zo leuk om te zien en te horen dat ieder op zijn eigen manier bezig was met paarden en aan het genieten was van deze door de hitte af toe meer op een woestijntocht lijkende trektocht.

Na 23 km ploeteren door het zand, want we hadden met onszelf afgesproken ook de derde dag - gezien de zware bodem en de hitte - er niet op te gaan zitten werden we hartelijk ontvangen door Renate van Onder de Kastanje. 

Wat een locatie waar je vanaf het toilet en onder de douche je paard kunt zien staan in een werkelijk grasgroen weiland.

De laatste dag zou ons terug brengen naar Huifkarcentrum de Kronkel en hoe mooi het daar ook was we moesten ’s ochtends toch echt even moed verzamelen. 

Het einde van deze meerdaagse ervaring kwam immers al weer in zicht. 

Deze dag mochten we er weer op en we hadden een route van slechts 11 km dus dat moest te doen zijn. 

Te paard wegrijden bij Onder de Kastanje over de weg is niet zo’n probleem - ook niet met een driejarige - maar een hertenhuisvlieg helpt op zo’n moment niet echt. 

Na het vangen van dat beest in een boterhamzakje (waar hij thuis in Almere uit is ontsnapt) leek de route even rustig te gaan verlopen totdat we drie menkarren zagen staan die het zelfde pad op wilden draaien. 

Daar steeg mijn watjes gehalte en heb ik met een grijnzende dochter de geplande route veiligheidshalve een kilometer verlegd. 

De in mijn ogen veel te steile helling aan het einde van deze alternatieve route (er stond echt ruiterpad) heb ik overleefd doordat mijn dochter stoer voorop ging met Harry en zij mij naar beneden heeft gepraat.

Na totaal 65 km kwamen we weer terug bij Huifkarcentrum de Kronkel en was er sprake van een mengeling van 'oh wat zijn we goed bezig geweest' en 'we willen hier niet meer weg’.

Wat een heerlijke ervaring zo’n meerdaagse door de NVVR georganiseerde trektocht,  super leuk, super leerzaam en zo trots op onze paarden.

Ik wil Stacy (en Kiki) graag bedanken voor al hun inzet en creativiteit tijdens deze NVVR meerdaagse. Onze teamfotograaf en de hoofdgroom van Team Relax, lees mijn ouders, hebben fantastische hand- en spandiensten verricht en Caitlin bedankt voor die twee keer dat ik mij echt een watje voelde op mijn driejarige draak en jij mij met overtuiging naar de eindstreep hebt gekregen (meer dan een bakstuk is er niet gesneuveld).

Klaar voor het najaar

Gesponsorde content

Merken jullie ook dat de herfst steeds zichtbaarder wordt? Hoewel de temperatuur nog een beetje achterblijft, vallen de blaadjes nu echt goed van de bomen. Dat knisperende gevoel tijdens een bosrit maakt de herfst een speciaal seizoen. Maar ook de koudere nachten zijn kenmerkend voor deze periode. In dit seizoen krijgen veel paarden weer een deken om. Jouw paard ook?

De kortere dagen zijn het startsein voor de overgang naar de wintervacht. De dikkere vacht en de lokken aan de benen beschermen je paard in de winter. Ook een paardendeken beschermt tegen kou, regen en wind. Zo’n deken is gelukkig niet nodig zolang het buiten warmer dan 15 graden is. Bij lagere temperaturen kun je overwegen om je paard een dunne (stal-)deken om te doen. Een winterdeken is nodig als het buiten kouder dan vijf graden is.

Niet voor alle paarden is een deken meteen noodzakelijk. Koudbloeden, zoals Fjorden, Shetlanders en Haflingers, hebben genoeg aan hun eigen winternacht als bescherming tegen de kou en regen. De meeste paarden met een deken zijn dan ook volbloeden of geschoren paarden die het gewoon allebei sneller kou hebben.

Bij het kopen van een paardendeken heb je veel keus. Zo zijn er dunne regen- of staldekens voor als het nog niet heel koud is of je paard op stal staat. Bij lage temperaturen is een (gegarandeerde) waterdichte deken nodig. Waterafstotend is niet voldoende als je paard de hele dag buiten staat in de regen. Het allerbelangrijkste is dat de deken niet knelt en dat je paard er geen schuurplekken van krijgt. Dat kun je voorkomen met een deken met een hogehalsinzet, een loopsplit of beenuitsparing en een staartflap. Let er bovendien op dat de banden van de deken stevig vastzitten aan de deken zelf.

En weet je nog dat we in het de VrijRuiter hebben gehad over je Shetlander voor de kar zetten? Eén van de dingen die je daarvoor nodig hebt, is een hoofdstel dat je Shetlander  goed past. Ook die vind je bij Minihorseshop.

 

Op trail met NVVR lid Jeanette Buitenweg

Mijn naam is Jeannette Buitenweg, je komt me op Facebook ook tegen als ´jmbitloos´

Samen met mijn partner, Maarten en onze ´jongens´ Kamahl (links) en Chicco (rechts) doen wij al zo´n 10 jaar 2 - 4 daagse trails vanaf allerlei mini-campings in Nederland. We gingen al wel met de trailer op dagtocht, maar wilden ook graag verder weg in Nederland. Dan zijn twee (of meer dagen) natuurlijk leuker. Dus gingen we kijken naar de meest simpele en kleinschalige manier van kamperen met de paarden. We kwamen bij de SVR uit. Daar zijn genoeg boerencampings bij aangesloten waar je paarden mee kunt nemen. En het was een succes, zowel bij ons als bij de paarden. Die liepen met de oortjes naar voren het erf af, helemaal blij.

Sinds vorig zomer rijden we bitloos. Met zelf gemaakte, op de behoeften van de paarden aangepaste hoofdstellen. Eerst geprobeerd met behoorlijke reserves (vanwege slechte ervaringen in het verleden), maar ondertussen laaiend enthousiast!

We rijden en slapen bij onze avonturen nu in onze VW California bus. Het is een stevige diesel, hij mag de 2-paards trailer trekken en is helemaal als camper ingericht. I-de-aal !! Ons trail-seizoen loopt, vanwege het ingebouwde standkacheltje, nu van april tot oktober. Elke paar weken gaan we minstens twee volle dagen weg, als een soort (lang) weekend. We komen ´s middags aan, installeren ons, dan gaan voeten omhoog en pakken we een wijntje. Vervolgens rijden we twee (of meer) dagtochten, gaan dan de laatste ochtend weer op huis aan. De jongens kennen de routine inmiddels en vinden het allemaal prima, zeker als we zelf naast het land slapen. Dan scharrelen ze vaak even langs, worteltje bietsen, of een kroel.

Het is een superfijne manier om de mooiste gebieden van Nederland te zien. Als team, met je paard. Het is ook heel gezellig, we hebben altijd wel aanspraak van voorbijgangers. We hebben dan hele gesprekken bij een bankje, heidestruik of bosrand. En na de eerste kilometer het bos in, zie je vaak bijna geen mens meer, alleen de echte natuurliefhebbers.

Foto: Camping De Keite Markelo

Vanaf de camping rijden we dan dagtochten van 5-7 uur zadeltijd. Afhankelijk van de paarden, het weer en de ondergrond, doen we meestal 25-35 km. Om de twee uur stappen we een half uurtje af, dan kunnen de paarden even grazen en kunnen wij snacken en strekken. Zo blijven alle magen gevuld en houden we het goed vol. De middagpauze is minstens een uur, liefst bij een café waar ze kunnen grazen. Als dat niet kan, laten we eerst op een geschikte plek dichtbij de jongens voldoende eten, daarna zijn wij aan de beurt. Dan staan de jongens rustig aangebonden te slapen met een volle maag. We zoeken van de voren uit of er geschikte gelegenheden zijn, waar je de paarden kunt aanbinden. Dat is soms even zoeken, maar er is rond en in de natuurgebieden in Nederland wel horeca te vinden waar met ruiters rekening is gehouden; en anders is er wel een boom of hek, je moet wat creatief zijn in die dingen. Die adressen nemen we dan op in de route.

In Twente heb je een systeem van Rust-Punten voor fietsers, vaak bij een boerderij. Daar hebben ze van alles, koffie, thee, koek, ijs, Meestal zijn paarden daar ook welkom en kunnen de paarden er drinken. Gewoon even vragen. En het levert weer gezelligheid met de boer(in) en mede-recreanten op. We worden het volgende jaar vaak herkend en dan is het steevast : ‘Tot volgend jaar !!’

Ook onze uitrusting is met ervaring opgebouwd in de jaren.

  • Lichte touwhalstertjes met 8 m licht touw. Bagagebinders aan de achterste zadelringen, om regenjas, vliegendekken ect. vast te maken.
  • Stevige zadeltassen
  • Opvouwbaar emmertje in een zakje. Voor als het water buiten bereik is (steil, diep).
  • Magic brush en hoevenkrabber en snoeischaar.
  • Een flink scherp mes aan de voorkant het zadel.
  • Eerste hulp-kit voor paard en mens.
  • Penning aan het zadel, met de naam van het paard en twee telefoonnummers.
  • Scoot Boot hoefschoenen, voor als de ondergrond veel verhard of stenig is.

Route-app´s, wel…. ik rijd altijd met kaart en kompas. Heel ouderwets, maar dat valt nooit uit ! Zo kan ik ook stukken afsnijden of een alternatieve route plannen. Ik zorg dat ik een goede kaart heb en teken dan de routes en knooppunten van bijvoorbeeld Ruiteren & Mennen op die kaart en plastificeer het dubbel. Het werkt als een tierelier, ik ben in 10 jaar nog niet echt verdwaald ! We hebben wel de Geo-Tracker aan staan, maar die wil nog wel eens wegvallen…. het is wel leuk om de route achteraf te bekijken.

En dan onze favoriete gebieden ! Wij staan het liefst op mini-campings. Rustig, kleinschalig, gezellig. Deze zijn geschikt voor twee, hoogstens drie paarden die bij elkaar in de wei kunnen. Het grootste deel SVR, maar ook Vekabo of anders. Op sommige zijn alle faciliteiten pico-bello, bij andere is het wat behelpen met (zeer) basic, maar schoon sanitair. Overal is het een goed startpunt (voor de prijs) en vaak erg gezellig. Als je meer luxe wilt, dan kun je natuurlijk naar een paardenhotel.

We wonen in Drenthe, dat we vrij goed kennen; vooral Dwingelderveld en het Drents-Friesche-Wold zijn super. Maar ook de andere bossen zijn daar de moeite waard. Met voldoende overnachtingsmogelijkheden, ook voor grotere groepen.

Ook gaan we naar de duinen in Noord Holland, verschillende stukken van de Veluwe, de Maasduinen in N-Limburg, de Achterhoek, Montferland, het Vechtdal, Leendersheide, rond Ootmarsum, de Sallandse Heuvelrug, Gelderland, met name rond Groesbeek, en zelfs Zuid-Limburg. Al met al hebben we inmiddels een twintigtal adressen, elk jaar komen er meer bij en wordt het kiezen moeilijker ! En in september doen we mee aan de Paarden-4-Daagse van Zorgvlied.

En dan onze huidige bitloze avonturen…

Vorig voorjaar kreeg ik (via een vriendin)  een paar bitloze systemen te leen. Ik was erg terughoudend omdat ik slechte ervaringen heb gehad op de manege/pensionstal waar ik gewerkt heb. Maar goed, ik heb het toch maar geprobeerd. Een aantal systemen waren niet ons ding, maar de kinkruis ging eigenlijk meteen goed. Alsof Kamahl nooit anders had gedaan, met, na een week, heerlijke ontspanning. Toen moest het leenhoofdstel terug….

Nou heb ik o.a. voor een zadelmaker in Zuid-Afrika gewerkt. Gelukkig heb ik mijn handgereedschap en ook wat leer mee naar Nederland genomen. Dus heb ik, op maat, een fijne, brede, zacht onderlegde kinkruis gemaakt. Daar liep mijn Kamahl nog beter op. En zo zijn wij de zomer ingegaan. En het werkte super, op trail ! Na een poosje heb ik voor Chicco ook een kinkruis op maat gemaakt, ook hij stapte geruisloos over. En het is zo fijn onderweg, ook met grazen en drinken, zoveel ontspanning in en aan het hoofd. En ja, je mist het laatste stukje rem en stuur in noodgevallen. Maar daar leer je samen mee om gaan. Als je in de basis vertrouwen hebt, een heldere samenwerking en je zelf rustig blijft, gaat het prima. We hebben een aanval van een zwerm grondwespen, spitsuur-gekkenwerk-Garderen, een laag overscherende Chinook helicopter en een heel assortiment aan kleinere ´pheww…´momenten doorstaan.

Mijn oude Turkse voortuig met belletjes (handig, mijn paard ontdekt minder boskabouters en iedereen hoort je aankomen) gaf de geest, dus heb ik voor Kamahl en Chicco een bijpassend voortuig gemaakt. En de belletjes overgezet….En toen zadeltassen gemaakt met vakken in de klep, want die kun je nergens krijgen. Een een handig heuptasje voor de telefoon. En een vliegenfrontriem.  Onze outfit is nu helemaal compleet !

Tijdens de Paarden-4-daagse in Zorgvlied waren er een aantal mensen die graag ook zo´n zacht bitloos hoofdstel wilden. Dus voor hen ook een hoofdstel gemaakt. En daarna kwamen er nog een paar vragen. Het is allemaal handwerk, op maat gemaakt in verschillende kleuren en patronen. Van mini-shetlander (die was schattig !) tot Belg en Shire (stoer !) Ik vind het erg leuk om mensen en paarden er blij mee te maken.

En wij rijden de komende jaren vrolijk door, we hebben nog niet alles gezien en er wachten nog genoeg avonturen. Wellicht dat we je tegenkomen !

 

 

Morvan-Kootwijk te paard

Samen met Jan Swagemaker op zijn Quarterhorse Cody en met muildier Casimir als pakpaard, maakte NVVR lid Paul van Rooijen (foto) op zijn Argentijnse Criollo Cobus een trektocht vanaf de Morvan in midden Frankrijk richting Kootwijk op de Veluwe. Paul doet verslag van deze tocht.

Klik op deze link voor het hele verhaal.

Trots

Tekst: Edith Louw.
Foto: Vanessa Teepe Fotografie

Stel je eens voor: meer dan dertig verschillende paarden en pony’s. Van Quarters tot IJslanders, tussen vier en negenentwintig jaar, verzameld op een prachtige locatie midden op de Veluwe. Gemoedelijk neuzen ze over de draad van hun paddocks met elkaar of staan in de grotere groep. Ze zien er allemaal blakend van gezondheid en blijdschap uit. Grote, glanzende ogen, een tevreden uitstraling. Tussen deze paardjes door scharrelen keuvelende mensen, terwijl ze kruiwagens vol mest afvoeren en waterbakken vullen. Niet alleen van hun eigen paard; ze zorgen net zo goed voor die van een ander, helpen elkaar. Wanneer je naderbij komt, zie je de gezichten van de mensen: blij, ernstig, soms verdrietig. Je vangt wat flarden van gesprekken op. “Ze deed het zo geweldig, we hebben een heel stuk getölt naast dravende paarden.” “Ik mis m’n oude paardje nog steeds, maar ben zo blij met deze geweldige pony.” “Wat voer jij je paard, die heeft toch ook niet zoveel kiezen meer?” “Zin om straks samen te rijden?”

 

Op het eerste gezicht denk je misschien dat het een wel heel gemoedelijke wedstrijd is, al zou je niet weten wat voor wedstrijd dan; er zijn western- en dressuurzadels, en allerlei ander tuig dat je niet tegenkomt op de doorsnee wedstrijd: zadels met allerlei haken en ringen, barepackpads, de meest uiteenlopende bit- en bitloze hoofdstellen. Gaandeweg de dag komen en gaan ruiters met hun paarden; in kleine groepjes of alleen, stuk voor stuk verdwijnen ze het bos in en komen later weer terug, de paarden nog even relaxt en de ruiters met een brede grijns.

 

Al gauw raak je aan de praat. Je vertelt honderduit over je eigen paard of je hoort verhaal na verhaal over de anderen. Al die bijzondere paarden met hun eigen geschiedenis, al die mensen die zo gelukkig zijn met net dat ene paardje, die ene pony. En die het bijzondere en mooie in elk paard zien en begrijpen hoe speciaal de jouwe voor je is.

 

Het kan niet missen: je bent op een NVVR weekend aanbeland. Het eerste weekend van juni was het weer zover, een bijzonder weekend deze keer. We vierden ons 30-jarig bestaan. Misschien kun je je pas echt voorstellen hoe dat is als je er zelf rondloopt. De geweldige sfeer van volkomen vanzelfsprekend en onvoorwaardelijk “erbij horen” of het nu je twintigste of je eerste weekend is. Of je nu lid van het eerste uur bent of pas drie weken. Of je nu een week trektocht achter de rug hebt of zonder paard komt buurten. Dat is het NVVR gevoel.

 

‘s Avonds bij het kampvuur, na een heerlijke maaltijd (ook voor vegetariërs!), onder het genot van een wijntje, gaan de gesprekken verder, raken soms diepe lagen, brengen emoties boven. Er is respect voor je tranen als je vertelt over een overleden paardenvriend, er is veiligheid en vertrouwen. Hier kun je alles zeggen. Niemand vindt iets “raar”. Je kunt het best niet helemaal eens zijn, dingen heel anders doen dan een ander – dat is ok, je leert van elkaar, vraagt naar waarom in plaats van te oordelen. Er is geen concurrentie.

 

Dat is inherent aan buitenrijden: daar zijn geen verschillende klasses, geen jurypunten, geen rozetten en bekers. Natuurlijk zijn er verschillen in ervaring van zowel de ruiters als de paarden. Sommige paarden hebben (nog) moeite met obstakels onderweg, sommige ruiters ontbreekt het aan moed. Maar dat is het mooie: een meer ervaren combinatie helpt je een stapje verder, en is plaatsvervangend trots als het je lukt dat hek te openen of door een plas te gaan. Het maakt ook niet uit of je het liefst een staprondje van een uurtje maakt of er de hele dag op uit wilt trekken met lekkere rengalopjes over de hei. Zolang je maar doet wat het beste is voor jullie samen, hoor je erbij.

 

Want trots zijn we, op al onze paarden en mensen. Trots als dat jonge paard onder begeleiding van een oude rot langs de kliko durft. Trots als ons ervaren paard een jonkie mee op sleeptouw neemt. Trots als ze ineens buiten een plasje durft doen, trots als ze hinnikt als je aankomt, als ze rustig stilstaat bij een demo, als ze zonder problemen wegloopt op geleende hoefschoenen – we zijn eigenlijk de godganse dag trots op onze geweldige lievelingen. Niet omdat ze beter zijn dan een ander, hogere punten scoren, betere papieren hebben of fantastisch presteren in de ogen van een ander. Die trots, dat is om wie ze zijn en dat ze bij ons horen, even onvoorwaardelijk als de mensen zijn ook zij NVVR-leden.

 

Misschien is dat de diepste kern, waarom het zo toegaat bij de NVVR: er is geen onderlinge strijd om de beste te zijn. Sommigen doen aan een of andere vorm van wedstrijdsport, maar dat is alleen maar interessant en leuk om te horen; er is geen oordeel, en geen status. Niemand is beter dan een ander. We proberen alleen de beste te zijn voor onze eigen paarden. En we zijn trots op alles wat ze doen. En hopen, allemaal, dat onze paarden net zo trots zijn op ons.

 

 

 

 

 

 

… dan neem je toch gewoon een nieuwe? 

Door Edith Louw

Nog maar kort geleden heb ik mijn lieve vriendinnetje Flynn moeten laten gaan. Ze had zoveel pijn, dat het leven niet langer draaglijk was. Het is heel moeilijk om zo’n besluit te nemen, en wie het ooit meegemaakt heeft, weet dat. En hoe langer je “in de paarden” zit, hoe groter de kans dat je ook al eens een maatje verloren bent. Soms is het heel plotseling en heb je van de ene minuut op de andere geen keuze meer. En soms is het een lange en moeizaame strijd waarbij je steeds maar weer moet overwegen of de goede tijden opwegen tegen de slechte. Maar eigenlijk wil ik hier niet over die moeilijke beslissingen schrijven, maar over waarom ik zo van de NVVR houd.

De korte versie is: omdat hier mensen zijn die bereid zijn die strijd te leveren, samen met hun paard. Omdat ze hun paard niet zien als een wegwerpartikel, dat, als het een defect vertoont, gewoon “weggebracht” wordt. Afgedankt als een oude fiets.

De NVVR heeft, met haar 30-jarig bestaan, een eigen plek ingenomen in de paardenwereld. Een onmiskenbaar eigen geluid, dat door sommige paardenmensen herkend wordt en gekoesterd. Hier gaat het om paarden. Wat voor paarden dan ook. Ongeacht wat je wel of niet met ze doet. Ons motto is heel lang geweest “Met wat voor paard je ook komt, wat je er ook mee doet, wat voor soort tuig, theorie, methode je ook gebruikt: je bent welkom.” In de praktijk betekent dit dat een vrij groot deel van de leden kleine paarden en pony’s heeft, waar vaak toch een beetje laatdunkend over gedaan wordt bij de grotere, meer wedstrijdgerichte organisaties, veel leden doen “iets alternatiefs”, zoals een bewuste keuze voor 24/7 buiten, een bitloos hoofdstel of een of andere vorm van natural horsemanship of klassieke dressuur. Maar dat hoeft allemaal niet om erbij te horen. Het lijkt daardoor misschien of we een ongeregeld bij elkaar geraapt clubje zijn, maar ik zie zelf een grote overeenkomst: wij houden van paarden. In elk formaat, kleur en leeftijd. We zien het bijzondere, mooie en geweldige in elk paard. Dat is iets anders dan houden van paardrijden. Tuurlijk, de meesten van ons rijden graag, trekken er uren op uit of zoeken naar de mooiste samenwerking in de bak, spannen onze maatjes voor de kar of gaan samen wandelen. Maar dit is het verschil: als dat even, of voor lange tijd, niet meer kan, dan houden we nog net zoveel van ze.

Ik kom hierop door een tragisch verhaal wat zich onlangs heeft afgespeeld. Via Facebook kwam ik in contact met een vrouw, die een achtjarige Connemarapony had gekocht met heel verdachte voeten. De pony kwam bij een handelaar vandaan die geregeld goedkope pony’s in Ierland opkocht, en daar was dit er één van. Maar nu brokkelden de hoeven af en had een google-zoektochtje haar op de pagina van de HWSD-pony’s gebracht. HWSD is de ziekte waar Flynn haar hele leven mee kampte en die haar uiteindelijk ook fataal is geworden – de hoefwand breekt af doordat de verbinding met de rest van de voet niet in orde is. De vrouw kreeg aan alle kanten advies, maar omdat haar Engels niet zo goed was, nam ik contact met haar op om haar in het Nederlands verder op weg te kunnen helpen. Ze zat vol met vragen en zo goed mogelijk wilde ik haar en de pony helpen. Helaas was er al veel kwaad geschied: een sukkel van een hoefsmid dacht dat het wittelijnziekte was en had aan beide voorvoeten de hele hoefwand verwijderd… Dat betekende dat de pony maanden zou moeten revalideren voor hij weer wat kon doen.
En hier zat het verschil: aan alles was te merken dat deze vrouw daar eigenlijk helemaal geen zin in had. Ze had de pony immers “voor de dressuur” van dochterlief en het koste wel 400 euro per maand om hem te stallen. Lang verhaal kort: de pony is een dag na de uitslag van de test – hij bleek inderdaad HWSD te hebben – ingeslapen. En daags erop had ze een nieuwe…

Met een nog open wond door het overlijden van Flynn greep me dit nogal aan. Hoe kan iemand ZO snel opgeven? Voor de pony is doEdith-Flynnod misschien beter dan in handen zijn van iemand die niet bereid is om een moeilijk traject in te gaan, of doorverhandeld te worden en misschien uiteindelijk op een slachttransport te belanden. Maar eens te meer besefte ik, hoe een warm nest we bij de NVVR hebben, waar dit soort dingen gewoon anders gaan. De meesten van ons vechten voor onze paarden, geven ze de kans om weer op te krabbelen als dat mogelijk is. Omdat we van paarden houden. Van onze paarden, onze maatjes.

Soms moet je de strijd opgeven, en natuurlijk proberen we altijd in het oog te houden of het nog eerlijk is, of een paard nog een fijn leven heeft, en een eerlijke kans – want vergaan van de pijn en doormoeten omdat je mens geen afscheid kan nemen is ook niet oké. Maar zo’n beslissing neem je niet zomaar, omdat de stal te duur is of je een tijd niet zult kunnen rijden. Die neem je uit liefde voor je paard omdat het lijden te groot is, of er geen herstel meer mogelijk is.

En komt er dan een nieuw paard, dan is dat geen vervanging, maar een hele nieuwe vriendschap, waar we met dezelfde liefde zullen zorgen voor een fijn leven, samen. Want een paard is geen fiets. Onze paarden zijn niet inwisselbaar. Wij doen het anders.

 

 

Was voorjaarsgras maar rood in plaats van groen…

Tekst: Karin Schouwenburg


Was voorjaarsgras maar gewoon rood, de kleur van gevaar! De meeste paarden staan ​​te popelen om de wei in te gaan en zich te goed te doen aan de eerste groene scheuten van het lentegras. Jong gras brengt echter risico's met zich mee en kan zelfs ronduit gevaarlijk zijn. In het bijzonder voor  paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid. De verwoestende ontsteking van zachte weefsels van de hoef kan ontstaan als de darmflora wordt aangetast na inname van te veel suikerrijk jong gras. Hieronder staan een aantal voorzorgsmaatregelen die je kunt nemen wanneer je weiland aan het transformeren is van winterbruin naar lentegroen.

Langzaam opbouwen
Het is belangrijk om de darmflora tijd te geven zich aan te passen aan de rijkere en andere voedselbron. Wanneer je paard(en) in het voorjaar weer op de wei mogen, beperk dan de graastijd tot slechts 10 tot 15 minuten op de eerste dag, dan iedere dag de tijd verlengen met 5 of 10 minuten per dag. Voer eerst hooi, zodat ze niet hongerig de wei op gaan.

Tijd van de dag
Vroeg in de ochtend is beter dan in de volle zon in de middag. Onder invloed van zonlicht maken grassen fructaan aan (een in water oplosbare koolhydraat, suikersoort), dus des te langer na zonsopkomst, des te meer suiker er in het gras zit.

Gebruik een graasmasker
graasmaskerEen graasmasker kan de hoeveelheid gras die een paard in een keer kan afbijten behoorlijk beperken. Graasmaskers zijn er inmiddels in vele soorten en maten - met gleuven die niet meteen zo beperkend zijn dat het paard alles gaat doen om het af te krijgen, tot een gaatje of gleufgat onderin. Ze zijn vooral nuttig voor het regelen van de calorie-inname van zwaarlijvige paarden en zijn een bescherming van de gezondheid van die paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid. Als je paard een verhoogd risico heeft op hoefbevangenheid, vraag dan aan je dierenarts hoeveel graastijd voor jouw paard aanvaardbaar zou zijn, gelet op de plaatselijke omstandigheden.
Let er bij de aanschaf van een graasmasker ook op dat de neusgaten goed vrij zijn, zodat de ademhaling niet beperkt wordt.

Onderzoek: goed paarden houden uitdaging voor eigenaar

Met dank aan Marjan Tulp, Paardvisie

 

Dat de paardenhouderij veranderd is, is wel duidelijk, stands worden in 2017 verboden als stal en de uitloopstal is in opmars. Voor de werkpaarden van ca 100 jaar geleden was de stal echt een plek om te rusten na een hele dag werken op het land. De paarden van tegenwoordig werken maar een of twee uurtjes per dag en hebben behoefte aan beweging en sociaal contact met andere paarden. Nieuwe manieren om paarden te houden vergen nieuwe inzichten, bij Agroscope, het Zwitserse Onderzoeksinstituut heeft Dr. Iris Bachman een aantal zaken onderzocht. Ze heeft drie grote uitdagingen bij het houden van paarden onder de loep genomen. Voedermanagement, groepsstalling en eenvoudig sociale contacten aanbieden voor paarden in een boxenstalling. Voor elke paardenhouder bekende zaken die best moeilijkheden kunnen opleveren. Door Nanet van Duijn.

Goed voedermanagement is niet zo eenvoudig, het is meer dan drie maal daags een plak hooi in de box gooien. Een paard in het wild moet de hele dag zijn kostje bij elkaar scharrelen, hij is daar zo’n zestien uur mee bezig. Het eten dat hij vindt is geen lekker, groen, mals gras zoals onze paarden op het land aan treffen. Het is grof, hooiachtig spul dat niet veel voedingsstoffen bevat. Het wilde paard is de hele dag bezig met al dat droge, harde spul kauwen en wegwerken. Eetpauzes neemt hij bijna niet, alleen als hij slaapt. De maag van een paard geeft geen seintje als deze vol is, men gaat er eigenlijk vanuit dat het wilde paard moe wordt van het kauwen van al dat harde gras en daarom een eetpauze inlast. Per dag zijn er tegen de 60.000 kauwbewegingen nodig om zijn eten te vermalen.
Onze huispaarden zijn ongeveer veertig tot vijftig minuten bezig met 1 kilo hooi, waarbij ze rond de 3500 kauwbewegingen maken. Een kilo krachtvoer wordt in circa tien minuten verorberd en levert om en nabij de 800 kauwbewegingen op. Niet te vergelijken met zijn wilde familie bij de Oostvaardersplassen! Dat wij onze paarden in een box houden en hooi, kuilgras en biks voeren, neemt niet weg dat het lichaam van het paard eigenlijk het liefst een walking dinner heeft. De eetgewoonten van paarden zijn sterk genetisch bepaald, frustratie van deze eetgewoonten kan grote problemen opleveren. Stalgebreken als luchtzuigen, weven, maar ook maagklachten en spijsverteringsproblemen zijn direct gerelateerd.

Goed voedermanagement is meer dan een plak hooi in de box gooien

Een oplossing kan zijn om te zoeken naar een manier waarop paarden kunnen eten zoals ze dat in natuurlijke omstandigheden zouden doen. Het liefst op een manier dat paarden die niet werken of snel dik worden ook de hele dag kunnen doen over hun portie. Een van de hulpmiddelen voor onderzoekers is een kauwbewegingenteller. Oorspronkelijk uit de rundveehouderij afkomstig, maar het blijkt na enige aanpassing goed te werken aan een paardenhalster. De onderzoekers keken onder andere aan de hand van de kauwslagen per paard hoe lang deze bezig was met zijn eten.

De onderzoekers keken naar verschillende manieren om het eetprobleem van paarden op te lossen. De manier van aanbieden van ruwvoer en de frequentie van aanbieden van het voer. Ruwvoer kan los op de grond worden gevoerd, in een hooinet of door een net of gaas afgedekte bak. Voeren uit een ruif is ook een optie, hoewel daarbij de natuurlijke eethouding van het paard vaak in het gedrang komt.
Om de eetduur te verlengen is een met gaas of een net afgedekte bak of ruif de meest efficiënte methode. Bij de test gebruikten de onderzoekers een net met mazen van 4,5 centimeter en een net met mazen van 3 centimeter.
Een net of gaas met mazen van 3 cm geeft het beste resultaat. Paarden doen langer over het hooi en moeten door de kleine openingen vaker sprietjes uit het net trekken. Als een paard graast, neemt hij een mondvol door verschillende keren een hapje gras te pakken. Daarna kauwt en slikt hij. De beweging waarmee het paard sprietjes hooi uit de kleine mazen trekt is hetzelfde, een net met kleine openingen geeft een natuurlijke manier van eten.
Als een net of een gaas grotere openingen heeft is de reductie van de hooiopname en de eettijd niet zo groot. Dit kan overigens per paard verschillen. Er zijn altijd slimmeriken die een manier vinden om toch snel en veel te eten. En uiteraard zijn paarden meesters in het slopen van alles waar maar voer in of onder zit!
Lees verder op Paardvisie.nl

Cookie voorkeuren

Deze site maakt gebruik van cookies. Deze kleine informatiebestandjes stellen ons in staat onze dienstverlening te optimaliseren. Het is hier mogelijk om de cookie instellingen voor deze website aan te passen.

Cookievoorkeuren aanpassen